Academische Basisvaardigheden 1.1

Academic Skills 1.1

3 EC

Semester 1, periode 1, 2, 3

51021ACB3Y

Eigenaar Bachelor Psychobiologie
Coördinator J. Struik MSc
Onderdeel van Bachelor Psychobiologie, jaar 1

Studiewijzer 2018/2019

Globale inhoud

Bij Academische Basisvaardigheden (ABV) leer je wetenschappelijke artikelen lezen en schrijven en werk je aan de ontwikkeling van een academische houding. Om wetenschappelijke artikelen te kunnen lezen en schrijven leer je hoe een wetenschappelijke tekst is opgebouwd en hoe dit samenhangt met de empirische cyclus. Ook oefen je met het mondeling presenteren van wetenschappelijk onderzoek. Daarnaast werk je aan het ontwikkelen van een academische houding: een nieuwsgierige, kritische, reflectieve, zorgvuldige en gedisciplineerde houding.  Het programma van Academische basisvaardigheden (ABV) is verdeeld over twee op elkaar volgende vakken van elk 3 EC (ABV 1.1 en ABV 1.2). Deze studiewijzer is van toepassing op het eerste vak: ABV 1.1.

Er zijn bij ABV 1.1 twee eindopdrachten die zijn gericht op schrijfvaardigheid, één opdracht die gericht is op presentatievaardigheid en één op het krijgen van inzicht in de vervolgmogelijkheden na je studie. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan feedback geven en ontvangen en zelfreflectie. Elke vaardigheid zal stap voor stap geïntroduceerd worden. De vaardigheden uit elke opdracht worden meegenomen naar de daarop volgende opdracht. Aan het einde van ABV 1.1 en 1.2, aan het einde van het jaar, ben je in staat een verslag te schrijven dat voldoet aan alle basisprincipes van wetenschappelijke verslaglegging. Deze vaardigheden gebruik je in de latere jaren van je opleiding, bijvoorbeeld bij Experimentatie jaar 2, de miniscriptie en het bachelorproject.

 

Studiemateriaal

Literatuur

  • Academische Vaardigheden voor Interdisciplinaire Studies

  • Critical Thinking miniguide

Syllabus

  • Diverse artikelen en handouts die binnen het vak verstrekt worden.

Leerdoelen

De student kan:

  • een bondige, zakelijke en tekstueel samenhangende tekst in correct Nederlands schrijven in de juiste werkwoordstijden.
  • de inhoud van een wetenschappelijk artikel mondeling en schriftelijk in eigen woorden samenvatten.
  • zowel inhoudelijke als methodologische kritische vragen stellen over mondelinge verslaglegging van populair wetenschappelijk onderzoek.
  • schriftelijke en mondelinge feedback geven op schriftelijke en mondelinge verslaglegging van wetenschappelijk onderzoek van medestudenten.
  • schriftelijke en mondelinge feedback ontvangen en verwerken in dezelfde en in nieuwe opdrachten.
  • op de juiste plaats in de tekst refereren en zowel referenties als literatuurlijst volgens de handleiding opmaken.
  • zelfstandig en efficiënt wetenschappelijke artikelen opzoeken, lezen, de belangrijkste conclusies samenvatten, de benodigde informatie vinden en achtergrondinformatie opzoeken.
  • vertellen wat de studie en beroeps mogelijkheden zijn na en tijdens zijn studie en herkent zijn eigen orientatie proces
  • de empirische cyclus herkennen in wetenschappelijke artikelen en deze zelf toepassen in wetenschappelijke verslaglegging.
  • met een partner een heldere en samenhangende wetenschappelijke presentatie geven met een duidelijke, leesbare en overzichtelijke diapresentatie en goede presentatietechnieken.
  • op een wetenschappelijke manier verslaglegging doen van experimenten van anderen en hierbij gebruik maken van de IMRD-structuur en het zandlopermodel.
  • reflecteren op zijn eigen inzet en vaardigheden voor eindopdrachten en een stappenplan om in vervolgopdrachten zijn vaardigheden te verbeteren.
  • al zijn uitspraken met argumenten en literatuur onderbouwen.
  • de inhoud van verschillende wetenschappelijke artikelen inhoudelijk en tekstueel integreren in een wetenschappelijke tekst.
  • met een groep medestudenten een product maken wat bijdraagt aan de ontwikkeling in het orientatie proces op studieloopbaan en eventuele beroepsmogelijkheden

Onderwijsvormen

  • Zelfstudie
  • Begeleiding/feedbackmoment
  • Werkcolleges (verplicht)

Elke week (behalve in de tentamenweken) is er een werkgroep van ABV. Je werkgroep
bestaat uit ongeveer 16 studenten. Bij ABV 1.1 zit je het hele semester in dezelfde groep met
dezelfde docent.  
De werkgroepen duren 2 uur en tijdens de werkgroepen worden opdrachten besproken,
nieuwe opdrachten uitgelegd en vaardigheden geoefend. De opdrachten worden soms
plenair besproken, maar er wordt ook in groepjes en in duo’s gewerkt.  
Naast de 2 uur in de werkgroep ben je gemiddeld per week 4 uur bezig met
voorbereiding van de werkgroep. In deze tijd schrijf je verslagen, maak je opdrachten en
presentaties of bereid je kritische vragen voor.  

