Stage

Internship

6 EC

Semester 1 & 2, periode 1, 2, 3, 4, 5, 6

5132STA01Y

Eigenaar Bachelor Future Planet Studies
Coördinator dr. Coyan Tromp
Onderdeel van

Studiewijzer 2020/2021

Globale inhoud

Een stage is een goede manier om kennis en vaardigheden die je tijdens je studie hebt opgedaan in de praktijk te brengen. Het is de manier bij uitstek om in inter- of transdisciplinair verband te leren werken aan real-life vraagstukken. Ook kan een stage heel nuttig zijn om je te oriënteren op het leven na de universiteit. Daarnaast kan het een begin vormen om een netwerk op te bouwen in een sector of beroepenveld waarin jij later graag zou willen werken.

De stage kan uit diverse werkzaamheden bestaan, maar moet in elk geval een wetenschappelijke component hebben, wat concreet inhoudt dat er een onderzoeksvraag of -opdracht (in de breedst mogelijke zin van het woord) aan verbonden is en dat er een koppeling met wetenschappelijke literatuur wordt gemaakt.

Leerdoelen

  • Zelfstandig uitwerken van een maatschappelijk relevante doch wetenschappelijke verankerde onderzoeksvraag (in de breedst mogelijke zin van het woord) in een concrete organisatorische of bedrijfsmatige situatie.
  • Een koppeling tot stand brengen tussen de maatschappelijk georiënteerde onderzoeksvraag of opdracht en relevante wetenschappelijke literatuur.
  • Zelfstandig kennis en vaardigheden die tijdens de studie is opgedaan in de praktijk brengen, specifiek die welke relevant en bruikbaar zijn in het licht van de opgestelde (onderzoeks)vraag of -opdracht.
  • Leren samenwerken in inter- en/of transdisciplinair teamverband.
  • Rapporteren over de bevindingen in een stageverslag omvattende een Titelpagina, Inhoudsopgave, Samenvatting, Introductie, Vraagstelling, Doelstelling, Theoretisch raamwerk, Methode, Resultaten, Conclusie/Discussie en Referenties, waarin verslag wordt gedaan van de (onderzoeks)opdracht en de activiteiten die tijdens de stage zijn uitgevoerd.
  • Opstellen van en reflecteren op aan de stage verbonden persoonlijke leerdoelen.
  • Oriëntatie op sector of beroepenveld waarin de student later zou willen gaan werken.
  • Netwerk opbouwen in die betreffende sector of dat specifieke beroepenveld.

Onderwijsvormen

  • Zelfstudie
  • Zelfstandig werken aan bijv. project/scriptie
  • Begeleiding/feedbackmoment
  • Zelfreflectie

De stagebegeleider (supervisor) begeleidt je bij je dagelijkse stagewerkzaamheden.

De UvA-examinator bekijkt het stageplan en overlegt daarover desgewenst met de supervisor. De UvA-examinator zal voor het overige voornamelijk bij de tussentijdse evaluatie en de eindbeoordeling van de stage (= inclusief het lezen van het stageverslag) betrokken zijn.

Halverwege je stage plan je een tussentijds evaluatiegesprek met je supervisor en UvA-examinator. Tijdens deze evaluatie bespreek je de voortgang van je stage en presenteer je de eerste resultaten. Ook vul je samen het tussentijdse beoordelingsformulier in (ook te vinden op deze Canvassite). Dit formulier stuur je na afloop van de tussentijdse evaluatie naar je stagecoördinator.

Indien er tijdens je stage problemen ontstaan waar je met je supervisor niet uitkomt, geef dit dan zo snel mogelijk binnen de UvA aan. Neem in eerste instantie contact op met de UvA-examinator en in tweede instantie met de stagecoördinator. (In het geval de stage onderdeel vormt van je Bachelor Project is Dr. Robin Pistorius beide ineen, dus zowel de UvA-examinator en je stagecoördinator).

Verdeling leeractiviteiten

De hoofdmoot van de activiteiten tijdens een stage zal bestaan uit het zelfstandig in de praktijk brengen en uitbouwen van de kennis en vaardigheden die je tijdens je studie hebt opgedaan, specifiek die die relevant en bruikbaar zijn in het licht van de opgestelde (onderzoeks)vraag of -opdracht.

