Ecophysiology
6 EC
Semester 2, periode 5
5042ECOF6Y
| Eigenaar | Bachelor Biologie |
| Coördinator | dr. M. Kant |
| Onderdeel van | Bachelor Biologie, jaar 1 |
Het vak biedt inzicht in de relatie tussen de verschijningsvorm van een organisme en z’n leefomgeving. Het vak vereist geen speciale voorkennis maar Biologie op middelbare school niveau is een pre. Het vak overkruist de vakgebieden van de gedragsbiologie, planten- en dierenfysiologie, neurobiologie, ecologie en evolutie in vogelvlucht en biedt naast kennis vooral inzicht in biologische interacties en ervaring met het opzetten van experimenteel onderzoek. De onderwerpen zijn:
Na ieder college verschijnen de slides op Canvas, voorzien van een begeleidende tekst inclusief de verwijzingen naar de relevantie hoofdstukken en paragrafen uit het boek.
We gebruiken enkele hoofdstukken uit het boek “Plant Physiology and Development” (Taiz et al, 6e editie). Overig materiaal wordt als losse teksten toegevoegd aan het collegemateriaal op canvas.
Aan het eind van het vak kan de student:
kennis en inzicht toepassen in situaties met betrekking tot de interacties van organismen met hun biotische en abiotische omgeving en hoe selectie in deze milieus de plasticiteit van hun fysiologie bepaalt.
Dit vak is als volgt opgebouwd:
Elke dag wordt er een thematisch hoorcollege gegeven. Deze hoorcolleges staan grotendeels los van elkaar en staan inhoudelijk los van de practica.
Elke dag is er practicum (meestal ’s middags): het practicum volgt een aaneengesloten programma van 4 weken waarbij de studenten in groepjes van 10-12 personen het “wetenschappelijk proces” gaan doorlopen. Elke groepje krijgt een thema en een begeleider toegewezen. Aan de hand van literatuur en discussie formuleert elke groep vervolgens toetsbare hypothesen. Daarna zet elke groep deze hypothesen om in experimenten daarbij nadrukkelijk rekening houdende met dataverwerking. De laatste twee dagen bereid elke groep een poster voor die aan de gehele cursusgroep gepresenteerd wordt en met de hele groep wordt bediscussieerd.
|
Activiteit |
Uren |
|
|
Hoorcollege |
24 |
|
|
Practicum |
48 |
|
|
Tentamen |
3 |
|
|
Vragenuur |
2 |
|
|
Zelfstudie |
81 |
|
|
Totaal |
168 |
(6 EC x 28 uur) |
Aanwezigheidseisen opleiding (OER-B):
Aanvullende eisen voor dit vak:
Voor dit vak gelden de aanwezigheidsregels zoals vermeld in OER B.
Aanwezigheid bij het practicum is verplicht. Afwezigheid leidt in principe tot een onvoldoende. Eventuele afwezigheid tijdens practica door ziekte dient altijd voor aanvang van het practicum bij Merijn Kant en bij je practicumbegeleider te worden gemeld (mondeling of per email). Bij afwezigheid zonder afmelding, krijg je automatisch “onvoldoende” voor het practicum. Als je een practicummiddag mist door aantoonbare overmacht, kan er gebruik worden gemaakt van een compensatieregeling: of je daarvoor in aanmerking komt wordt per individu beoordeeld. Deze opdracht bestaat uit het schrijven van een practicumverslag over het gehele practicum. Het inhalen van onderdelen van het practicum is niet mogelijk!
| Onderdeel en weging | Details |
|
Eindcijfer | |
|
0.9 (90%) Tentamen | |
|
0.1 (10%) Practicum |
Het schriftelijk tentamen vindt aan het eind van de cursus plaats. Het beslaat 1 open vraag per hoorcollege. Het eindcijfer van het schriftelijk tentamen is het gemiddelde van de score per vraag waarbij elke vraag even zwaar meetelt. Er worden oefenvragen beschikbaar gesteld op Canvas.
Het practicum wordt individueel beoordeeld en op basis van de poster.
De individuele beoordeling is op basis van je bijdrage aan het opzetten van de proef, je inzet tijdens het uitvoeren van de proef en je initiatief t.a.v. het verwerken van de data en het vervaardigen van de poster met de groep.
De poster wordt beoordeeld door de docenten en practicumbegeleiders op basis van (1); hoe efficiënt is de poster in het duidelijk maken van de vraagstelling; (2) hoe efficiënt is de poster in het rapporteren van de voornaamste uitkomsten en (3) hoe efficiënt is de poster in het overbrengen van de conclusie(s). De voertaal op de poster is Engels. Aan het eind van de cursus presenteert elk practicumgroepje z’n poster(s) aan de andere groepen: deze presentaties zijn bij voorkeur ook in het Engels maar worden niet apart beoordeeld.
Deze practicumcijfers worden gemiddeld waarbij het individuele cijfer twee maal zo zwaar meetelt. Het practicumcijfer maakt 10% van het eindcijfer van de cursus uit. Een rekenvoorbeeld: je individuele cijfer voor het practicum is 8,0. De poster van jou groep kreeg een 7,0. Voor je schriftelijk tentamen haalde je een 5,4. Je eindcijfer wordt dan: (((8,0 *2)+7,0)/30)+( 5,4 *0,9) = 5,63 hetgeen wordt afgerond tot 6,0
Je bent voor de module geslaagd wanneer het gewogen gemiddelde van je eindcijfer (incl. practicum) gelijk of hoger is dan 6.0 (waarbij een 5.50 naar een 6.0 wordt afgerond). Hierbij gelden de regels uit het OER.
Studenten kunnen hun tentamen inzien nadat het beoordeeld is. Omdat de afzonderlijke docenten eigen vragen aanleveren kunnen de nagekeken tentamens alleen per docent ingezien en besproken worden.
Het practicum bestaat uit het opzetten van een experiment op basis van “aims & objectives” (zie ‘leerdoelen’) en eventueel een hypothese. Aan het eind van het practicum vervaardig je groepsgewijs een poster waarop het practicumwerk aan het eind van de cursus gepresenteerd wordt. De instructies voor het maken van de poster vind je op Canvas. De poster wordt beoordeeld door de docenten en practicumbegeleiders.
Dit vak hanteert de algemene 'Fraude- en plagiaatregeling' van de UvA. Hier wordt nauwkeurig op gecontroleerd. Bij verdenking van fraude of plagiaat wordt de examencommissie van de opleiding ingeschakeld. Zie de Fraude- en plagiaatregeling van de UvA: http://student.uva.nl
Zie rooster op datanose en overige informatie op canvas
Het rooster van dit vak is in te zien op DataNose.
Dit vak heeft een Canvas-site. Hier vind je de noodzakelijke aanvullende informatie, zoals de groepsindeling van de werkcolleges, de opdrachten. Bekijk de Canvassite dus met grote regelmaat