Studiewijzer 2015/2016
Globale inhoud
In dit vak leer je het modelleren van het brein op het niveau van visuele informatie verwerking. Daarnaast gaan we in op principes van neurale informatie verwerking op dit niveau van modelleren. De geleerde principes zijn op het modelleren van het brein in algemene zin van toepassing.
Studiemateriaal
Literatuur
Leerdoelen
1. Kennis:
1.1. De student kan van verschillende op het visuele systeem geïnspireerde filter-modellen hun effect op beeldverwerking beschrijven en herkennen
1.2. De student kan Max en MinMax methoden om te selecteren welke informatie geselecteerd moet worden beschrijven en toepassen op de selectie van welke informatie uit een filterbank geselecteerd moet worden.
1.3. De student kan de ‘Bag-of-Words’ methode beschrijven en toepassen op eenvoudige problemen.
1.4. De student kan de ‘Deep-learning’ methode beschrijven en getrainde modellen onderzoeken.
1.5. De student kan visuele objectherkenning beschrijven, en daarbij het begrip visuele invariantie hanteren.
1.6. De student kan verschillende vormen van connectiviteit van neurale netwerken onderscheiden en de bijbehorende emergente eigenschappen van het netwerk beschrijven.
2. Vaardigheden:
2.1. De student kan een feed-forward model van het visuele systeem programmeren in matlab.
2.2. De student kan het model van 2.1 verreiken met unsupervised learning.
2.3. De student kan het model van 2.2 uitbreiden met reinforcement learning.
2.4. De student aan het model van 2.3 werkgeheugen toevoegen.
3. Attitudes:
3.1. De student krijgt inzicht in wat voor vormen van informatie verwerking op systeem niveau in het brein plaatsvinden.
3.2. De student krijgt inzicht in de relatie tussen informatie verwerking in het brein op systeemniveau en psychologische concepten.
3.3. De student heeft inzicht in hoe kwantitatieve systeem modellen geanalyseerd kunnen worden en hoe deze resultaten gerelateerd kunnen worden aan sensorische input en voorspellingen over output.
Onderwijsvormen
- Hoorcollege
- Werkcollege
- Zelfstudie
Verdeling leeractiviteiten
|
Activiteit
|
Aantal uur
|
|
Laptopcollege
|
48
|
|
Tentamen
|
4
|
|
Zelfstudie
|
116
|
|
Totaal 6 EC x 28 uur
|
168
|
Aanwezigheid
Aanwezigheidseisen opleiding (OER-B):
- Deelname aan alle practica, computerpractica, veldwerk en werkcolleges in het curriculum is verplicht en de student dient zich op deze bijeenkomsten terdege voor te bereiden.
Aanvullende eisen voor dit vak:
Toetsing
| Onderdeel en weging
|
Details
|
|
| |
|
| |
Inleveropdrachten computerpractica
| |
Opdrachten
Inleveropdrachten
Onderstaande opdrachten komen aan bod in deze cursus:
-    Naam opdracht 1 : beschrijving 2
-    Naam opdracht 2 : beschrijving 1
-    ....
Fraude en plagiaat
Dit vak hanteert de algemene 'Fraude- en plagiaatregeling' van de UvA. Hier wordt nauwkeurig op gecontroleerd. Bij verdenking van fraude of plagiaat wordt de examencommissie van de opleiding ingeschakeld. Zie de Fraude- en plagiaatregeling van de UvA: www.uva.nl/plagiaat
Rooster
Het rooster van dit vak is in te zien op
DataNose.
Eindtermen
Deze cursus draagt bij aan de volgende eindtermen van de opleiding Psychobiologie:
1) Kennis en Inzicht
De bachelor:
- 1a) kan de basisprincipes uit de vakgebieden ‘genetica en evolutie’, ‘celbiologie’, ‘biochemie’, ‘fysiologie’, ‘embryologie’, ‘anatomie’ en ‘evolutie en gedrag’ uitleggen.
- 1b) kan de ontwikkeling en werking van het brein op alle niveaus – van molecuul tot de menselijke geest – binnen Psychobiologie, voornamelijk de deelgebieden ‘perceptie tot bewustzijn’, ‘leren en geheugen’, ‘emotie’, ‘motivatie’, ‘neuroanatomie’ en ‘neurofysiologie’ uitleggen.