Daarnaast vormt reflectie op hetgeen je leert tijdens je stage een belangrijk onderdeel.

Beide onderdelen dienen te worden neergelegd in een verslag; dus je schrijft zowel een verslag van je stage-onderzoek, als een reflectieverslag op je persoonlijke leerdoelen.

Hoe je verdeling van je leeractiviteiten precies zal zijn, is afhankelijk van de aard en omvang van de werkzaamheden die je in het kader van de stage zult gaan uitvoeren.

Aanwezigheid

Aanwezigheidseisen opleiding (OER-B):

  • Deelname aan veldwerk is verplicht en niet vervangbaar door opdrachten of andere cursussen.
  • In geval van een practicum is de student verplicht ten minste 90% van de practicumbijeenkomsten bij te wonen en zich op deze bijeenkomsten terdege voor te bereiden, tenzij anders aangegeven in de studiewijzer van het vak. Indien de student minder dan 90% heeft bijgewoond dient het practicum opnieuw te worden gevolgd.
  • In geval van werkgroepbijeenkomsten is de student verplicht tenminste 7 van elke 8 werkgroepbijeenkomsten bij te wonen en zich op deze bijeenkomsten terdege voor te bereiden, tenzij anders aangegeven in de studiewijzer. Bij meer dan 8 werkgroepbijeenkomsten geldt dat de student steeds per (deel van) 8 bijeenkomsten maximaal 1 bijeenkomst mag missen. Indien de student minder dan het verplichte aantal heeft bijgewoond, kan het vak niet worden afgerond.

Aanvullende eisen voor dit vak:

Zoals aangegeven zullen voorafgaan aan een stage een flink aantal zaken geregeld moeten zijn door de student zelf.

De voorwaarden voor het opnemen van een stage in je studieprogramma zijn als volgt:

  • Stages mogen niet plaatsvinden in het eerste studiejaar.
  • Je moet voor de start aan de stage minstens 60 EC van het studieprogramma hebben behaald.
  • Het lopen van de stage moet passen in een studieplanning waarbij je binnen vier jaar af kan studeren.
  • Je moet zelf een stageplek vinden.
  • De stage kan uit diverse werkzaamheden bestaan, maar moet in elk geval een wetenschappelijke component hebben, wat concreet inhoudt dat er een onderzoeksvraag (in de breedst mogelijke zin van het woord) aan verbonden is en er een koppeling met wetenschappelijke literatuur gemaakt wordt (zie Opdracht 1 en de rubrics voor het Stageplan).
  • Je moet zelf een stagebegeleider (supervisor) regelen op de stageplek. Je kunt alleen personen aandragen als supervisor die minimaal een wetenschappelijke master hebben afgerond (MSc., MA, PhD. of Dr. – anders kan de extern beoordelaar niet door de examencommissie tot examinator benoemd worden).
  • Je moet zelf binnen Future Planet Studies een docent bereid zien te vinden die wil fungeert als UvA-examinator. Ook voor deze docent geldt dat deze minimaal een wetenschappelijke master heeft afgerond (MSc., MA, PhD. of dr.). Bovendien dient hij of zij een aanstelling te hebben aan de Universiteit van Amsterdam en een formele UvA-examinator te zijn.
  • Nadat je een Stageplan hebt uitgewerkt en deze met een voldoende is beoordeeld door je supervisor en UvA-examinator meld je je bij de stagecoördinator. Deze monitort het proces, checkt of alle opdrachten gemaakt zijn en zal, na ontvangst van alle benodigde evaluatiestukken en beoordelingsformulieren (de rubrics), het cijfer registreren.

Toetsing

Onderdeel en weging Details

Eindcijfer

De beoordeling van de stage gebeurt op basis van drie onderdelen:

  • Het stageplan (10%).
  • De uitvoering van de stagewerkzaamheden (45%).
  • Het stageverslag dat je schrijft over de stagewerkzaamheden aan het eind van je stageperiode, en dat je indient bij zowel je supervisor als bij de UvA-examinator (45%). Onderdeel hiervan vormt een reflectie op de resultaten van de stage, inclusief reflectie op de samenwerking met collega’s binnen de organisatie waar de stage gelopen wordt en andere relevante partijen, reflectie op de toegepaste en nieuw verworven kennis en vaardigheden, met name de inter- en transdisciplinaire, en reflectie op de persoonlijke leerdoelen.

