Methoden van Onderzoek en Basis Statistiek 2

Research Methods and Basic Statistics 2

4 EC

Semester 1 & 2, periode 3, 4

55022MOB4Y

Eigenaar Biologie/bio-medisch (algemeen)
Coördinator drs. Peter Assink
Onderdeel van Bachelor Biologie, jaar 1Bachelor Biomedische wetenschappen, jaar 1Pre-master Biological Sciences, jaar 1

Studiewijzer 2017/2018

Globale inhoud

Methoden van Onderzoek en Basis Statistiek 2 is een direct vervolg op Methoden van Onderzoek en Basis Statistiek 1. De cursus wordt gegeven in dezelfde periode dat de cursussen in (periode 3) en (periode 4) plaatsvinden (januari-maart). Daarbij wordt aan de volgende onderwerpen aandacht besteed:

Periode 3

  • Poisson verdeling
  • Chikwadraat verdeling en chikwadraat toetsen
  • Vergelijken van twee groepen
  • F-verdeling en F-toets
  • R

Periode 4

  • Aannames bij het toetsen
  • Transformaties
  • Verdelingsvrije toetsen
  • Onderzoekdesigns
  • Data dredging
  • Variantieanalyse
  • Correlatie
  • Regressie
  • R

Studiemateriaal

Literatuur

  • The Analysis of Biological Data. Whitlock and Schluter, 2nd edition, 2015. LET OP: de 1st edition is NIET toegestaan.

Syllabus

  • Handleiding R (CRANE) Basisvaardigheden.
  • Handleiding R (CRANE) Analyses.

Practicummateriaal

  • Grafische rekenmachine met kansfuncties. Voor een overzicht van toegestane modellen, zie Methoden van Onderzoek en Basis Statistiek 1.
  • Laptop met als besturingssysteem Windows (Vista, 7, 8 of latere releases) of Mac OS (Mavericks, Yosemite of El Captain)

Software

  • CRANE R 3.2.0 (of latere release).
  • RStudio 0.99.441 (of latere release).

Leerdoelen

Aan het eind van de cursus kan de student:

  • de mogelijkheden, beperkingen en valkuilen van wetenschappelijk onderzoek in de levenswetenschappen benoemen.
  • basale statistische technieken toepassen op empirische data.
  • basale statistische termen uitleggen.
  • basishandelingen in 'R' uitvoeren (dit wordt niet expliciet getoetst, maar moet je wel beheersen om de andere leerdoelen uit te kunnen voeren).

Onderwijsvormen

  • Hoorcollege
  • Zelfstudie
  • Werkcollege
  • (Computer)practicum

Verdeling leeractiviteiten

Activiteit

Aantal uur

Hoorcollege

21

Laptopcollege

14

Project

44

Tentamen

3

Vragenuur

2

Werkcollege

12

Zelfstudie

16

Aanwezigheid

Aanwezigheidseisen opleiding (OER-B):

  • Deelname aan alle practica computerpractica veldwerk en werkcolleges in het curriculum is verplicht en de student dient zich op deze bijeenkomsten terdege voor te bereiden.

Aanvullende eisen voor dit vak:

Aanvullende eisen voor dit vak:

Aanwezigheid bij de hoorcolleges wordt sterk aanbevolen.

Je deelname aan de werkcolleges en computerpractica wordt beoordeeld op grond van een puntensysteem dat rekening houdt met je aanwezigheid en met je werkzaamheid.