Actieve deelname  
Deelname aan de werkgroepen vereist een actieve en academische werkhouding. Tijdens dit
vak word je getraind om kritisch na te denken en een mening te vormen over onderwerpen
die besproken worden. Deze belangrijke vaardigheid oefen je vanaf het begin door kritische
vragen aan elkaar te stellen, feedback aan elkaar te geven, meningen te formuleren en op te
schrijven, en met elkaar te discussiëren over wetenschappelijke onderwerpen. Er wordt
verwacht dat je hier actief aan deelneemt. Daarnaast werk je veel samen in groepen. Er
wordt verwacht dat je het werken in groepsverband gebruikt om elkaar te helpen en elkaar
aan te vullen, o.a. door elkaar op een constructieve manier feedback te geven. Door het werk
van anderen kritisch te bekijken, van constructieve feedback te voorzien en hulp te vragen
bij moeilijke onderdelen, wordt je leerproces aangevuld en verrijkt. 

Verdeling leeractiviteiten

Activiteit

Aantal uur

 

 

Werkcollege

24

Zelfstudie

60

Aanwezigheid

Aanwezigheidseisen opleiding (OER-B):

  • Deelname aan alle practica, computerpractica, veldwerk en werkcolleges in het curriculum is verplicht en de student dient zich op deze bijeenkomsten terdege voor te bereiden.

Aanvullende eisen voor dit vak:

Aanwezigheid bij de werkgroepen is verplicht. Per semester mag je maximaal twee bijeenkomsten missen, ongeacht de reden. Ook voor het niet op tijd aanwezig zijn kan je deelname aan de werkgroep worden ontzegd. Bij verzuim van meer dan twee werkgroepen, wordt je eindcijfer van ABV 1.1 per extra afwezige werkgroep verminderd met 0,5 punt. 

Bij afwezigheid moet je je van tevoren telefonisch of per e‐mail afmelden bij jouw docent. Daarnaast moet je ook bij afwezigheid aan de deadlines voor het inleveren van opdrachten voldoen en moet je de thuisopdrachten voor de volgende werkgroep maken. Je bent er zelf verantwoordelijk voor dat je de informatie die je hebt gemist, verkrijgt via Canvas, je docent en/of je medestudenten. 

Toetsing

Onderdeel en weging Details Opmerkingen

Eindcijfer

35%

Onderzoeksbeschrijving

Herkansbaarcompenseerbaar met Literatuurverslag

50%

Literatuurverslag

Moet ≥ 5.5 zijn, HerkansbaarOB+LV moet gemiddeld minimaal 5.5 zijn

15%

Academische Houding

OB+LV+AH moet gemiddeld minimaal 5.5 zijn

De thuisopdrachten voor de volgende werkgroep worden uiterlijk vanaf de voorgaande werkgroep digitaal via Canvas aangeboden. De werkgroepopdrachten worden ook digitaal via Canvas aangeboden. 

Schrijfopdrachten en presentaties waarop je feedback of een cijfer krijgt, moet je op tijd  inleveren op Canvas. Aanvullende inlevereisen per opdracht worden gecommuniceerd via de omschrijvingen van de opdracht op Canvas. Afwezigheid in de werkgroep is in principe geen reden tot uitstel van de deadline. Als je een deadline niet haalt, krijg je geen feedback en/of cijfer.

Beoordeling

De beoordeling van dit vak is gebaseerd op twee eindopdrachten (OB en LV) en jouw academische houding. Het gemiddelde cijfer voor deze opdrachten bepaalt je eindcijfer voor deze cursus. Je bent geslaagd voor ABV 1.1 als je deze opdrachten binnen één jaar met minimaal een 5,5 hebt afgerond, als je de opdracht voor de studieloopbaan orientatie hebt afgerond en het eindproduct is goedgekeurd, een nieuwsflits hebt gegeven en je niet teveel aftrek hebt gekregen vanwege afwezigheid. Een onvoldoende van de onderzoeksbeschrijving (OB, eerste opdracht) kun je compenseren met het literatuurverslag (LV, tweede opdracht) indien het gemiddelde van deze twee opdrachten minimaal een 5,5 is. Een onvoldoende voor de academische houding kan gecompenseerd worden met zowel OB als LV.