Zowel je supervisor als de UvA-examinator bekijken en beoordelen het stageplan. In principe volgt de UvA-examinator het oordeel van de supervisor, maar hij/zij kan uiteraard aanvullende suggesties doen of eisen stellen. In geval van een sterk afwijkend oordeel (>1 punt) treden beiden in overleg om tot een gezamenlijk geaccordeerd cijfer te komen.

Je supervisor geeft een cijfer voor je werk tijdens je stage met behulp van het daarvoor ontwikkelde beoordelingsformulier. Hierin worden gekeken naar hoe zelfstandig je hebt gewerkt en in hoeverre je je stagedoelen hebt weten te bereiken, naar je niveau van communicatieve skills en samenwerkingsvaardigheden, en naar je reflectie op het leerproces gedurende je stage. De UvA-examinator volgt in principe het oordeel van de dagelijkse supervisor, tenzij er naar aanleiding van een gesprek met de student over bijvoorbeeld de verschafte begeleiding of faciliteiten op de stageplek reden is om hiervan af te wijken. In dat geval treedt de UvA-examinator in overleg met de supervisor op de stageplek om tot een aangepast cijfer te komen.

Zowel je supervisor als de UvA-examinator beoordelen je stageverslag, waarvan ook deel uitmaakt een reflectie op de resultaten van de stage. Dit gebeurt met behulp van het daarvoor ontwikkelde beoordelingsformulier. De supervisor en UvA-examinator bepalen samen je cijfer voor het stageverslag. Wanneer het oordeel van de supervisor significant (>1 cijferpunt) afwijkt van dat van de UvA-examinator treden samen in overleg om tot een met argumenten onderbouwd eindoordeel te komen waarin de verschillen zijn geslecht.

De UvA-examinator geeft het eindcijfer door aan de stagecoördinator, die zorgt voor registratie van het cijfer en toekenning van het aantal goedgekeurde studiepunten aan de stage.

Toetsmatrijs (studentenversie)

Tabel: Opdrachten en toetsing van de stage

 

Opdrachten

Gewicht

Min. score

Mogelijk tot herkansing?

Deadline

herkansing


Opdracht 1: Stageplan

 

 

10%

 

Go / No Go

Dit is afhankelijk van de dagelijkse supervisor, of deze bereid is om de kans te geven een No Go om te zetten in een Go

In overleg met dagelijkse supervisor

Opdracht 2: Uitvoering van de stagewerkzaamheden

 

45%

> 5.5

Dit is afhankelijk van de aard van de stage en van of de dagelijkse supervisor bereid is in staat is om je een tweede kans te geven

In overleg met dagelijkse supervisor &

UvA examiner

Opdracht 3: Tussentijdse evaluatie

 

 

NAV

-

Nee

In overleg met dagelijkse supervisor &

UvA examiner

Opdracht 4: Stageverslag en Reflectieverslag

 

45%

> 5.5

Ja

 

In overleg met dagelijkse supervisor &

UvA examiner

Opdracht 5: Eindevaluatie & Indienen getekend Formulier Eindbeoordeling

 

NAV

Het eindcijfer moet > 5.5 zijn

Zie hierboven

Zie hierboven

 

 

 

Opdrachten

Opdracht 1: Schrijf een Stageplan – Vul dit in in het speciaal daarvoor bedoelde Stageplan Formulier. Zie ook de rubrics voor het schrijven van een Stageplan voor de concrete beoordelingscriteria.

 

Opdracht 2: Voer de geplande stagewerkzaamheden uit. De dagelijkse supervisor beoordeelt deze op basis van de rubrics voor Uitvoering stagewerkzaamheden. De UvA-examiner volgt in principe het oordeel van de dagelijkse supervisor, tenzij er naar aanleiding van een gesprek met de student over bijvoorbeeld de verschafte begeleiding of faciliteiten op de stageplek reden is om hiervan af te wijken. In dat geval treedt de UvA-examiner in overleg met de supervisor op de stageplek om gezamenlijk tot een cijfer te komen.

