Natuurkunde en sterrenkunde practicum 1A

Lab course Physics and Astronomy 1A

3 EC

Semester 1, periode 1, 2

50921NSA3Y

Eigenaar Bachelor Natuur- en Sterrenkunde (joint degree)
Coördinator G.J. Kuik
Onderdeel van Dubbele bachelor Wis- en Natuurkunde, jaar 1Bachelor Natuur- en Sterrenkunde (joint degree), jaar 1Bachelor Bèta-gamma, major Natuurkunde, jaar 2

Studiewijzer 2018/2019

Globale inhoud

Het Natuurkunde en sterrenkunde practicum 1A (NSP1A) is een inleiding tot experimenteren. Door het uitvoeren van een aantal experimenten worden basisvaardigheden en -technieken geoefend. Deze vaardigheden en technieken zijn nodig om experimenteel onderzoek te kunnen uitvoeren. Onderwerpen die aan bod komen zijn: kennismaken met meetmethodes en -apparatuur, mobiliseren van de benodigde natuurkunde kennis om een verschijnsel te kunnen beschrijven, definiëren van een vraagstelling, opstellen van een werkplan, ontwerpen van een experiment, uitvoeren van een experiment, bijhouden van een logboek, dataverwerking en foutenanalyse, kritische beoordeling van de resultaten, mondelinge en schriftelijke verslaglegging. Het practicum start cursorisch met een verkenning van algemene meetmethodes, -apparatuur, dataverwerking en foutenberekening. Daarna volgen twee uitgebreidere experimenten waarin de student steeds zelfstandiger aan de slag moet kunnen gaan. De schriftelijke verslaglegging wordt gedurende het practicum opgebouwd van het bijhouden van een logboek tot het schrijven van een verslag.

Het vervolg op dit practicum is het practicumdeel van het vak Natuurkunde en sterrenkunde practicum 1B, dat gegeven wordt in semester 2 periode 4.

Studiemateriaal

Literatuur

  • Bij het onderwerp data-analyse wordt gebruik gemaakt van het boek: J.R. Taylor, An introduction to error analysis (University Science Books, Sausalito, 2, 1997), ISBN 978 0935 702 750. Dit boek is beschikbaar op https://archive.org/details/TaylorJ.R.IntroductionToErrorAnalysis2ed. Tijdens deze cursus wordt aandacht besteed aan hoofdstuk 1 t/m 3.

Syllabus

  • Alle handleidingen voor het Natuurkunde en sterrenkunde practicum 1A zijn gebundeld in een syllabus. Deze is tijdens het eerste dagdeel van de cursus aan te schaffen op het practicum.

Practicummateriaal

  • Tijdens de uitvoering van een experiment wordt de voortgang bijgehouden in een logboek. Het logboek is aan te schaffen bij de Education Service Desk.

Software

  • Voor de dataverwerking wordt er gebruik gemaakt van het dataverwerkingsprogramma Origin. De student kan dit programma op zijn laptop installeren en een licentie aanvragen bij een staflid. De handleiding voor het downloaden en installeren van dit programma staat op Canvas. Let op: Origin draait alleen in een Windows-omgeving.

Overig

  • De richtlijnen voor het bijhouden van een logboek en het schrijven van een verslag komen aan bod bij de cursus Academische vaardigheden en tutoraat. Meer informatie over deze onderwerpen kun je vinden in de bijbehorende handleiding ‘Academische vaardigheden’.

Leerdoelen

Na afloop van dit vak kan de student:

  • Een eenvoudig experiment opzetten en uitvoeren.
  • Een aantal basistechnieken en data-analyse toepassen.
  • De resultaten van een experiment interpreteren en analyseren.
  • De resultaten van een experiment schriftelijk presenteren.