Inhaalweek

Aan het einde van het eerste semester is er een inhaalweek. In deze week kun je onvoldoendes omzetten in een voldoende (OB en LV) of een opdracht inhalen (NF en SLO). Er kan in een inhaalweek voor opdrachten maximaal een 6 behaald worden. Verdere informatie over deze herkansmogelijkheden zal binnen het vak gecommuniceerd worden.

Inhaalgroep tweede semester

Als je de in het eerste semester niet aan de eisen van ABV 1.1 hebt voldaan, kun je onder voorbehoud deelnemen aan ABV 1.2. Je komt dan in het tweede semester in een inhaalgroep. Hierin komen de opdrachten uit het eerste semester nogmaals aan de orde en moeten dan alsnog behaald worden. Dit gebeurt naast de reguliere opdrachten uit ABV 1.2 en  vereist daarom een extra tijdsinvestering. Indien je de opdrachten van ABV 1.1 dan met een voldoende afrond kun je verder met ABV 1.2. Als dit niet lukt kun je niet verder deelnemen aan ABV 1.2 en zal je ABV 1.1 volgend jaar opnieuw moeten volgen. Dit betekent dat je in jaar 2 niet kunt deelnemen aan Experimentatie jaar 2 en de Miniscriptie Engels.

Bijzondere omstandigheden

Je kunt dit vak alleen behalen als je aan alle samenstellende voorwaarden (o.a. aanwezigheidsplicht, verplichte opdrachten etc.) hebt voldaan. Als je om aantoonbare zwaarwegende redenen niet aan alle samenstellende onderdelen kunt voldoen, dien je je zo spoedig mogelijk te melden bij de studieadviseur. In geval van aantoonbaar zwaarwegende omstandigheden wordt er dan in samenspraak met je docent gekeken of er een andere oplossing mogelijk is.

Afronden van cijfers

Let op: volgens de Onderwijs‐ en Examenregeling (OER) van de FNWI (artikel 3.6 van deel A) wordt een 5,5 niet gegeven als eindcijfer voor een vak. Een onafgerond cijfer vanaf 5,5 tot 6,25 wordt afgerond tot een 6,0. Onafgeronde cijfers vanaf 4,75 tot 5,5 worden afgerond naar een 5,0 (zie OER deel A voor een verdere toelichting).
Voor de deelopdrachten worden de cijfers afgerond op één decimaal. Cijfers groter of gelijk aan een 5,5 gelden als een voldoende.

Opdrachten

Onderzoeksbeschrijving (OB, becijferd)

  • Je beschrijft de onderdelen van de empirische cyclus van een wetenschappelijk artikel in eigen woorden.

Studieloopbaanoriëntatie (SLO)

  • Je schrijft met een groepje een voorstel om een volgende stap te zetten in je studieloopbaanoriëntatie en voert dit plan uit. Hierover maak je een eindproduct en geef je een presentatie.

Nieuwflits (NF)

  • Je houdt met een studiegenoot een presentatie over een populair‐wetenschappelijk of wetenschappelijk artikel. Hierbij ligt de nadruk op kritisch denken en presentatievaardigheden.

Literatuurverslag (LV, becijferd)

  • Je beantwoordt een centrale vraagstelling, opgesplitst in deelvragen, met behulp van verschillende onderzoeksresultaten die beschreven worden in drie uitgereikte wetenschappelijke artikelen.

Academische houding (AH, becijferd)

  • Jouw academische werkhouding gedurende het hele semester wordt beoordeeld. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar samenwerking, het houden aan deadlines, kritische vragen stellen en professioneel feedback geven en ontvangen.

Inleveren opdrachten

  • De opdrachten die worden nagekeken door je docent, lever je in op Canvas. Hierbij gaat het om tussen –en eindversies van de (eind)opdrachten, en een aantal opdrachten over de academische houding, die de basis vormen voor verdere reflectie en feedback. Er wordt van je verwacht dat je ingeleverde werk compleet en verzorgd is. Om dit te faciliteren staan op Canvas digitale formats voor alle eindversies en tussenversies.

Feedback

  • Bij iedere opdracht wordt er één of twee keer door rubrics feedback gegeven door je docent of medestudenten. Het doel van de feedback is om informatie te bieden over wat er goed is aan de opdracht en over wat er nog verbeterd kan worden. Daarnaast geeft het informatie over welke vaardigheden je al beheerst en aan welke vaardigheden je in de volgende opdracht nog moet werken.

    Er wordt verwacht dat je aan de hand van de feedback en het boek zelf het gehele verslag nogmaals doorneemt, evalueert en verbetert in volgende versies. Daarnaast wordt verwacht dat je de feedback op je vaardigheden ook gebruikt in je volgende opdrachten in dit jaar en in de komende jaren, bij andere vakken (Experimentatie jaar 2, miniscriptie, bachelorproject). Zo verbeter je je academische vaardigheden gedurende je hele studie.