- 1c) kan de pathofysiologie en bijbehorende diagnostische methoden en mogelijke therapieën uitleggen.
- 1d) kan uitleggen welke onderzoekstechnieken nodig zijn voor het ontwikkelen van kennis en dat kennis nodig is voor het ontwikkelen van onderzoekstechnieken.
- 1e) kan de kennis opgedaan bij een zelfgekozen vak uitleggen.
- 1f) kan de basisprincipes uit de beroepsethiek en wetenschapsfilosofie uitleggen.
- 1g) kan mogelijke vervolgopleidingen benoemen.
- 1h) kan uitleggen wat de bijdragen en beperkingen zijn van de kennis op elk niveau - van molecuul tot de menselijke geest - aan het wetenschapsgebied Psychobiologie.
- 1i) kan op alle niveaus de werking van het brein van dieren en mensen vergelijken.
- 1j) kan onderbouwen hoe de pathofysiologie bijdraagt aan het begrip van de ontwikkeling en werking van het brein op alle niveaus.
- 1k) kan grensverleggende ontwikkelingen in het wetenschapsgebied Psychobiologie herkennen.
- 1l) kan uitleggen dat een standpunt wordt beïnvloed door context.
2) Toepassen Kennis en Inzicht
De bachelor:
- 2a) kan onderbouwen welke onderzoekstechnieken nodig zijn om onderzoeksvragen binnen het wetenschapsgebied Psychobiologie te beantwoorden.
- 2b) kan ondersteunende disciplines zoals wis-, natuur- en scheikunde en programmeren toepassen.
- 2c) kan de empirische cyclus zelfstandig doorlopen bij het uitvoeren van een onderzoek.
- 2d) kan op een wetenschappelijke manier lopende experimenten documenteren.
- 2e) kan algemene laboratoriumvaardigheden uitvoeren.
- 2f) kan onderzoek doen met proefpersonen en relevante proefdieren.
- 2g) kan voor de psychobiologie relevante computerprogramma’s en/of programmeertalen gebruiken.
- 2h) kan ruwe data interpreteren en een geschikte (kwantitatieve) analysemethode toepassen.
- 2i) kan werken volgens algemene milieu- en veiligheidsnormen.
- 2j) kan redeneren en argumenteren en meerdere standpunten benoemen en onderbouwen.
3) Oordeelsvorming
De bachelor:
- 3a) kan relevante literatuur verzamelen, verwerken en interpreteren.
- 3b) kan de implicaties van onderzoeksresultaten voor de maatschappij overzien.
- 3c) kan onderzoeksresultaten binnen de Psychobiologie en/of binnen een discipline- overstijgende context interpreteren.
- 3d) kan de ethische aspecten van beroepsmatige omgang met levende organismen en weefsel overwegen.
- 3e) kan informatie analyseren aan de hand van kwaliteitscriteria en er een eigen oordeel over vormen.
- 3f) kan alternatieven en tegenargumenten overwegen bij het vormen of herzien van een oordeel.
4) Communicatie
De bachelor:
- 4a) kan kennis, bevindingen en standpunten in wetenschappelijk Nederlands en Engels schriftelijk rapporteren en mondeling presenteren.
- 4b) kan een bijdrage leveren aan wetenschappelijke discussies.
- 4c) kan op basis van begrip en respect communiceren.
- 4d) kan onderzoeksgegevens communiceren volgens de regels van wetenschappelijke integriteit.
- 4e) kan een standpunt overbrengen.
5) Leervaardigheden
De bachelor:
- 5a) kan een zelfstandige en wetenschappelijke werkwijze en houding ontwikkelen.
- 5b) kan zich zelfstandig kennis eigen maken.
- 5c) kan nieuwe kennis integreren met aanwezige kennis en tot inzichten komen.
- 5d) kan een constructieve en synergetische manier van samenwerken ontwikkelen.
- 5e) kan zich in een zelfgekozen deelgebied verdiepen of verbreden.
- 5f) kan zich nieuwe technische vaardigheden eigen maken.
- 5g) kan feedback geven en verwerken.
- 5i) kan reflecteren op eigen gedrag en dit gedrag desgewenst verbeteren.
- 5j) kan geleerde principes generaliseren en toepassen in een andere context.
Coördinator