Onderwijsvormen

  • (Computer)practicum
  • Hoorcollege
  • Werkcollege
  • Zelfstudie

Verdeling leeractiviteiten

  • Practicum: 56 uur
  • Zelfstudie: 28 uur

 

De studielast van dit vak is 84 uur (3 EC). Er zijn in totaal 56 contacturen geroosterd in de vorm van practica. Een aantal onderwerpen zal ingeleid worden met een hoor- en/of een werkcollege. De overgebleven 28 uur besteedt de student aan zelfstudie, waaronder de voorbereiding op de experimenten, het maken van opgaven voorafgaand aan het dagdeel over foutenberekening en het (her)schrijven van het verslag. Er zijn relatief veel contacturen en een groot gedeelte van het werk vindt plaats tijdens de practica zelf.

Academische vaardigheden

Op het practicum worden verschillende meet- en experimentele vaardigheden geleerd. Daartoe behoren ook dataverwerking en de vaardigheid om de resultaten schriftelijk vast te leggen.

Aanwezigheid

Aanwezigheidseisen opleiding (OER-B):

  • Van elke student wordt actieve deelname verwacht aan het onderwijsonderdeel waarvoor hij staat ingeschreven. Een student die de eerste twee werkcolleges van een lesblok geen gebruik maakt van de werkcolleges, zal administratief uit de werkcollegegroep verwijderd worden. Een verzoek opnieuw ingeschreven te worden bij de werkcolleges kan ingediend worden bij de opleidingscoördinator.
  • Als een student door overmacht niet aanwezig kan zijn bij een verplicht onderdeel van het onderdeel, dient hij dit zo snel mogelijk schriftelijk te melden bij de betreffende docent. De docent kan, eventueel na overleg met de studieadviseur, besluiten om de student een vervangende opdracht op te leggen.
  • Het is niet toegestaan om verplichte onderdelen van een onderdeel te missen als er geen sprake is van overmacht.
  • Bij kwalitatief of kwantitatief onvoldoende deelname, kan de examinator de student uitsluiten van verdere deelname aan het onderdeel of een gedeelte daarvan. Voorwaarden voor voldoende deelname worden van te voren vastgelegd in de studiewijzer.
  • Ter uitbreiding van de bovenstaande regels geldt voor de vakken in het eerste semester van het eerste jaar dat een student bij minimaal 80% van de werkcolleges aanwezig dient te zijn. Bovendien moet worden deelgenomen aan eventuele tussentoetsen en verplicht gesteld huiswerk. Als niet aan deze verplichting is voldaan, wordt de student uitgesloten voor de herkansing van het bijbehorende vak. Studenten in het Dubbele Bachelor programma Wis- en Natuurkunde zijn vrijgesteld van deze plicht. In geval van persoonlijke omstandigheden, zoals in OER-A Artikel 6.4 omschreven, wordt in overleg met de studieadviseur een afwijkend studieplan gemaakt.

Aanvullende eisen voor dit vak:

  • Aanwezigheid bij de hoorcolleges, werkcolleges en practica is verplicht. Te laat komen of een dagdeel missen is dus niet toegestaan.
  • Gedurende een periode krijgt de student vaste dagdelen per week toegewezen voor het doen van experimenten. De dagdelen hangen af van de groep waarin de student ingedeeld is. Kijk op Datanose voor het rooster.

 

Te laat

Het kan voorkomen dat je trein vertraging heeft, je band lek is, je wekker het niet deed of je poes haar behoefte heeft gedaan op jouw bed. In dergelijke gevallen kun je te laat komen op het practicum. Als dat maximaal twee keer voorkomt, kun je het practicum toch nog afronden. Zit je op een moeilijk OV-traject, ga dan éérder van huis weg! Als je méér dan een uur te laat komt, dan tellen we dat als ‘afwezig’, en dat is niet toegestaan. Je kunt het practicum dan niet meer afronden.

 

Ziekte

Afwezigheid in verband met ziekte moet voorafgaand aan het practicum gemeld worden bij Tabitha Dreef (t.dreef@uva.nl). Als je maximaal twee dagdelen ziek bent tijdens het introductiedeel van het practicum (dagdeel 1 t/m 4) dan moet je dat in overleg met de practicumstaf inhalen, maar kun je het practicum nog afronden. Als je langer ziek bent dan moet je het practicum helaas opnieuw doen. Als je één of meer dagdelen ziek bent tijdens experiment 1 óf experiment 2 dan kun je dat experiment niet meer afronden. In de tentamenweek kun je één experiment afronden om het practicum alsnog af te sluiten. Heb je door ziekte dagdelen uit experiment 1 én experiment 2 gemist, dan moet je het practicum helaas volgend jaar opnieuw doen.

