Introduction to Programming
6 EC
Semester 1, periode 1
5062INPR6Y
| Eigenaar | Bachelor Informatica |
| Coördinator | dr. Steven de Rooij |
| Onderdeel van | Bachelor Informatica, jaar 1Dubbele bachelor Wiskunde en Informatica, jaar 1Minor Informatica, jaar 1 |
Het schrijven van een oplossing voor een probleem met behulp van een computerprogramma wordt ook wel programmeren genoemd. Het kunnen programmeren zal een essentiële vaardigheid zijn die je niet alleen tijdens dit vak, maar ook gedurende de rest van je opleiding zult ontwikkelen. Om kennis te maken met het programmeren is er gekozen voor de object-georiënteerde programmeertaal Java. Zeker niet omdat Java de heilige graal is qua programmeertalen, integendeel, er zijn vele andere programmeertalen die beter ingezet kunnen worden voor het oplossen van bepaalde problemen. Echter is het wel zo dat Java vele concepten bevat die veelal voorkomen in andere imperatieve programmeertalen. De focus van dit vak ligt daarom ook niet op het dusdanig vaardig maken van studenten dat zij alle details van Java kennen, maar de focus ligt juist op het doen verwerven van inzicht in generieke programmeerconcepten, zodat zij die later in andere programmeertalen herkennen, en ze zich deze programmeertalen dus makkelijker kunnen aanleren.
Onderwerpen die onder meer aan de orde komen zijn: primitieve datatypen vs niet-primitieve datatypen, variabelen, expressies, if-statements, switch-statements, loops, invoer/uitvoer, methoden, objecten, klassen, pass-by-reference vs pass-by-value, public vs private, static vs non-static, final vs non final, overerving, overriding, overloading, polymorfisme, abstracte klassen, interfaces, exceptions en generics.
Collegeslides en referenties naar online materiaal worden gepubliceerd op Canvas.
| Hoorcollege | 13 * 2u = 26 uur |
| Practica | 21 * 2u = 42 uur |
| Oefentoets | 2 uur |
| Verslag | 12 uur |
| Zelfstudie | 84 uur |
| Totaal | 168 uur |
De 'zelfstudie' bevat zowel het zelfstandig afmaken van de practicum opdrachten, als het voorbereiden van de schrijfopdracht.
Het vak Academische Vaardigheden Informatica 1 sluit aan op de andere vakken in het eerste collegejaar van de bacheloropleiding informatica, waaronder dit vak. Daarom wordt aangenomen dat een informatica student tegelijk Academische Vaardigheden Informatica 1 volgt.
Aanwezigheidseisen opleiding (OER-B):
Aanvullende eisen voor dit vak:
Aanwezigheid bij de hoorcolleges wordt aanbevolen. Aanwezigheid op het practicum is verplicht.
| Onderdeel en weging | Details |
|
Eindcijfer | |
|
1 (100%) Tentamen digitaal |
Opdrachten: Tijdens de cursus maak je elke week een opdracht. Deze opdrachten staan op Canvas en moeten via Canvas ingeleverd worden. Eén van de opdrachten mag je aan het eind opnieuw indienen. Het eerdere cijfer voor die opdracht komt dan te vervallen.
Herkansing: Er is een mogelijkheid om het tentamen te herkansen. Het practicum kan niet worden herkanst (los van de inhaalmogelijkheid op het einde).
Let op! Het vervangen van de toets voor een schrijfopdracht ligt officieel nog bij de examencommissie. Maar we gaan er vanuit dat dit een formaliteit betreft.
De manier van inzage wordt via de digitale leeromgeving gecommuniceerd.
De schrijfopdracht zal via Canvas worden ingeleverd.
Beschrijving wordt op Canvas gepubliceerd
Beschrijving wordt op Canvas gepubliceerd
Beschrijving wordt op Canvas gepubliceerd
Beschrijving wordt op Canvas gepubliceerd
Beschrijving wordt op Canvas gepubliceerd
Beschrijving wordt op Canvas gepubliceerd
Over het algemeen geldt dat elke uitwerking die je inlevert ter verkrijging van een beoordeling voor een vak je eigen werk moet zijn, tenzij samenwerken expliciet door de docent is toegestaan. Het inzien of kopiëren van andermans werk (zelfs als je dat hebt gevonden bij de printer, in een openstaande directory of op een onbeheerde computer) of materiaal overnemen uit een boek, tijdschrift, website, code repository of een andere bron - ook al is het gedeeltelijk - en inleveren alsof het je eigen werk is, is plagiaat.
We juichen toe dat je het cursusmateriaal en de opdrachten met medestudenten bespreekt om het beter te begrijpen. Je mag bronnen op het web raadplegen om meer te weten te komen over het onderwerp en om technische problemen op te lossen, maar niet voor regelrechte antwoorden op opgaven. Als in een uitwerking gebruik is gemaakt van externe bronnen zonder dat een bronvermelding is vermeld (bijvoorbeeld in de rapportage of in commentaar in de code), dan kan dat worden beschouwd als plagiaat.
Deze regels zijn er om alle studenten een eerlijke en optimale leeromgeving aan te kunnen bieden. De verleiding kan groot zijn om te plagiëren als de deadline voor een opdracht nadert, maar doe het niet.
Elke vorm van plagiaat wordt bestraft. Als een student ernstige fraude heeft gepleegd, kan dat leiden tot het uitschrijven uit de Universiteit.
Zie voor meer informatie over het fraude- en plagiaatreglement van de Universiteit van Amsterdam: www.student.uva.nl
|
Weeknummer |
Onderwerpen |
| 1 | Introductie; datatypes |
| 2 | Control flow; functies |
| 3 | Arrays en strings, I/O; codekwaliteit |
| 4 | Pointers; struct en enum |
| 5 | Geheugen, recursie; modularisatie, header files en interfaces |
| 6 | tbd |
| 7 |
Object orientatie en C++; voorbereiding examen |
| 8 | Examen |
Het rooster van dit vak is in te zien op DataNose.