Academic Skills 1.1
3 EC
Semester 1, periode 1, 2, 3
51021ACB3Y
| Eigenaar | Bachelor Psychobiologie |
| Coördinator | J. Struik MSc |
| Onderdeel van | Bachelor Psychobiologie, jaar 1 |
Aan de hand van onderwerpen uit het vakgebied worden de academische vaardigheden getraind. Tijdens - en als voorbereiding op - de werkgroepen worden opdrachten uitgevoerd om deze academische vaardigheden aan te leren. Samenwerken en het geven en ontvangen van feedback van medestudenten en de docent zijn bij elke opdracht belangrijke onderdelen. Voorbeelden van opdrachten om academische vaardigheden te trainen zijn:
In het tweede semester gaat de training van de academische basisvaardigheden door in Academische Basisvaardigheden 1.2
Tegen betaling van ca. € 25,- bij de Servicedesk ESC voor aanvang van de eerste bijeenkomst zullen het hele jaar handleidingen en hand-outs uitgedeeld worden en ontvangt men een map om de gemaakte opdrachten en hand-outs in te bewaren.
Het vak werkt met een Handleiding voor Wetenschappelijke Verslaglegging (HWV) die specifiek gericht is op de schrijf‐ en presentatieopdrachten. Deze handleiding zal gebruikt worden voor alle (eind)opdrachten van ABV 1.1 en 1.2. Daarnaast heb je deze handleiding nodig bij Experimentatie jaar 2, bij het schrijven van je miniscriptie en het schrijven van je bachelorscriptie. Verder wordt er gebruik gemaakt van wetenschappelijke artikelen, die ook op papier worden uitgereikt. Al het materiaal en alle opdrachten worden (ook) digitaal aangeboden via Blackboard.
Werkcolleges (verplicht)
Elke week (behalve in de tentamenweken) is er een werkgroep van ABV. Je werkgroep bestaat uit ongeveer 16 studenten. Bij ABV 1.1 zit je het hele semester in dezelfde groep met dezelfde docent.
De werkgroepen duren 2 uur. Tijdens de werkgroep worden opdrachten besproken, nieuwe opdrachten uitgelegd en vaardigheden geoefend. De opdrachten worden soms plenair besproken, maar er wordt ook in groepjes en in duo’s gewerkt.
Naast de 2 uur in de werkgroep ben je gemiddeld per week 4 uur bezig met voorbereiding van de werkgroep. In deze tijd schrijf je verslagen, maak je opdrachten en presentaties of bereid je kritische vragen voor.
Actieve deelname
Deelname aan de werkgroepen vereist een actieve en academische werkhouding. Tijdens dit vak word je getraind om kritisch na te denken en een mening te vormen over onderwerpen die besproken worden. Deze belangrijke vaardigheid oefen je vanaf het begin door kritische vragen aan elkaar te stellen, feedback aan elkaar te geven, meningen te formuleren en op te schrijven, en met elkaar te discussiëren over wetenschappelijke onderwerpen. Er wordt verwacht dat je hier actief aan deelneemt. Daarnaast werk je veel samen in groepen. Er wordt verwacht dat je het werken in groepsverband gebruikt om elkaar te helpen en elkaar aan te vullen, o.a. door elkaar op een constructieve manier feedback te geven. Door het werk van anderen kritisch te bekijken, van constructieve feedback te voorzien en hulp te vragen bij moeilijke onderdelen, wordt je leerproces aangevuld en verrijkt.
|
Activiteit |
Aantal uur |
|
Laptopcollege |
26 |
|
Werkcollege |
16 |
|
Zelfstudie |
42 |
Aanwezigheidseisen opleiding (OER-B):
Aanvullende eisen voor dit vak:
Aanvullende eisen voor dit vak:
Aanwezigheid bij de werkgroepen is verplicht. Per semester mag je maximaal twee bijeenkomsten missen, ongeacht de reden. Ook voor het niet op tijd aanwezig zijn kan je deelname aan de werkgroep worden ontzegd. Bij verzuim van meer dan twee werkgroepen, wordt je eindcijfer van ABV 1.1 per extra afwezige werkgroep verminderd met 0,5 punt.