    De feedback wordt beschikbaar gesteld via Canvas. De Canvas site is na afloop van het vak beperkt beschikbaar, dus sla een kopie van het bestand op voor gebruik bij latere opdrachten.

Fraude en plagiaat

Dit vak hanteert de algemene 'Fraude- en plagiaatregeling' van de UvA. Hier wordt nauwkeurig op gecontroleerd. Bij verdenking van fraude of plagiaat wordt de examencommissie van de opleiding ingeschakeld. Zie de Fraude- en plagiaatregeling van de UvA: http://student.uva.nl

Weekplanning

Het programma van Academische Basisvaardigheden (ABV) omvat 6 EC, verdeeld over twee vakken van elk 3 EC (ABV 1.1 en ABV 1.2). Doorgaans is er elke onderwijsweek (met uitzondering van tentamenweken) een werkgroep van 2 uur. Daarnaast wordt er uitgegaan van (gemiddeld) 4 uur zelfstudie en voorbereiding per week. De zelfstudie bestaat uit het maken van tussen‐ en eindopdrachten, voorbereiden van presentaties, zelfstandig zoeken naar literatuur, etc. De data van de werkgroepen en een overzicht van alle deadlines kun je vinden op de home pagina van ABV op Canvas. Het rooster van ABV vind je in je persoonlijke rooster op Datanose. 

Rooster

Het rooster van dit vak is in te zien op DataNose.

Eindtermen

Deze cursus draagt bij aan de volgende eindtermen van de opleiding Psychobiologie:

1) Kennis en Inzicht

De bachelor:

  • 1g) kan mogelijke vervolgopleidingen benoemen.
  • 1k) kan grensverleggende ontwikkelingen in het wetenschapsgebied Psychobiologie
    herkennen.
  • 1l) kan uitleggen dat een standpunt wordt beïnvloed door context.

2) Toepassen Kennis en Inzicht

De bachelor:

  • 2c) kan de empirische cyclus zelfstandig doorlopen bij het uitvoeren van een onderzoek.
  • 2j) kan redeneren en argumenteren en meerdere standpunten benoemen en onderbouwen.

3) Oordeelsvorming

De bachelor:

  • 3a) kan relevante literatuur verzamelen, verwerken en interpreteren.
  • 3b) kan de implicaties van onderzoeksresultaten voor de maatschappij overzien.
  • 3c) kan onderzoeksresultaten binnen de Psychobiologie en/of binnen een discipline- overstijgende context interpreteren.
  • 3e) kan informatie analyseren aan de hand van kwaliteitscriteria en er een eigen oordeel over vormen.
  • 3f) kan alternatieven en tegenargumenten overwegen bij het vormen of herzien van een oordeel.

4) Communicatie

De bachelor:

  • 4a) kan kennis, bevindingen en standpunten in wetenschappelijk Nederlands en Engels schriftelijk rapporteren en mondeling presenteren.
  • 4b) kan een bijdrage leveren aan wetenschappelijke discussies.
  • 4c) kan op basis van begrip en respect communiceren.
  • 4d) kan onderzoeksgegevens communiceren volgens de regels van wetenschappelijke integriteit.
  • 4e) kan een standpunt overbrengen.

5) Leervaardigheden

De bachelor:

  • 5a) kan een zelfstandige en wetenschappelijke werkwijze en houding ontwikkelen.
  • 5b) kan zich zelfstandig kennis eigen maken.
  • 5c) kan nieuwe kennis integreren met aanwezige kennis en tot inzichten komen.
  • 5d) kan een constructieve en synergetische manier van samenwerken ontwikkelen.
  • 5e) kan zich in een zelfgekozen deelgebied verdiepen of verbreden.
  • 5g) kan feedback geven en verwerken.
  • 5i) kan reflecteren op eigen gedrag en dit gedrag desgewenst verbeteren.
  • 5j) kan geleerde principes generaliseren en toepassen in een andere context.

Aanvullende informatie

Academische Basisvaardigheden 1.1 moet behaald zijn om het reguliere programma van Academische Basisvaardigheden 1.2 te kunnen volgen.

Verwerking vakevaluaties

Hieronder vind je de aanpassingen in de opzet van het vak naar aanleiding van de vakevaluaties.

Contactinformatie

Coördinator

  • J. Struik MSc

Docenten

  • Veerle Eggens
  • Brit Giesbertz
  • Myrtille Gumbs
  • Laura Koenders
  • Cato Drion
  • Suzanne Peters
  • Danielle van Versendaal
  • Eleni Spyropoulou
  • Jessika Buitenweg