  • Voor elk werkcollege kun je 2 punten behalen, opgebouwd uit een aanwezigheidspunt en een werkzaamheidspunt. Het aanwezigheidspunt verdien je door van begin tot eind op het werkcollege aanwezig te zijn. Je werkzaamheidspunt verdien je door voorafgaand aan het werkcollege je huiswerk te maken en tijdens het werkcollege de opgegeven opdrachten te maken. In werkelijkheid zijn deze regels iets soepeler: zie daarvoor de Blackboard-site van de cursus, knop Cursusverplichtingen.
    Als je een werkcollege niet bezoekt en ook niet op een ander moment inhaalt, krijg je 0 punten.
    Er zijn 10 werkcolleges. T.a.v. het werkcollege-onderdeel moet je minimaal 17 punten behalen om aan het tentamen te mogen deelnemen, en minimaal 16 punten om aan de herkansing te mogen deelnemen.
  • Voor elk Excelpracticum kun je 1 aanwezigheidspunt halen. Je verdient dat punt door van begin tot eind op het computerpracticum aanwezig te zijn*. Als je een Excelpracticum niet bezoekt en ook niet op een ander moment inhaalt, krijg je voor dat practicum geen aanwezigheidspunt. Er zijn 3 Excelpractica dus in totaal kun je 3 aanwezigheidspunten verzamelen.
    Daarnaast krijg je aan het eind van het laatste Excelpracticum 0, 2 of 3 werkzaamheidspunten, afhankelijk van hoe ver je bent gekomen.
    In totaal kun je zodoende voor de Excelpractica 6 punten halen.
    Om aan het tentamen te mogen meedoen, moet je 5 of 6 punten hebben behaald. Om aan de herkansing te mogen meedoen moet je minimaal 4 punten hebben behaald.
  • Voor elk R-practicum kun je 1 aanwezigheidspunt halen. Je verdient dat punt door van begin tot eind op het computerpracticum aanwezig te zijn*. Als je een R-practicum niet bezoekt en ook niet op een ander moment inhaalt, krijg je voor dat practicum geen aanwezigheidspunt. Er zijn 2 R-practica dus in totaal kun je 2 aanwezigheidspunten verzamelen.
    Daarnaast krijg je aan het eind van het laatste R-practicum 0, 1 of 2 werkzaamheidspunten, afhankelijk van hoe ver je bent gekomen.
    In totaal kun je zodoende voor de R-practica 4 punten halen.
    Om aan het tentamen of aan de herkansing te mogen meedoen, moet je 3 of 4 punten hebben behaald.

* In werkelijkheid is deze regel iets soepeler: zie daarvoor de Blackboard-site van de cursus, knop Cursusverplichtingen.

Wat te doen als je een werkcollege of computerpracticum dreigt te missen?
Als je ziet aankomen dat je een werkcollege of computerpracticum gaat missen, hoef je dat niet door te geven. Echter, het missen van een werkcollege of computerpracticum kost punten. Daarom kan het een goed idee zijn om een werkcollege of computerpracticum dat je gaat missen bij een andere groep in te halen, Als je dat wilt, moet je dat verzoek voorleggen aan de hoofdassistenten (mondeling of via het cursus-emailadres, zie Contactinformatie) en dat moet je doen voordat het werkcollege of computerpracticum dat je gaat missen, plaatsvindt. Als je het achteraf doet, wordt je aanvraag niet gehonoreerd en kun je het werkcollege of practicum niet meer inhalen.

 

Toetsing

Onderdeel en weging Details

Eindcijfer

1 (100%)

Tentamen

De student heeft het vak behaald als het eindcijfer minimaal een 6.0 is. Het eindcijfer is het tentamencijfer of het herkansingscijfer. NB. Eindcijfers worden op een halve punt nauwkeurig gegeven, maar eindcijfers die uitkomen tussen een 5.0 en 6.0 worden afgerond naar 5.0 of 6.0.

Voor toelating tot het tentamen moeten zowel voldoende punten behaald zijn voor de werkcolleges als voor de computerpractica (zie bij Aanwezigheid).

Inzage toetsing

De datum, het tijdstip en de locatie van het inzagemoment staan in het rooster in DataNose.

Opdrachten

Voorwerk werkcollege

  • Voorafgaand aan het bezoeken van een werkcollege maak je opgaven uit het studieboek als huiswerk. Dit betreft meestal een stuk of 5 opgaven waar je (ruim) 1 uur mee bezig bent. Van de opgegeven opgaven staan de antwoorden in het studieboek en je kunt jezelf dus controleren.
    Aan het begin van het werkcollege moet je de assistenten laten zien dat je deze huiswerkopgaven hebt gemaakt.

    Het kunnen laten zien van je huiswerk is noodzakelijk om je werkzaamheidspunt voor het werkcollege te kunnen krijgen (zie Aanwezigheid).

Tijdens werkcollege

  • Voorafgaand aan het bezoeken van een werkcollege maak je opgaven uit het studieboek als huiswerk. Dit betreft meestal een stuk of 5 opgaven waar je (ruim) 1 uur mee bezig bent. Van de opgegeven opgaven staan de antwoorden in het studieboek en je kunt jezelf dus controleren.
    Aan het begin van het werkcollege moet je de assistenten laten zien dat je deze huiswerkopgaven hebt gemaakt.