Bij afwezigheid moet je je van tevoren telefonisch of per e‐mail afmelden bij jouw docent. Daarnaast moet je ook bij afwezigheid aan de deadlines voor het inleveren van opdrachten voldoen en moet je de thuisopdrachten voor de volgende werkgroep maken. Je bent er zelf verantwoordelijk voor dat je de informatie die je hebt gemist, verkrijgt via Blackboard, je docent en/of je medestudenten.
| Onderdeel en weging | Details | Opmerkingen |
|
Eindcijfer | ||
|
35% Onderzoeksbeschrijving | Herkansbaar | Compenseerbaar met literatuurverslag |
|
50% Literatuurverslag | Moet ≥ 6 zijn, Herkansbaar | |
|
15% Academische houding | ||
|
0% Nieuwsflits | Powerpoint inleveren 24 uur voor werkgroep | |
|
0% Beroepsoriëntatie | Voor aanvang WG 9 |
De beoordeling vindt plaats op basis van de verslagen en academische houding. Nadere informatie staat vermeld in de studiewijzer.
De thuisopdrachten voor de volgende werkgroep worden uiterlijk vanaf de voorgaande werkgroep digitaal via Blackboard aangeboden. De werkgroepopdrachten worden ook digitaal via Blackboard aangeboden.
Schrijfopdrachten en presentaties waarop je feedback of een cijfer krijgt, moet je op tijd inleveren op Blackboard. Aanvullende inlevereisen per opdracht worden gecommuniceerd via de omschrijvingen van de opdracht op Blackboard. Afwezigheid in de werkgroep is in principe geen reden tot uitstel van de deadline. Als je een deadline niet haalt, krijg je geen feedback en/of cijfer.
Beoordeling
De beoordeling van dit vak is gebaseerd op twee eindopdrachten (OB en LV) en jouw academische houding. Het gemiddelde cijfer voor deze opdrachten bepaalt je eindcijfer voor deze cursus. Je bent geslaagd voor ABV 1.1 als je deze opdrachten binnen één jaar met minimaal een 6 hebt afgerond, als je het interview van de beroepsoriëntatie hebt ingeleverd, een nieuwsflits hebt gegeven en je niet teveel aftrek hebt gekregen vanwege afwezigheid. Een onvoldoende van de onderzoeksbeschrijving (OB, eerste opdracht) kun je compenseren met het literatuurverslag (LV, tweede opdracht) indien het gemiddelde van deze twee opdrachten minimaal een 6 is. Een onvoldoende voor de academische houding kan gecompenseerd worden met zowel OB als LV.
Inhaalweek
Aan het einde van het eerste semester is er een inhaalweek. In deze week kun je onvoldoendes omzetten in een voldoende (OB en LV) of een opdracht inhalen (NF en BO). Er kan in een inhaalweek voor opdrachten maximaal een 6 behaald worden. Verdere informatie over deze herkansmogelijkheden zal binnen het vak gecommuniceerd worden.
Inhaalgroep tweede semester
Als je de in het eerste semester niet aan de eisen van ABV 1.1 hebt voldaan, kun je onder voorbehoud deelnemen aan ABV 1.2. Je komt dan in het tweede semester in een inhaalgroep. Hierin komen de opdrachten uit het eerste semester nogmaals aan de orde en moeten dan alsnog behaald worden. Dit gebeurt naast de reguliere opdrachten uit ABV 1.2 en vereist daarom een extra tijdsinvestering. Indien je de opdrachten van ABV 1.1 dan met een voldoende afrond kun je verder met ABV 1.2. Als dit niet lukt kun je niet verder deelnemen aan ABV 1.2 en zal je ABV 1.1 volgend jaar opnieuw moeten volgen.
