Natuurkunde en sterrenkunde practicum 1A

Lab course Physics and Astronomy 1A

3 EC

Semester 1, periode 1, 2

50921NSA3Y

Eigenaar Bachelor Natuur- en Sterrenkunde
Coördinator G.J. Kuik
Onderdeel van Bachelor Natuur- en Sterrenkunde, jaar 1Dubbele bachelor Wis- en Natuurkunde, jaar 1Bachelor Bèta-gamma, major Natuurkunde, jaar 2

Studiewijzer 2015/2016

Globale inhoud

Het Natuurkunde en sterrenkunde practicum 1A is een inleiding tot experimenteren. Hierbij wordt een aantal basisvaardigheden en -technieken aangeleerd aan de hand van experimenten. Op het practicum wordt een aantal experimenten uitgevoerd waarin de basisvaardigheden worden geoefend die nodig zijn om experimenteel onderzoek te kunnen uitvoeren. De vaardigheden betreffen kennismaken met meetmethodes en meetapparatuur, het mobiliseren van de nodige natuurkundekennis om een verschijnsel te kunnen beschrijven, definiëren van een vraagstelling, opstellen van een werkplan, ontwerpen van een experiment, uitvoeren van het experiment, bijhouden van een logboek, kritische beoordeling van de resultaten, mondelinge en schriftelijke verslaglegging. Foutenberekening dient bij elke verwerking van een experiment toegepast te worden.
Bij het practicum behoren inleidende colleges en werkcolleges (studiocourses) over dataverwerking.

Het practicum start cursorisch met een verkenning van algemene meetmethodes en -apparatuur en het mondt uit in de bepaling van de overgangstemperatuur van een hoge-Tc supergeleider en onderzoek aan eigenschappen van een lens. Daarna volgt één uitgebreider experiment. Het practicum wordt vervolgd in semester 2, blok 1 (periode 4) door Natuurkunde en sterrenkunde practicum 1B.

Leerdoelen

De student

  • moet een eenvoudig experiment kunnen opzetten en uitvoeren;
  • dient de componenten in een eenvoudige opstelling te kunnen dimensioneren;
  • moet bij de verwerking van meetresultaten foutenschattingen kunnen toepassen;
  • moet de resultaten van het experimentele werk zowel schriftelijk als mondeling kunnen presenteren.

Onderwijsvormen

    Practicum, hoorcolleges en studiocourses (werkcolleges).
    In blok 1 doet de helft van het cohort practicum, de andere helft doet programmeren. In blok 2 wisselt dat om.

    Verdeling leeractiviteiten

    Activiteit

    Aantal uur

    Hoorcollege

    4

    Practicum

    52

    Zelfstudie

    28

    Academische vaardigheden

    Op het practicum worden verschillende meet‐ en experimentele vaardigheden geleerd.
    Daarbij behoren ook dataverwerking en de vaardigheid om de resultaten schriftelijk vast te
    leggen

    Aanwezigheid

    Aanvullende eisen voor dit vak:

    Aanwezigheid bij de hoorcolleges, werkcolleges en practica is verplicht. Er is geen
    mogelijkheid om een gemist college/practicum in te halen. Afwezigheid in verband met
    ziekte dient voorafgaand aan het practicum gemeld te worden bij Tabitha Dreef. De practica starten op de tijd zoals aangegeven in het rooster. Mocht een student meer dan
    twee keer zonder gegronde reden te laat op het practicum verschijnen of een dagdeel
    missen, dan mag hij/zij de cursus niet afronden. Overdoen van deze cursus is dan mogelijk
    in het volgende cursusjaar.

    Toetsing

    Onderdeel en weging Details

    Eindcijfer

    100%

    Theorie

    40%

    Experimentele en academische vaardigheden

    Moet ≥ 5 zijn

    10%

    Werkcollegetoets

    10%

    Logboek

    Moet ≥ 5 zijn

    40%

    Herschreven verslag

    Moet ≥ 5 zijn

    Toetsing
    Het bijwonen van en het actief deelnemen aan alle onderdelen van deze cursus is verplicht.
    Bij alle onderdelen die getoetst worden moet een resultaat behaald zijn, anders volgt er geen
    eindbeoordeling van deze cursus. Voor het succesvol afronden van deze cursus moet het
    eindcijfer uiteindelijk minimaal op een 5.5 uitkomen.
     De experimentele en academische vaardigheden worden getoetst en beoordeeld tijdens
    het experimenteren en op basis van het logboek. Het logboek wordt individueel
    bijgehouden, ook als de student met iemand anders samenwerkt. Het logboek moet
    worden geschreven tijdens het experimenteren. De experimentele en academische
    vaardigheid moet minimaal met een 5.0 beoordeeld worden, anders volgt er geen
    eindbeoordeling.
     Van één van de experimenten wordt het logboek afzonderlijk beoordeeld. Van de andere
    experimenten zal het bijhouden van het logboek meegenomen worden in de beoordeling
    van de experimentele en academische vaardigheden. Het logboek wordt individueel
    bijgehouden, ook als de student met iemand anders samenwerkt. Het logboek moet
    worden geschreven tijdens het experimenteren. Het afzonderlijk beoordeelde logboek
    moet minimaal met een 5.0 beoordeeld worden, anders volgt er geen eindbeoordeling.
     Over het laatste experiment wordt er individueel een verslag geschreven. Een begeleider
    zal dit verslag van feedback voorzien, waarna de student het verslag herschrijft. Het
    herschreven verslag wordt beoordeeld en moet minimaal een 5.0 zijn, anders volgt er
    geen eindbeoordeling.
     Het werkcollege foutenberekening wordt afgesloten met een toets, die aan het einde van
    een werkcollege uitgedeeld wordt. Geen deelname aan dit werkcollege betekent geen
    eindbeoordeling van het vak Natuurkunde en sterrenkunde practicum 1A.
    Het Natuurkunde en sterrenkunde practicum 1A wordt éénmaal per jaar aangeboden.
    Overdoen of inhalen van deze cursus of onderdelen hiervan is alleen mogelijk in het volgende cursusjaar