    Het kunnen laten zien van je huiswerk is noodzakelijk om je werkzaamheidspunt voor het werkcollege te kunnen krijgen (zie Aanwezigheid).

Tijdens computerpractica

  • Tijdens de computerpractica werk je een handleiding door waarin opdrachten staan die je moet maken. Antwoorden komen aan het eind van de computerpractica-reeks digitaal beschikbaar (Blackboard), maar tijdens de practica kun je altijd de assistenten vragen om je antwoorden te controleren.
    Als je een hoofdstuk hebt doorgewerkt, zullen de assistenten nagaan of je de stof uit dat hoofdstuk hebt begrepen en kunt toepassen. Als dat in orde is, word je voor het hoofdstuk afgetekend en kun je verder met het volgende hoofdstuk.

    Aan het eind van het laatste practicum bepaalt het aantal afgetekende hoofdstukken hoeveel werkzaamheidspunten je krijgt (zie Aanwezigheid).

Onderstaande opdrachten komen aan bod in deze cursus:

  •    Naam opdracht 1 : beschrijving 2
  •    Naam opdracht 2 : beschrijving 1
  •    ....

Fraude en plagiaat

Dit vak hanteert de algemene 'Fraude- en plagiaatregeling' van de UvA. Hier wordt nauwkeurig op gecontroleerd. Bij verdenking van fraude of plagiaat wordt de examencommissie van de opleiding ingeschakeld. Zie de Fraude- en plagiaatregeling van de UvA: www.uva.nl/plagiaat

Weekplanning

De uitgebreide weekplanning is te vinden op de Blackboardsite van de cursus

Rooster

Het rooster van dit vak is in te zien op DataNose.

Aanvullende informatie

Het is niet nodig om Methoden van Onderzoek en Basis Statistiek 1 met een voldoende te hebben afgesloten om aan Methoden van Onderzoek en Basis Statistiek 2 te mogen deelnemen. Echter, omdat Methoden van Onderzoek en Basis Statistiek 2 voortbouwt op Methoden van Onderzoek en Basis Statistiek 1, kan het zijn dat Methoden van Onderzoek en Basis Statistiek 2 als moeilijker wordt ervaren indien men tijdens Methoden van Onderzoek en Basis Statistiek 1 het spoor bijster geraakt is.

Er is een Blackboard-pagina beschikbaar voor deze cursus met dezelfde opbouw en functionaliteit als de Blackboard-pagina van Methoden van Onderzoek en Basis Statistiek 1.

Als aan het begin van het studiejaar het boekenpakket is aanschaft, zijn de kosten van het boek en de handleidingen daarmee gedekt. Aanschaf van rekenmachine of laptop is op eigen initiatiel en op eigen kosten.

Contactinformatie

Coördinator

  • drs. Peter Assink
  • De cursus kent ook een cursus-emailadres dat studenten kunnen gebruiken om te communiceren met de hoofdassistenten. Dit adres kan gevonden worden op de Blackboard-site, knop Contact.

  • Als je ziet aankomen dat je een werkcollege of computerpracticum niet kunt bijwonen en je wilt dit werkcollege of computerpracticum inhalen bij een andere groep, neem dan contact op met de hoofdassistenten. Zie Aanwezigheid.

  • Voor inhoudelijke vragen kun je voor of na de hoorcolleges terecht bij de docenten, of tijdens de werkcolleges bij de assistenten. Ga inhoudelijke vragen niet mailen.

  • Voor vragen van organisatorische aard (bv. over het rooster, over Blackboard, over webcolleges) kun je je mondeling of per mail richten tot de hoofdassistenten of tot de coördinator. Heb je een niet-inhoudelijke vraag over het tentamen (bv. over de uitslag, of een wens om je tentamen in te zien) dan kun je je tot de coördinator wenden.

  • Heb je een vraag waarvan je niet weet aan wie je hem het beste kunt stellen, stuur hem dan aan de hoofdassistenten via het cursus-emailadres. Zij zorgen dan dat de vraag op de juiste plek terechtkomt.

Docenten

  • Peter Asink
  • Han Rauwerda