Studiewijzer 2018/2019
Globale inhoud
Onderstaande onderdelen zullen worden behandeld gedurende het vak:
- Structuur en werking van het genetisch materiaal, celdeling, celcyclus en controle
- Basale genetica, mutaties en extra-nucleaire overerving
- Moleculaire mechanismen van DNA-replicatie, transcriptie en translatie
- Virussen, prokaryoten en eukaryoten; eukaryote genexpressie
- Recombinant-DNA technologie en genetische modificatie
- Relatie tussen DNA-afwijkingen en ziekten
- Ontstaan van het leven op Aarde, (moleculaire) evolutie, soortvorming en ontstaan van de mens
- Genomische informatie en reconstructie van de fylogenie
- Kwantitatieve genetica en complexe eigenschappen
Studiemateriaal
Literatuur
Practicummateriaal
- Practicumhandleiding
- Labjournaal
- Labjas (verplicht voor het practicum in alle cursussen)
Software
Overig
- Watervaste stiften zwart en rood (FIJN), dus niet medium of groter
Leerdoelen
Aan het eind van het vak kan de student:
- aan de hand van resultaten van empirische onderzoek en een aantal theorieën uitleggen hoe vermoedelijk het leven op aarde is ontstaan.
- rekenen met Mendels wetten, analyses aan de hand van stambomen verrichten en kan uitleggen welke moleculair biologische mechanismen ten grondslag liggen aan Mendels wetten.
- aan de hand van kruisingsproeven een genen kaart maken en interacties tussen genen vast stellen.
- de structuur van DNA beschrijven en kan uitleggen hoe DNA repliceert. De student kan uitleggen hoe fouten in de DNA replicatie tot chromosomale afwijkingen kunnen leiden en de oorzaak en het fenotype van een aantal veel voorkomende chromosomale afwijkingen uitleggen.
- uitleggen hoe transcriptie verloopt en wordt gereguleerd.
- uitleggen hoe genexpressie in eukaryoten wordt gereguleerd door transcriptiefactoren, chromatine veranderingen, epigenetiche modificaties en miRNA's.
- de theoretische achtergrond van veel gebruikte Moleculair biologische technieken als PCR kloneren en sequensen uitleggen en de student kan verzinnen hoe deze technieken kunnen worden ingezet om onderzoeksvragen te beantwoorden.
- uitleggen hoe een genoom wordt gesequenced, geassembleerd en geannoteerd.
- uitleggen hoe transposons, mutaties en het DNA reparatie systeem tot veranderingen in het genoom kunnen leiden en hoe deze veranderingen tot ziektes als kanker kunnen leiden.
- aan de hand van de wet van Hardy-Weinberg allel frequenties in populaties bereken. De student kan uitleggen hoe inteelt drift en selectie de allel frequenties in populaties veranderen.
- een eenvoudig model voor kwantitatieve genetische eigenschappen formuleren en hier aan rekenen. De student kan de erfelijkheid van complexe psychische en fysieke eigenschappen berekenen aan de hand van tweeling studies. De student kan uitleggen hoe AFLP en GWA kunnen worden gebruikt om markers te vinden die geassocieerd zijn met een complexe erfelijke eigenschap.
- uitleggen welke principes ten grondslag liggen aan evolutie. De student kan uitleggen wat de "neutrale theorie van moleculaire evolutie" is en hoe deze gebruikt kan worden om vast te stellen of bepaalde stukken DNA aan selectie onderhevig zijn. De student kan uitleggen hoe nieuwe genen ontstaan.
- uitleggen hoe genexpressie wordt gecoördineerd tijdens de vroege embryonale ontwikkeling en de student kent de rol die deze geconserveerde genen in de evolutie hebben gespeeld.
