The City
6 EC
Semester 2, periode 5
5022WEST6Y
| Eigenaar | Bachelor Bèta-gamma |
| Coördinator | prof. dr. H.L.F. de Groot |
| Onderdeel van | Bachelor Bèta-gamma, jaar 1 |
Steden zijn misschien wel de meest tastbare en zichtbare uitingen van lange-termijn sociaal-economische ontwikkeling. Via steden hebben mensen hun natuurlijke, sociale en fysieke omgeving onbewust beïnvloed en actief gemanipuleerd. De stad is daarmee een uniek verschijnsel. In haar invloed op ecosystemen, samenlevingen, economieën en individuen is zij ongeëvenaard door andere menselijke en natuurlijke krachten.
In dit vak maak je kennis met verschillende zienswijzen op het fenomeen stad, vanuit verschillende disciplinaire velden (economie, sociale geografie, antropologie, politicologie en geschiedenis). Het doel is dat je inzicht verwerft in enkele centrale concepten, theorieën en debatten van deze verschillende disciplines met betrekking tot stedelijke ontwikkelingen en fenomenen.
Week 1 – Introductie, locatietheorie en stedelijke structuur
Breman, J.C. (2012). The undercities of Karachi, New Left Review, 76, pp. 49–63. link (Links to an external site)
Glaeser, E.L. (1998). Are cities dying? Journal of Economic Perspectives, 12 (2), pp. 139–160. link (Links to an external site)
Scott, A.J. en M. Storper, M. (2015). The nature of cities: The scope and limits of urban theory, International Journal of Urban and Regional Research, 39(1), pp. 1-15. link (Links to an external site)
Week 2 – Agglomeratie – omvang, succes en groei van de stad
Duranton, G. (2015). Growing through cities in developing countries, The World Bank Research Observer, 30 (1), pp. 39–57. link (Links to an external site.)
Week 3 – Gentrificatie en segregatie
Davis, M. (2006). Planet of slums. New Perspectives Quarterly, 23(2), pp. 6-11. link (Links to an external site)
Hackworth, J. en N. Smith (2001). The Changing State of Gentrification, Tijdschrift voor Economische en Sociale Geografie 92 (4), pp. 464-77. link (Links to an external site.)
Hamnett, C. (2003). Gentrification and the middle-class remaking of inner London, 1961-2001, Urban Studies, 40 (12), pp. 2401-2426. link (Links to an external site)
Musterd, S., Marcińczak, S., Van Ham, M., & Tammaru, T. (2017). Socioeconomic segregation in European capital cities. Increasing separation between poor and rich. Urban Geography, 38(7), pp. 1062-1083. link (Links to an external site)
Sampson, R. J. (2019). Neighbourhood effects and beyond: Explaining the paradoxes of inequality in the changing American metropolis. Urban Studies, 56(1), pp. 3-32. link (Links to an external site)
Week 4 – Governance van steden in een globaliserende wereld
Duranton, G. (2015). Growing through cities in developing countries, The World Bank Research Observer, 30 (1), pp. 57–73. link (Links to an external site)
Vermeulen, W., H.L.F. de Groot, G. Marlet en C.N. Teulings (2011). Steden, grondprijzen en de lokale overheid, in:
J.H. Garretsen, R. Jong-a-Pin en E. Sterken (eds), De Economische Toekomst van Nederland, Preadviezen 2011, Den Haag: SDU Uitgevers, pp. 233– link (Links to an external site)
Week 5 en 7 – Sociologische ideeëngeschiedenis
Savini, F., W. R. Boterman, W. P. van Gent, en S. Majoor (2016). Amsterdam in the 21st century: Geography, housing, spatial development and politics. Cities, 52, 103-113. link (Links to an external site)
Scott, J.C. (1998). The high-modernist city: an experiment and a critique. In: J.C. Scott, Seeing like a state - How certain schemes to improve the human condition have failed (pp. 103-117, 132-146) New Haven and London: Yale University Press (zie Canvas)
Week 7 en 8 – Urban marginality, lifestyles en consumptie
van Gent, W. P. en R. Jaffe (2016). Normalizing urban inequality: cinematic imaginaries of difference in postcolonial Amsterdam. Social & Cultural Geography, pp. 1-20. link (Links to an external site)
Vertovec, S. (2007). Super-diversity and its implications. Ethnic and Racial Studies, 30 (6), pp. 1024-1054. link
Zukin, S. (2008). Consuming Authenticity: From outposts of difference to means of exclusion, Cultural Studies, 22 (5), pp. 724-748. link (Links to an external site)
Tijdens de hoorcolleges (deels vooraf opgenomen en deels live via zoom) zal de stof op hoofdlijnen worden besproken en zullen via een aantal gastcolleges verdiepingen op de stof worden aangebracht.