 

Samenvattend de te laat-/ziekte-regeling

  •  Méér dan een uur te laat: uitsluiting van het practicum
  •  Méér dan twee keer te laat: uitsluiting van het practicum
  •  Dagdeel ziek tijdens introductiedeel: inhalen in overleg met de practicumstaf
  •  Dagdeel ziek tijdens experiment 1 óf experiment 2: experiment afronden tijdens tentamenweek
  •  Dagdelen ziek tijdens experiment 1 én experiment 2: uitsluiting van het practicum

Uitsluiting van het practicum betekent over het algemeen dat je het practicum volgend jaar opnieuw moet doen. Voor NSP1A is er de mogelijkheid om de cursus opneiuw te doen tijdens het practicumdeel van NSP1B. Om hiervoor in aanmerking te komen dien je vóór 15 januari een verzoek gedaan te hebben bij Tabitha Dreef (t.dreef@uva.nl).

Toetsing

Onderdeel en weging Details

Eindcijfer

Het bijwonen van en het actief deelnemen aan alle onderdelen van deze cursus is verplicht. Bij alle onderdelen die getoetst worden moet een resultaat behaald zijn, anders volgt er geen eindbeoordeling van deze cursus. De eindbeoordeling wordt gemaakt door de assistenten in overleg met de practicumstaf en vindt plaats op grond van de volgende punten:

  • Toets data-analyse: de afsluitende toets van het werkcollege foutenberekening telt voor 10% mee in het eindcijfer.
  • Logboek: van experiment 1 wordt het logboek afzonderlijk beoordeeld. Dit onderdeel telt voor 20% mee in het eindcijfer. Van experiment 2 zal het logboek meegewogen worden in de beoordeling van de experimentele en academische vaardigheden. Het logboek wordt individueel bijgehouden, ook als de student met iemand anders samenwerkt. Het logboek moet worden geschreven tijdens het experimenteren.
  • Herschreven verslag: het herschreven verslag over experiment 2 telt voor 30% mee in het eindcijfer en moet minimaal een 5.0 zijn. Zowel de eerste versie als de herschreven versie van het verslag worden individueel geschreven. Een begeleider zal de eerste versie van het verslag van feedback voorzien, waarna de student het verslag herschrijft.
  • Experimentele en academische vaardigheden: bij de beoordeling experimentele en academische vaardigheden wordt onder andere gelet op initiatief, inzet, creativiteit, gestructureerd werken en de kwaliteit van de (werkplan)besprekingen met de assistent. De experimentele en academische vaardigheden worden voor experiment 1 en experiment 2 apart beoordeeld. Beide beoordelingen tellen ieder voor 20% mee in het eindcijfer. Het gemiddelde van deze beide beoordelingen moet minimaal een 5.0 zijn. Het logboek bijgehouden tijdens experiment 1 wordt afzonderlijk beoordeeld, maar voor experiment 2 wordt het logboek meegewogen in de beoordeling van de experimentele en academische vaardigheden.

Voor het succesvol afronden van NSP1A moet het eindcijfer uitiendelijk minimaal op een 5.5 uitkomen.

 

Herkansingsregeling

Als je niet voldoet aan de eisen zoals vermeld in bovenstaande sectie, dan heb je de cursus niet gehaald en krijg je geen studiepunten. Je valt dan automatisch in één van de herkansingsregelingen. Er zijn drie regelingen, afhankelijk van de cijfers die je gehaald hebt voor het herschreven verslag en de gemiddelde beoordeling van de experimentele en academische vaardigheden. Zie de tabel en de beschrijvingen hieronder voor een overzicht van de regelingen en de eisen.