- uitleggen welke processen tot soortvorming leiden en de student kan beschrijven hoe een fylogenie wordt geconstrueerd
- de evolutionaire geschiedenis van de mens samenvatten. De student kan uitleggen hoe aan de hand van genetisch onderzoek kan worden bepaald hoe de mens zich over de wereld heeft verspreid. De student kan de hand van voorbeelden uitleggen hoe genetische veranderingen de evolutie van het brein hebben beïnvloed
- de evolutionaire geschiedenis van de mens samenvatten. De student kan uitleggen hoe aan de hand van genetisch onderzoek kan worden bepaald hoe de mens zich over de wereld heeft verspreid. De student kan de hand van voorbeelden uitleggen hoe genetische veranderingen de evolutie van het brein hebben beïnvloed
- uitleggen wat er onder een professionele academische houding wordt verstaan en zich hiernaar gedragen, is in staat te reflecteren op het eigen handelen en is in staat een zelfstandige wetenschappelijke werkwijze en houding te ontwikkelen.
- de theoretische achtergronden (concepten) van de volgende experimenten en technieken uitleggen en toepassen in experimenteel onderzoek: Basale aseptische en microbiologische technieken, tetradenanalyse, karyotypering, conjugatie, genkartering, basale moleculaire genetica / moleculaire technieken (PCR, gelelektroforese en RFLP).
Naast de algemene leerdoelen zijn er ook specifieke leerdoelen per werkvorm (hoorcolleges, werkgroepen en practica) te vinden in de studiewijzer.
Onderwijsvormen
- Hoorcollege
- Werkcollege
- Zelfstudie
- Practica
- Web portal (LaunchPad) met interactieve oefeningen
- (Computer)practicum
- Laptopcollege
- Hoorcolleges
- Werkcolleges
- Practica
- Web portal (LaunchPad) met interactieve oefeningen
- Zelfstudie
Verdeling leeractiviteiten
Activiteit | Aantal uur |
Deeltoets | 3 |
Hoorcollege | 34 |
Practicum | 35 |
Werkcollege | 8 |
Zelfstudie | 88 |
Academische vaardigheden
De studenten wordt in stappen geleerd hoe de empirische cyclus wordt gebruikt in het onderzoek.
Aanwezigheid
Aanwezigheidseisen opleiding (OER-B):
-
Deelname aan alle practica, computerpractica, veldwerk en werkcolleges in het curriculum is verplicht en de student dient zich op deze bijeenkomsten terdege voor te bereiden.
Toetsing
| Onderdeel en weging
|
Details
|
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
De toetsen bepalen 80% van het eindcijfer, het practicumcijfer bepaald 20% van het eindcijfer.
Het practicum dient met een voldoende te worden afgesloten
Inzage toetsing
De manier van inzage wordt via de digitale leeromgeving gecommuniceerd.
Fraude en plagiaat
Dit vak hanteert de algemene 'Fraude- en plagiaatregeling' van de UvA. Hier wordt nauwkeurig op gecontroleerd. Bij verdenking van fraude of plagiaat wordt de examencommissie van de opleiding ingeschakeld. Zie de Fraude- en plagiaatregeling van de UvA: http://student.uva.nl
Weekplanning
| Weeknummer | Onderwerpen | Studiestof |
| 1 | | |
| 2 | | |
| 3 | | |
| 4 | | |
| 5 | | |
| 6 | | |
| 7 | | |
| 8 | | |
Rooster
Het rooster van dit vak is in te zien op DataNose.
Eindtermen
Deze cursus draagt bij aan de volgende eindtermen van de opleiding Psychobiologie:
1) Kennis en Inzicht
De bachelor:
- 1a) kan de basisprincipes uit de vakgebieden ‘genetica en evolutie’, ‘celbiologie’, ‘biochemie’, ‘fysiologie’, ‘embryologie’, ‘anatomie’ en ‘evolutie en gedrag’ uitleggen.
- 1b) kan de ontwikkeling en werking van het brein op alle niveaus – van molecuul tot de menselijke geest – binnen Psychobiologie, voornamelijk de deelgebieden ‘perceptie tot bewustzijn’, ‘leren en geheugen’, ‘emotie’, ‘motivatie’, ‘neuroanatomie’ en ‘neurofysiologie’ uitleggen.
- 1c) kan de pathofysiologie en bijbehorende diagnostische methoden en mogelijke therapieën uitleggen.
- 1d) kan uitleggen welke onderzoekstechnieken nodig zijn voor het ontwikkelen van kennis en dat kennis nodig is voor het ontwikkelen van onderzoekstechnieken.