 

Opdracht 3: Plan een tussentijdse evaluatie met je dagelijkse supervisor en UvA-examinator. Bespreek samen hoe het gaat, en vul het tussentijdse evaluatieformulier in. Maak waar nodig afspraken om dingen in het vervolg beter te laten verlopen. Aan de tussentijdse evaluatie is geen cijfer verbonden.

 

Opdracht 4: Schrijf aan het eind een Stageverslag over de stagewerkzaamheden dat bestaat uit de volgende elementen: Titelpagina, Inhoudsopgave, Samenvatting, Introductie, Vraagstelling, Doelstelling, Theoretisch raamwerk, Methode, Resultaten, Discussie/Conclusie en Referenties. Zie de rubrics voor het Stageverslag voor de concrete beoordelingscriteria.

Onderdeel van het Stageverslag vormt ook een reflectie op de resultaten van de stage. Deze reflectie bevat de volgende elementen:

  • Ben je erin geslaagd de beoogde doelen te bereiken met je stage? Zo ja, welke dan precies? Zo niet, hoe kwam dat dan?
  • Ben je erin geslaagd de opgestelde planning te volgen? Zo ja, hoe hielp dit dan om de beoogde doelen te bereiken? Zo niet, hoe kwam het dan dat je planning anders uitviel dan verwacht?
  • Welke kennis en vaardigheden heb je kunnen toepassen en welke heb je nieuw verworven op je stageplek? Met name: welke inter- en transdisciplinaire skills heb je toegepast en/of opgedaan?
  • Hoe verliep de communicatie en samenwerking, zowel met collega’s binnen de organisatie waar de stage gelopen wordt als met andere relevante partijen?
  • Heb je je persoonlijke leerdoelen ook weten te bereiken met je stage? Zo ja, welke? Zo niet, welke niet en waarom is dit niet gelukt?

Zie de rubrics voor het Stageplan en de Uitvoering van de stage om duidelijk te krijgen hoe de verschillende elementen uit je reflectie beoordeeld worden door de supervisor en UvA-examiner.

Opdracht 5:  Plan een afsluitende evaluatie met je dagelijkse supervisor en UvA-examinator waarin jullie gezamenlijk het verloop en de resultaten van de stage bespreken. Wanneer je alle opdrachten succesvol hebt vervuld vullen jullie gezamenlijk je resultaten in in het Formulier voor de Eindbeoordeling, welke getekend wordt door zowel jouzelf als de dagelijkse supervisor en UvA-examinator. Nadat je hebt gecontroleerd of Opdracht 1 t/m 4 geupload zijn op de Canvassite voor de stage, voeg je tenslotte ook het formulier van deze laatste opdracht toe. Vervolgens stel je de stagecoördinator op de hoogte dat je de stage hebt afgerond, zodat deze - na een laatste controle of aan alle vereisten voldaan is – je cijfer kan registreren.

Fraude en plagiaat

Dit vak hanteert de algemene 'Fraude- en plagiaatregeling' van de UvA. Hier wordt nauwkeurig op gecontroleerd. Bij verdenking van fraude of plagiaat wordt de examencommissie van de opleiding ingeschakeld. Zie de Fraude- en plagiaatregeling van de UvA: http://student.uva.nl

Weekplanning

Weeknummer Onderwerpen Studiestof

Aanvullende informatie

Na goedkeuring van je stage kun je deze via de vakcode (5132STA01Y) toevoegen aan je studieplan via de studieplan-applicatie. Let op: je hoeft je voor het stagevak niet via de vakaanmelding aan te melden en ook geen toestemming te vragen aan de examencommissie, het stagevak hoeft alleen aan je studieplan toegevoegd te worden.

Vakevaluatie afgelopen jaar

Vanaf 2013-2014 hebben we ervoor gekozen om d.m.v. onderstaande tabel de studenten meer inzicht te geven in de kwaliteitszorg. Daarom nemen we een korte weergave van de studentenevaluatie op en de daaruit voortvloeiende acties ter verbetering van het vak.

Vaknaam (#EC)N
Sterke punten
Suggesties ter verbetering
Reactie docent:

Contactinformatie

Coördinator

  • dr. Coyan Tromp

Dr. Coyan Tromp is de coordinator van de stages voor de studenten die een stage doen in de vrije keuzeruimte van FPS.

Dr. Robin Pistorius is de coordinator van de stages voor studenten die dit doen in het kader van het afstudeerproject Natural Resources Governance.