De werkcolleges op donderdag staan in het teken van het verwerken van de stof middels bespreking van de literatuur aan de hand van literatuuropdrachten.
De werkcolleges op maandag staan in het teken van de Sociaal-Economische Verkenning die je gaat maken in groepen van 3 of 4 studenten aan de hand van verschillende kleinere opdrachten in de eerste weken die aan het einde van de cursus uitmonden in de Sociaal-Economische Verkenning van jullie buurt. Tijdens deze colleges staat het verder ontwikkelen van je onderzoeksvaardigheden centraal.
|
Activiteit |
Aantal uur |
|
Hoorcollege |
22 |
|
Tentamen |
3 |
|
Werkcollege |
22 |
|
SEV |
40 |
|
Zelfstudie |
81 |
Aanwezigheidseisen opleiding (OER-B):
Aanvullende eisen voor dit vak:
De maatregelen rondom COVID-19 houden in dat fysieke aanwezigheid bij de werkcolleges beperkt mogelijk is. De werkcolleges op maandag worden daarom in digitale vorm aangeboden, en de werkcolleges op donderdag indien mogelijk op de campus. Digitale aanwezigheid bij de werkcolleges op maandag is verplicht. In het geval van (vermoeden van) ziekte kan op donderdag digitaal aan de fysieke werkgroep worden deelgenomen. In het geval van technische problemen, of andere oorzaken waardoor niet aan de aanwezigheidsplicht kan worden voldaan, dient zo snel mogelijk contact op te worden genomen met de werkgroepdocent of vakcoördinator Joris van der Klei (j.vanderklei@uva.nl).
| Onderdeel en weging | Details |
|
Eindcijfer | |
|
40% Tentamen digitaal | Moet ≥ 5 zijn |
|
40% SEV Compleet (1,2+3) | |
|
20% Literatuur- en reflectieopdrachten |
De SEV betreft een groepsopdracht, waarin samen wordt gewerkt in groepen van 4 studenten. Bij een onvoldoende resultaat is er mogelijkheid voor herkansing via een aanvullende opdracht. Het tentamen en de literatuuropdrachten en de reflectieopdracht zijn individueel. Alle literatuuropdrachten en de reflectieopdracht, dus in totaal 5 individuele opdrachten, moeten worden ingeleverd om het vak met een voldoende af te kunnen sluiten. Maximaal één becijferde literatuur- of reflectieopdracht mag worden herkanst. Voor deze herkansing kun je maximaal een 6 halen.
Literatuur- en reflectieopdrachten zijn niet herkansbaar.
Het tentamen vindt plaats op 28 mei, 9.00u-12.00u. Voor het tentamen geldt een minimaal cijfer van 5.
Het hertentamen vindt plaats op 2 juli, 13.00u-16.00u. Deelname is uitsluitend toegestaan wanneer het tentamencijfer lager is dan 5, of het voorlopige eindcijfer lager is dan 5,5.
| Leerdoel: | Toetsonderdeel 1: | Toetsonderdeel 2: | Toetsonderdeel 3: |
|---|---|---|---|
| #1. | Tentamen | Literatuuropdrachten | |
| #2. | Tentamen | SEV | |
| #3. | Tentamen | ||
| #4. | SEV |
Tentamenresultaten of resultaten voor de SEV die in het academisch jaar 2019-2020 zijn behaald kunnen worden meegenomen naar dit jaar. Neem daarvoor uiterlijk 2 april contact op met Joris van der Klei (j.vanderklei@uva.nl).
De SEV betreft een groepsopdracht, waarin samen wordt gewerkt door 3 of 4 studenten. SEV 1+2 worden samen ingeleverd en voorzien van feedback door de docent. De SEV wordt als geheel (SEV 1,2+3) becijferd, na inleveren op 25 mei 2021, 9.00u. Inleveren na de deadline resulteert in 1 punt aftrek per 24 uur te laat.
Er zijn in totaal 4 literatuuropdrachten, waarvan er 2 ad random door de docent worden becijferd en een verwerkingsopdracht waarin reflectie op het geleerde tijdens de cursus centraal staat die voor iedereen wordt becijferd. De overige opdrachten dienen 'voldaan' te zijn.