- 1e) kan de kennis opgedaan bij een zelfgekozen vak uitleggen.
- 1f) kan de basisprincipes uit de beroepsethiek en wetenschapsfilosofie uitleggen.
- 1g) kan mogelijke vervolgopleidingen benoemen.
- 1h) kan uitleggen wat de bijdragen en beperkingen zijn van de kennis op elk niveau - van molecuul tot de menselijke geest - aan het wetenschapsgebied Psychobiologie.
- 1i) kan op alle niveaus de werking van het brein van dieren en mensen vergelijken.
- 1j) kan onderbouwen hoe de pathofysiologie bijdraagt aan het begrip van de ontwikkeling en werking van het brein op alle niveaus.
- 1k) kan grensverleggende ontwikkelingen in het wetenschapsgebied Psychobiologie herkennen.
- 1l) kan uitleggen dat een standpunt wordt beïnvloed door context.
2) Toepassen Kennis en Inzicht
De bachelor:
- 2a) kan onderbouwen welke onderzoekstechnieken nodig zijn om onderzoeksvragen binnen het wetenschapsgebied Psychobiologie te beantwoorden.
- 2b) kan ondersteunende disciplines zoals wis-, natuur- en scheikunde en programmeren toepassen.
- 2c) kan de empirische cyclus zelfstandig doorlopen bij het uitvoeren van een onderzoek.
- 2d) kan op een wetenschappelijke manier lopende experimenten documenteren.
- 2e) kan algemene laboratoriumvaardigheden uitvoeren.
- 2f) kan onderzoek doen met proefpersonen en relevante proefdieren.
- 2g) kan voor de psychobiologie relevante computerprogramma’s en/of programmeertalen gebruiken.
- 2h) kan ruwe data interpreteren en een geschikte (kwantitatieve) analysemethode toepassen.
- 2i) kan werken volgens algemene milieu- en veiligheidsnormen.
- 2j) kan redeneren en argumenteren en meerdere standpunten benoemen en onderbouwen.
3) Oordeelsvorming
De bachelor:
- 3a) kan relevante literatuur verzamelen, verwerken en interpreteren.
- 3b) kan de implicaties van onderzoeksresultaten voor de maatschappij overzien.
- 3c) kan onderzoeksresultaten binnen de Psychobiologie en/of binnen een discipline- overstijgende context interpreteren.
- 3d) kan de ethische aspecten van beroepsmatige omgang met levende organismen en weefsel overwegen.
- 3e) kan informatie analyseren aan de hand van kwaliteitscriteria en er een eigen oordeel over vormen.
- 3f) kan alternatieven en tegenargumenten overwegen bij het vormen of herzien van een oordeel.
4) Communicatie
De bachelor:
- 4a) kan kennis, bevindingen en standpunten in wetenschappelijk Nederlands en Engels schriftelijk rapporteren en mondeling presenteren.
- 4b) kan een bijdrage leveren aan wetenschappelijke discussies.
- 4c) kan op basis van begrip en respect communiceren.
- 4d) kan onderzoeksgegevens communiceren volgens de regels van wetenschappelijke integriteit.
- 4e) kan een standpunt overbrengen.
5) Leervaardigheden
De bachelor:
- 5a) kan een zelfstandige en wetenschappelijke werkwijze en houding ontwikkelen.
- 5b) kan zich zelfstandig kennis eigen maken.
- 5c) kan nieuwe kennis integreren met aanwezige kennis en tot inzichten komen.
- 5d) kan een constructieve en synergetische manier van samenwerken ontwikkelen.
- 5e) kan zich in een zelfgekozen deelgebied verdiepen of verbreden.
- 5f) kan zich nieuwe technische vaardigheden eigen maken.
- 5g) kan feedback geven en verwerken.
- 5i) kan reflecteren op eigen gedrag en dit gedrag desgewenst verbeteren.
- 5j) kan geleerde principes generaliseren en toepassen in een andere context.
Zie de studiewijzer voor nadere informatie.
Verwerking vakevaluaties
Hieronder vind je de aanpassingen in de opzet van het vak naar aanleiding van de vakevaluaties.
Coördinator