Teaching Lab Mathematics
6 EC
Semester 1, periode 1, 2
5122ONWI6Y
Het onderwijslab wiskunde richt zich op wiskundestudenten die het leuk vinden om anderen te helpen om wiskunde te begrijpen en die zich hier verder in willen bekwamen. Wiskundeles geven kan ontzettend veel voldoening geven, maar het is ook moeilijk om echt goed te doen, en er zijn veel valkuilen waar beoefenaars in kunnen vallen. Daarom is het belangrijk om goed beslagen ten ijs te komen.
In dit vak leer je theorie over onderwijs in het algemeen en over reken- en wiskundeonderwijs in het bijzonder. Hierbij komen verschillende visies en de daarbij horende valkuilen aan de orde.
Bovendien dient dit vak ook echt als onderwijslaboratorium. Samen met je medestudenten en de docenten probeer je het onderwijs beter te begrijpen en denk je na over manieren om het te verbeteren. Dat kan bijvoorbeeld zijn in de vorm van een lesontwerp, studiemateriaal of onderwijsvormen. Wat het uiteindelijk wordt hangt af van de studenten zelf, en wat deze als groep het meest interessant of waardevol vinden.
Hoe dan ook breng je de verbeteringen daadwerkelijk in de praktijk, in een van drie mogelijke projecten. Deze zijn (1) het pabo-rekenproject, waarbij je pabostudenten gaat helpen om op een hoger niveau te kunnen rekenen; (2) het PAL-project (Persoonlijk Assistent van de Leraar), waarbij je een wiskundeleraar op een middelbare school gaat ondersteunen bij diens activiteiten; of (3) het werkcollege-traject, waarin je aan de slag gaat met onderwijsvernieuwing bij de werkcolleges van de eigen opleiding wiskunde.
Voor onderwijslab wiskunde zijn wekelijkse bijeenkomsten georganiseerd in blok 1 en 2. Tijdens deze bijeenkomsten wordt de theorie behandeld en ga je per project met elkaar aan de slag. Daarnaast ga je aan de slag in de praktijk. Om als PAL of werkcollegedocent aan de slag te gaan dien je zelf te solliciteren.
Het vak wordt afgesloten met een verslag, waarin je de ontworpen onderwijsvernieuwing kritisch bespreekt en reflecteert op je eigen leeropbrengst.
Handboek wiskundedidactiek. ISBN 978-90-5041-130-1
Onderwijs ontwerpen
|
Activiteit |
Uren |
|
|
Werkcollege |
28 |
|
|
Voorbereiden colleges |
35 |
|
|
Opdrachten |
70 |
|
|
Onderwijspraktijk |
35 |
|
|
Totaal |
168 |
(6 EC x 28 uur) |
Aanwezigheidseisen opleiding (OER-B):
Aanvullende eisen voor dit vak:
Bij dit vak hoort een praktijkdeel; per student zullen verschillende afspraken gemaakt worden met de praktijk, maar studenten moeten minimaal 21 uur in de onderwijspraktijk aanwezig zijn om het vak te kunnen halen. Dit kan niet op een andere manier worden ingehaald.
| Onderdeel en weging | Details |
|
Eindcijfer | |
|
1 (100%) Eindopdracht Onderwijslab Wiskunde |
Onderwijslab wiskunde wordt afgesloten met een eindopdracht die beoordeeld wordt met een cijfer, dat tevens het eindcijfer voor het vak zal zijn. Verder wordt er tijdens en in voorbereiding op de bijeenkomsten aan opdrachten gewerkt die in de bijeenkomsten zelf besproken worden, en waar geen cijfer voor wordt gegeven.
De opdracht dient te worden in geleverd in week 16 van de cursus en bestaat uit een onderwijsontwerp (bijvoorbeeld een les, maar misschien wel materiaal of een filmpje) dat antwoord geeft op een vraag uit de onderwijssituatie, en een verslag over het ontwerp en de toepassing daarvan. Dat verslag sluit af met een reflectie en aanwijzingen ter verbetering. In het verslag worden ook logboeken opgenomen die de student gedurende de cursus bijhoudt die betrekking hebben op zijn of haar werk in de onderwijspraktijk. De opdracht wordt beoordeeld aan de hand van het beoordelingsformulier op Canvas.
Dit vak hanteert de algemene 'Fraude- en plagiaatregeling' van de UvA. Hier wordt nauwkeurig op gecontroleerd. Bij verdenking van fraude of plagiaat wordt de examencommissie van de opleiding ingeschakeld. Zie de Fraude- en plagiaatregeling van de UvA: http://student.uva.nl
In het schema hieronder staat per week beschreven welke onderwerpen behandeld worden. In sommige weken staat onder andere een workshop gepland: deze worden telkens door een ander groepje van 2 à 3 deelnemers verzorgd en gaan over een door hen in overleg met de docenten gekozen onderwerp. Elke workshop duurt ongeveer drie kwartier en biedt de studenten de ruimte om een gegeven onderwerp gerelateerd aan het lesgeven in wiskunde verder uit te diepen, maar ook om te oefenen met het verzorgen van onderwijs aan een groep medestudenten. We verwachten hierbij dat het geleerde in de praktijk wordt toegepast.
| Weeknummer | Onderwerpen | Studiestof |
| 1 |
Introductie en kennismaken Visie op rekenonderwijs Concrete afspraken over het praktijkonderdeel |
|
| 2 |
Doelen van wiskunde-onderwijs Observeren |
Handboek wiskundedidactiek H1.3 en 1.4 (nadruk 1.4.1) |
| 3 |
Vragen stellen of uitleggen? Type leerdoelen: kennis, vaardigheden, probleemoplossen. |
Handboek wiskundedidactiek H1.5 Dekker: proces en producthulp |
| 4 |
Een samenhangend stelsel van begrip: het verschil tussen experts en beginners |
Handboek wiskundedidactiek 1.1 en 1.4 (nadruk 1.4.2, 1.4.3) |
| 5 |
Workshop 1 Algemene didactiek: vormgeven van een les |
|
| 6 | Begrip en automatiseren: samenhang tussen lesdoel en lesactiviteiten | |
| 7 |
Workshop 2 Feedback en aansluiten bij leerlingen |
|
| 8 | geen college | |
| 9 | Klassemanagement: Roos van Leary | |
| 10 |
Workshop 3 Tuckman: fasen in groepsvorming |
|
| 11 | Rijke problemen in Rekenen en Wiskunde | |
| 12 |
Workshop 4 Leerlijnen |
|
| 13 |
Workshop 5 Formatief toetsen |
|
| 14 |
Workshop 6 Diagnostiek |
|
| 15 |
Visie op onderwijs Afsluiting |
|
| 16 | inleveren opdracht 2 |
Het rooster van dit vak is in te zien op DataNose.