De literatuur- en verwerkingsopdrachten dienen individueel te worden gemaakt. Deze worden op plagiaat gecontroleerd, samenwerken is niet toegestaan. Inleveren na de deadline resulteert in 1 punt aftrek per 24 uur te laat.
Dit vak hanteert de algemene 'Fraude- en plagiaatregeling' van de UvA. Hier wordt nauwkeurig op gecontroleerd. Bij verdenking van fraude of plagiaat wordt de examencommissie van de opleiding ingeschakeld. Zie de Fraude- en plagiaatregeling van de UvA: http://student.uva.nl
Hoorcolleges
De hoorcolleges zijn gepland van 09.00-11.00 uur op maandag en donderdag. Een deel van colleges zullen live plaatsvinden en worden opgenomen (waarbij de opname na afloop beschikbaar wordt gesteld). Daarnaast is veel collegemateriaal vooraf opgenomen. Dit kan thuis worden bestudeerd. Verdere details over de planning zullen zijn te vinden in Canvas. Voorafgaand aan de live hoorcolleges word je geacht een deel van de literatuur te bestuderen.
De maatregelen rondom COVID-19 houden in dat fysieke aanwezigheid bij de hoorcolleges niet mogelijk is. De hoorcollegestof wordt daarom in digitale vorm aangeboden. Op de Canvas-pagina van dit vak is onder het kopje 'Modules' een indeling gemaakt in 9 weken. Vooraf opgenomen hoorcolleges (of onderdelen daarvan) worden uiterlijk drie dagen voorafgaand aan de geplande datum beschikbaar gemaakt. Studenten dienen deze stof in ieder geval voorafgaand aan de aansluitende werkgroep bestudeerd te hebben.
Werkcolleges
In aansluiting op de hoorcolleges zijn er elke week twee werkcolleges. In de werkcolleges wordt de stof verder uitgediept en ga je in groepsverband aan de slag met het maken van een Sociaal-Economische verkenning (SEV) van een deelgebied uit de Metropoolregio Amsterdam (MRA). De SEV wordt gemaakt in groepen van 4 studenten en bepaalt voor 40% het eindcijfer van het vak. Elke week werk je als groep aan een thema van de SEV voor jouw deelgebied. Dit thema sluit aan op de stof die aan bod komt in de hoorcolleges en literatuur. Binnen dat thema onderzoek je vervolgens met methodes vanuit verschillende disciplines de praktijksituatie in het deelgebied.
De maatregelen rondom COVID-19 houden in dat fysieke aanwezigheid bij de werkcolleges beperkt mogelijk is. De werkcolleges op maandag worden digitaal verzorgd. Ons streven is om de werkcolleges van donderdag op de campus plaats te laten vinden (maar onder voorbehoud van eventuele nieuwe richtlijnen). Bij ziekte kun je het werkcollege digitaal volgen. Aanwezigheid bij de werkcolleges is verplicht. In het geval van technische problemen, of andere oorzaken waardoor niet aan de aanwezigheidsplicht kan worden voldaan, dient zo snel mogelijk contact op te worden genomen met de werkgroepdocent of vakcoördinator Joris van der Klei (j.vanderklei@uva.nl).
De SEV wordt opgedeeld in drie deelopdrachten (SEV1 t/m SEV3) met in totaal twee inlevermomenten, enkele korte voortgangspitches tijdens de werkcolleges, en een eindpresentatie (op maandag 17 mei).
De inleverdeadlines voor de werkcolleges zijn als volgt:
| Opdracht | Deadline |
| Verwerkingsopdrachten 1 t/m 4 | 1, 8, 15 en 22 april om 9:00 uur |
| Verwerkings- / reflectie-opdracht 5 | 20 mei om 9:00 uur |
| SEV 1 en 2 | 23 april om 17:00 uur |
| SEV 3 | 25 mei om 9:00 uur |
De verdere details worden in de werkcolleges uitgebreid behandeld.
Het rooster van dit vak is in te zien op DataNose.
Vanaf 2013-2014 hebben we ervoor gekozen om d.m.v. onderstaande tabel de studenten meer inzicht te geven in de kwaliteitszorg. Daarom nemen we een korte weergave van de studentenevaluatie op en de daaruit voortvloeiende acties ter verbetering van het vak.
| De Stad (6 EC) | N = 23 | |
Sterke punten
|
Suggesties ter verbetering
|
|
Reactie docent:
|
||
Hoorcolleges: Willem Boterman en Henri L.F. de Groot
Werkcolleges: