Thema I: De Handelende Mens - Onderzoek

Theme I: The Acting Human - Research

6 EC

Semester 2, periode 6

5022TIHM6Y

Eigenaar Bachelor Bèta-gamma
Coördinator dr. A.B. Mulder
Onderdeel van Bachelor Bèta-gamma, jaar 1

Studiewijzer 2021/2022

Globale inhoud

Aan het eind van het kerncurriculum van Bèta-Gamma vindt het tweedelige interdisciplinaire vak Thema I: Handelende Mens plaats. Dit tweedelig vak maakt deel uit van de leerlijn Interdisciplinariteit van Bèta-Gamma en biedt je een eerste kennismaking met het zelf opzetten en uitvoeren van onderzoek.

Tijdens dit vak richten we ons op de handelende mens. De handelende mens of menselijk handelen is een zgn. ‘multi-causaal’ fenomeen, waarin vele domeinen relevante inzichten kunnen verschaffen. Zo maakt het menselijk brein het handelen bijvoorbeeld mogelijk, maar worden die hersenprocessen weer deels beïnvloed door sociale factoren die weer afhankelijk kunnen zijn van culturele en historische dimensies. De interpretatie van menselijk handelen vanuit de individuele factoren en dimensies heeft slechts beperkte relevantie en biedt een beperkt inzicht. Het ideale scenario is een interdisciplinaire aanpak, gebruik makend van een domeinoverstijgende aanpak van problemen en uitdagingen waar we als mens voor staan. In de gehele lijn van de handelende mens die over drie jaren loopt werken we naar een dergelijke interdisciplinaire aanpak toe en in het huidige vak, Thema I: De handelende mens wordt daar een effectieve start mee gemaakt.

Thema I: de handelende mens bestaat uit twee onderdelen:

  1. Het theoretische deel (blok 5, deeltijd) waar in studentonderzoeksgroepen een onderzoeksvoorstel wordt geschreven op een onderwerp van eigen keuze.
  2. Het onderzoeksdeel (blok 6, voltijds) waar dit onderzoeksvoorstel wordt uitgevoerd, de resultaten geanalyseerd en bediscuseerd en gepresenteerd.

Het theoretische onderzoeksvoorstel (Thema I: theorie) begint met een symposiumdag met korte colleges over disciplinaire visies op en onderzoeksmethoden naar de handelende mens door docenten met expertise in de sociale en menswetenschappen, natuur- en levenswetenschappen en filosofie. Je sluit je daarna aan bij een thematisch domein, waarbinnen jij zelf met een team van medestudenten een onderzoeksvoorstel gaat ontwikkelen en afleveren. In de weken na de symposiumdag volg je een aantal workshops die je in staat zal stellen om met je team een adequaat onderzoeksvoorstel te schrijven, inclusief de daarbij horende onderzoeksmethode(n). Daarnaast zijn er plenaire onderdelen die gericht zijn op algemene onderzoeksvaardigheden zoals het wetenschappelijk gebruiken en verwerken van interviews. Met behulp van die kennis en met als basis de beschikbare literatuur stel je met je team een onderzoeks voor en lever je een onderzoeksvoorstel af. Planning en organisatie vaardigheden zijn essentieel binnen onderzoeksteam en worden in een complementair samenwerkingstraject aangeleerd en uitgewerkt.

Het praktijkgerichte onderzoeksdeel (Thema I: onderzoek) start in blok 6 waarbij je met jouw studentonderzoeksgroep het voorgestelde onderzoek ook werkelijk gaat uitvoeren. De nieuw verworven samenwerkings en onderzoeksvaardigheden uit deel 1 kan je hierbij inzetten en je levert met je studentonderzoeksgroep een onderzoeksverslag, een uitgewerkt interview met een expert op het gebied van het onderzoeksonderwerp en een eindpresentatie voor het eerstejaars Bèta-gammaslotsymposium af.

In de praktijk betekent dit dat je gedurende het vak deelneemt aan meerdere werkgroepen, meestal geleid door een werkgroepdocent, soms ook met de betrokken domeinexpert. Het ontwikkelen van het onderzoeksvoorstel en het onderzoek voer je met jouw onderzoeksgroep grotendeels zelfstandig uit, waarbij planning en taakverdeling en overleg belangrijk zijn.

Het eerstejaars Bèta-gammaslotsymposium ie meteen de officiële en feestelijke afsluiting van je eerste studiejaar waarbij ook externe beoordelaars aanwezig zijn en waar tevens ook vrienden en familie van harte zijn uitgenodigd. Tijdens het eindsymposium zal de Aristotelesprijs worden uitgereikt aan de studenten met de beste onderzoekspresentatie.

Leerdoelen

  • De student heeft kennis van de verschillende onderzoeksmethoden die gebruikt worden binnen het gekozen domein om het fenomeen de ‘handelende mens’ te onderzoeken.
  • De student beheerst enkele vaardigheden ten behoeve van teamwerk en is in staat om deze optimaal in te zetten in een groepsproces en kan daarop reflecteren.
  • De student kan onder begeleiding op heldere wijze een domein-specifiek onderzoeksvoorstel over een complex fenomeen als de 'handelende mens' schrijven.
  • De student kan uitleggen wat de bijdragen en beperkingen van een gebruikte domeinspecifieke onderzoeksmethode zijn om een onderzoeksvraag over ‘de handelende mens’ te beantwoorden.
  • De student weet hoe interviewen op verschillende manieren gebruikt kan worden en is in staat om in groepsverband een interview voor te bereiden ten behoeve van een onderzoek naar een complex fenomeen als ‘de handelende mens’.
  • De student kan op een kritische wijze de inzichten over een complex fenomeen als ‘de handelende mens’ verworven m.b.v. methodes uit een van de domeinen interpreteren en analyseren
  • De student kan de aangeleerde onderzoeksmethode(s) gebruiken en de verworven data op een correcte manier verwerken.
  • De student kan op een heldere wijze wetenschappelijke resultaten in schriftelijke en mondelinge vorm presenteren en bediscussiëren.

Onderwijsvormen

  • Werkcollege
  • Presentatie/symposium
  • Zelfstandig werken aan bijv. project/scriptie
  • Begeleiding/feedbackmoment

Verdeling leeractiviteiten

Activiteit

Aantal uur

Symposia

12

onderzoeksvoorstel

30

Project

128

Werkcollege

46

Zelfstudie

36

 

Aanwezigheid

Aanwezigheidseisen opleiding (OER-B):

  • 1. In geval van werkgroepbijeenkomsten is de student verplicht tenminste 7 van elke 8 werkgroepbijeenkomsten bij te wonen, tenzij anders aangegeven in de studiewijzer. Bij meer dan 8 werkgroepbijeenkomsten geldt dat de student steeds per (deel van) 8 bijeenkomsten maximaal 1 bijeenkomst mag missen. Indien de student minder dan het verplichte aantal bijeenkomsten heeft bijgewoond, kan het vak niet worden afgerond.
  • In geval van een practicum is de student verplicht ten minste 90% van de practicumbijeenkomsten bij te wonen, tenzij anders aangegeven in de studiewijzer. In geval de student minder dan 90% heeft bijgewoond dient het practicum opnieuw te worden gevolgd.

Toetsing

Onderdeel en weging Details

Eindcijfer

Onderzoeksvoorstel

Moet ≥ AVV zijn

0.15 (15%)

Eindpresentatie

Vereist

0.85 (85%)

Eindverslag

Vereist

Toetsmatrijs (studentenversie)

Leerdoel: Onderzoeksvoorstel: Eindrapport: Eindpresentatie
#1. x x x
#2. x x x
#3. x    
#4. x x x
#5.   x x
#6.   x x
#7. x x x

 

Fraude en plagiaat

Dit vak hanteert de algemene 'Fraude- en plagiaatregeling' van de UvA. Hier wordt nauwkeurig op gecontroleerd. Bij verdenking van fraude of plagiaat wordt de examencommissie van de opleiding ingeschakeld. Zie de Fraude- en plagiaatregeling van de UvA: http://student.uva.nl

Rooster

Het rooster van dit vak is in te zien op DataNose.

Contactinformatie

Coördinator

  • dr. A.B. Mulder

Docenten

  • Bouke van Balen BSc
  • Charlotte de Beijer
  • Karijn van den Berg
  • Sebastiaan van Bruchem
  • Machiel Keestra
  • Lotte Levelt
  • Mieke de Roo 
  • Rosa Rougoor
  • Katrin Schulz
  • Chris Slootweg
  • Julian van Vugt