    Opdrachten

    Onderstaande opdrachten komen aan bod in deze cursus:

    •    Naam opdracht 1 : beschrijving 2
    •    Naam opdracht 2 : beschrijving 1
    •    ....

    Fraude en plagiaat

    Dit vak hanteert de algemene ‘Fraude- en plagiaatregeling’ van de UvA. Onder plagiaat of fraude wordt verstaan het overschrijven van het werk van een medestudent dan wel het kopiëren van wetenschappelijke bronnen (uit bijvoorbeeld boeken en tijdschriften en van het Internet) zonder daarbij de bron te vermelden. Uiteraard is plagiaat verboden. Hier wordt nauwkeurig op gecontroleerd en streng tegen opgetreden. Bij verdenking van plagiaat wordt de examencommissie van de opleiding ingeschakeld. Wanneer de examencommissie overtuigd is dat er plagiaat gepleegd is dan kan dit maximaal leiden tot een uitsluiting van al het onderwijs van de opleiding voor een heel kalenderjaar. Zie voor meer informatie over het fraude- en plagiaatreglement van de Universiteit van Amsterdam.www.uva.nl/plagiaat

    Weekplanning

    Weeknummer Onderwerpen Studiestof
    1
    2
    3
    4
    5
    6
    7
    8
    9
    10
    11
    12
    13
    14
    15
    16

    Rooster

    Aanvullende informatie

    Onderwijsvormen

    • Onderwijs vindt grotendeels plaats tijdens practica. Een aantal onderwerpen zal ingeleid worden met een hoor‐ en/of een werkcollege. Bij alle onderdelen wordt er verwacht dat de student actief deelneemt aan het onderwijs.
    • Elke experimentele opstelling biedt plaats aan twee studenten. Het is niet toegestaan om met z’n drieën aan één opstelling te werken. Wel wordt gestimuleerd om samen te werken en te overleggen met medestudenten die met een zelfde onderwerp bezig zijn.

     

    Toetsing

     

    • Het bijwonen van en het actief deelnemen aan alle onderdelen van deze cursus is verplicht.
      Bij alle onderdelen die getoetst worden moet een resultaat behaald zijn, anders volgt er geen
      eindbeoordeling van deze cursus. Voor het succesvol afronden van deze cursus moet het
      eindcijfer uiteindelijk minimaal op een 5.5 uitkomen.
      De experimentele en academische vaardigheden worden getoetst en beoordeeld tijdens
      het experimenteren en op basis van het logboek. Het logboek wordt individueel
      bijgehouden, ook als de student met iemand anders samenwerkt. Het logboek moet
      worden geschreven tijdens het experimenteren. De experimentele en academische
      vaardigheid moet minimaal met een 5.0 beoordeeld worden, anders volgt er geen
      eindbeoordeling.
    • Van één van de experimenten wordt het logboek afzonderlijk beoordeeld. Van de andere
      experimenten zal het bijhouden van het logboek meegenomen worden in de beoordeling
      van de experimentele en academische vaardigheden. Het logboek wordt individueel
      bijgehouden, ook als de student met iemand anders samenwerkt. Het logboek moet
      worden geschreven tijdens het experimenteren. Het afzonderlijk beoordeelde logboek
      moet minimaal met een 5.0 beoordeeld worden, anders volgt er geen eindbeoordeling.
    • Over het laatste experiment wordt er individueel een verslag geschreven. Een begeleider
      zal dit verslag van feedback voorzien, waarna de student het verslag herschrijft. Het
      herschreven verslag wordt beoordeeld en moet minimaal een 5.0 zijn, anders volgt er
      geen eindbeoordeling.
    • Het werkcollege foutenberekening wordt afgesloten met een toets, die aan het einde van
      een werkcollege uitgedeeld wordt. Geen deelname aan dit werkcollege betekent geen
      eindbeoordeling van het vak Natuurkunde en sterrenkunde practicum 1A.
      Het Natuurkunde en sterrenkunde practicum 1A wordt éénmaal per jaar aangeboden.
      Overdoen of inhalen van deze cursus of onderdelen hiervan is alleen mogelijk in het
      volgende cursusjaar.

    Contactinformatie

    Coördinator

    • G.J. Kuik