 

Experimentele en 

academische vaardigheden

Herschreven

verslag

Herkansings-

regeling

Maximaal

eindcijfer

>= 6.0 < 5.0 1 6.0
> = 5.0 > = 5.0 2 6.0
geen eis geen eis 3 10.0

 

Herkansingsregeling 1

Deze regeling is voor studenten waarvan de gemiddelde beoordeling van de experimentele en academische vaardigheden op minimaal een 6.0 uitkomt, maar de beoordeling van het herschreven verslag lager dan een 5.0 is. We bieden je dan aan om het herschreven verslag nogmaals te herschrijven. De deadline hiervoor wordt door de practicumstaf bepaald. Let op: voorwaarde voor het herschrijven van het herschreven verslag is dat je mondeling de feedback op dit verslag met een staflid doorspreekt. Wanneer je na herschrijven wél voldoet aan de eisen uit de eerdere sectie, dan heb je het practicum gehaald. Het maximale eindcijfer dat je krijgt toegewezen is een 6.0. Wil je hoger halen, dan moet je het hele practicum overdoen.

 

Herkansingsregeling 2

Je valt in deze regeling als de beoordeling van het herschreven verslag én de gemiddelde beoordeling van de experimentele en academische vaardigheden minstens een 5.0 zijn. Je hoeft dan slechts een deel van het practicum over te doen. In de volgende cursus doe je de eerste twee weken van het practicum volledig mee (het introductiedeel) en voer je experiment 2 uit. Je mag experiment 1 dus overslaan. Je wordt dan beoordeeld op de toets data-analyse (10%), het herschreven verslag van experiment 2 (45%) en de experimentele en academische vaardigheden inclusief logboek (45%). Wanneer je met deze beoordeling voldoet aan de eisen uit de eerdere sectie dan heb je het vak gehaald. Omdat je niet het hele practicum herkanst, kun je het vak afronden met hoogstens een 6.0. Wil je hoger halen, dan moet je het hele practicum overdoen. Als je mag deelnemen aan deze herkansingsregeling dan is het mogelijk om NSP1A te herkansen tijdens het practicumdeel van NSP1B. Je kunt hiervoor een verzoek per e-mail doen bij Tabitha Dreef (t.dreef@uva.nl). Dit verzoek moet vóór 15 januari ontvangen zijn.

 

Herkansingsregeling 3

Deze regeling geldt voor alle studenten die voor de beoordeling van het herschreven verslag en/of de gemiddelde beoordeling van de experimentele en academische vaardigheden lager hebben gehaald dan een 5.0. Je zult dan het hele practicum over moeten doen tijdens de volgende cursus. Omdat je het hele vak opnieuw volgt, is er geen restrictie op het te behalen eindcijfer. Het is mogelijk om NSP1A volledig te herkansen tijdens het practicumdeel van NSP1B. Aangezien de opzet van het practicumdeel van NSP1B iets anders is dan de opzet van NSP1A, bieden we een aangepast programma ten opzichte van NSP1A aan. Dit programma wordt vlak voor de start van het practicumdeel van NSP1B vastgesteld. Om NSP1A te kunnen herkansen tijdens het practicumdeel van NSP1B dien je een verzoek per e-mail te doen bij Tabitha Dreef (t.dreef@uva.nl). Dit verzoek moet vóór 15 januari ontvangen zijn.

 

Zakken voor de herkansing

Als je gebruik maakt van een herkansingsregeling, maar de cursus alsnog niet haalt, dan mag je gebruik maken van de opvolgende regeling. Bijvoorbeeld: als je alleen lager dan een 5.0 gescoord had voor het herschreven verslag en dit verslag herschrijft (herkansingsregeling 1) maar daarvoor nog steeds geen 5.0 of hoger haalt, dan mag je in de volgende cursus een deel van het practicum herkansen (herkansingsregeling 2). Als je daarvoor ook niet slaagt, dan zul je het hele practicum over moeten doen in de volgende cursus (herkansingsregeling 3). Je mag dus nóóit twee keer herschrijven of twee keer een deel van het practicum herkansen. Ook kost het vaststellen van een eindbeoordeling tijd, dus je kunt niet gebruik maken van herkansingsregeling 2 en vervolgens herkansingsregeling 3 tijdens dezelfde cursus. Houd daar rekening mee.

Inzage toetsing

Om een inzagemoment aan te vragen, kun je contact opnemen met de coördinator.

Opdrachten

Diagnostische test

  • Ter voorbereiding van het dagdeel foutenberekening dient de student een diagnostische test te maken. Deze test gaat over hoofdstuk 1 t/m 3 uit het boek van Taylor.

Toets

  • Als afsluiting van het dagdeel foutenberekening maakt de student een toets. Tijdens de toets mag de student gebruikmaken van een samenvatting van de rekenregels en een rekenmachine. Deze toets telt mee in de eindbeoordeling.

Logboek introductie-experiment

  • Aan het einde van het introductie-experiment levert de student zijn logboek in. Het logboek wordt individueel bijgehouden tijdens het experimenteren. Op dit logboek ontvangt de student feedback.

Werkplan experiment 1

  • Voorafgaand aan het tweede dagdeel van experiment 1 levert de student samen met zijn partner een werkplan in. In het werkplan wordt het doel en opzet van het experiment beschreven. De student en zijn partner spreken dit werkplan door met een begeleider.

Logboek experiment 1

  • Aan het einde van experiment 1 levert de student zijn logboek in. Het logboek wordt individueel bijgehouden tijdens het experimenteren. Dit logboek wordt afzonderlijk beoordeeld.

Werkplan experiment 2

  • Voorafgaand aan het tweede dagdeel van experiment 2 levert de student samen met zijn partner een werkplan in. In het werkplan wordt het doel en opzet van het experiment beschreven. De student en zijn partner spreken dit werkplan door met een begeleider.

Logboek experiment 2

  • Aan het einde van experiment 2 levert de student zijn logboek in. Het logboek wordt individueel bijgehouden tijdens het experimenteren. De kwaliteit van dit logboek wordt meegewogen in de beoordeling van de experimentele en academische vaardigheden.

Verslag experiment 2

  • Aan het einde van experiment 2 levert de student een eerste versie van het verslag in. Het verslag wordt individueel geschreven. Op de eerste versie van dit verslag ontvangt de student feedback.

Herschreven verslag experiment 2

  • Op basis van de feedback op de eerste versie van het verslag en de zelfbeoordeling herschrijft de student het verslag. Het herschreven verslag wordt individueel geschreven. Dit herschreven verslag wordt beoordeeld.

Fraude en plagiaat

Dit vak hanteert de algemene 'Fraude- en plagiaatregeling' van de UvA. Hier wordt nauwkeurig op gecontroleerd. Bij verdenking van fraude of plagiaat wordt de examencommissie van de opleiding ingeschakeld. Zie de Fraude- en plagiaatregeling van de UvA: http://student.uva.nl

Weekplanning

Naast de eerder genoemde opdrachten dient de student zich voor sommige dagdelen nog extra voor te bereiden. Een overzicht van de stof die voorafgaand aan een dagdeel voorbereid moet worden (huiswerk) en de deadlines voor bovengenoemde opdrachten worden voorafgaand aan de cursus op Canvas gepubliceerd.

Rooster

Het rooster van dit vak is in te zien op DataNose.

Aanvullende informatie

  • Deelname aan het practicumdeel van NSP1B (periode 4) is alleen mogelijk als het vak NSP1A behaald is. Het Mathematica-deel kan wel gevolgd worden, ook als het vak NSP1A niet behaald is. De toekenning van de 3 EC aan NSP1B zal pas plaatsvinden als zowel het practicumdeel als het Mathematica-deel behaald is.
  • Dit vak heeft een Canvassite. Hier vindt de student de noodzakelijke aanvullende informatie, zoals de handleiding voor experimenten en de opdrachten. De student wordt aangeraden om deze pagina met grote regelmaat te bekijken, ook om op de hoogte te blijven van eventuele wijzigingen. 

Contactinformatie

Coördinator

  • G.J. Kuik

Hieronder kun je de contactgegevens vinden van de practicumstaf. Mocht je contact willen opnemen, dan heeft het de voorkeur om dit per mail te doen, aangezien niet iedereen altijd op het Science Park aanwezig is.

 

Docenten

 

Technisch medewerkers