Bijzondere omstandigheden
Je kunt dit vak alleen behalen als je aan alle samenstellende voorwaarden (o.a. aanwezigheidsplicht, verplichte opdrachten etc.) hebt voldaan. Als je om aantoonbare zwaarwegende redenen niet aan alle samenstellende onderdelen kunt voldoen, dien je je zo spoedig mogelijk te melden bij de studieadviseur. In geval van aantoonbaar zwaarwegende omstandigheden wordt er dan in samenspraak met je docent gekeken of er een andere oplossing mogelijk is.
Afronden van cijfers
Let op: volgens de Onderwijs‐ en Examenregeling (OER) van de FNWI (artikel 3.6 van deel A) wordt een 5,5 niet gegeven als eindcijfer voor een vak. Een onafgerond cijfer vanaf 5,5 tot 6,25 wordt afgerond tot een 6,0. Onafgeronde cijfers vanaf 4,75 tot 5,5 worden afgerond naar een 5,0 (zie OER deel A voor een verdere toelichting).
Voor de deelopdrachten worden de cijfers afgerond op één decimaal. Cijfers groter of gelijk aan een 5,5 gelden als een voldoende in het schema in de volgende paragraaf.
Je beschrijft de onderdelen van de empirische cyclus van een wetenschappelijk artikel in eigen woorden.
Je interviewt met een groepje een professional, die een functie heeft die je als afgestudeerd psychobioloog later ook zou kunnen uitoefenen. Hierover houd je een presentatie en schrijf je een verslag dat in boekvorm verschijnt (de Beroepsoriëntatiegids).
Je houdt met een studiegenoot een presentatie over een populair‐wetenschappelijk of wetenschappelijk artikel volgens de structuur van een wetenschappelijke presentatie.
Je beantwoordt een centrale vraagstelling, opgesplitst in deelvragen, met behulp van verschillende onderzoeksresultaten die beschreven worden in drie uitgereikte wetenschappelijke artikelen.
Jouw academische werkhouding gedurende het hele semester wordt beoordeeld. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar samenwerking, het houden aan deadlines, kritische vragen stellen en professioneel feedback geven en ontvangen.
De opdrachten die worden nagekeken door je docent, lever je in op Blackboard. Hierbij gaat het om tussen –en eindversies van de (eind)opdrachten, en een aantal opdrachten over de academische houding, die de basis vormen voor verdere reflectie en feedback. Er wordt van je verwacht dat je ingeleverde werk compleet en verzorgd is. Om dit te faciliteren staan op Blackboard digitale formats voor alle eindversies.
Bij iedere opdracht wordt er één of twee keer feedback gegeven door je docent of medestudenten. Het doel van de feedback is om informatie te bieden over wat er goed is aan de opdracht en over wat er nog verbeterd kan worden. Daarnaast geeft het informatie over welke vaardigheden je al beheerst en aan welke vaardigheden je in de volgende opdracht nog moet werken.
Er wordt verwacht dat je aan de hand van de feedback en de Handleiding Wetenschappelijke Verslaglegging, zelf het gehele verslag nogmaals doorneemt, evalueert en verbetert in volgende versies. Daarnaast wordt verwacht dat je de feedback op je vaardigheden ook gebruikt in je volgende opdrachten in dit jaar en in de komende jaren, bij andere vakken (Experimentatie jaar 2, miniscriptie, bachelorproject). Zo verbeter je je academische vaardigheden gedurende je hele studie.
De feedback wordt beschikbaar gesteld via Blackboard. De Blackboard site is na afloop van het vak beperkt beschikbaar, dus sla een kopie van het bestand op voor gebruik bij latere opdrachten.
Onderstaande opdrachten komen aan bod in deze cursus:
Dit vak hanteert de algemene ‘Fraude- en plagiaatregeling’ van de UvA. Onder plagiaat of fraude wordt verstaan het overschrijven van het werk van een medestudent dan wel het kopiëren van wetenschappelijke bronnen (uit bijvoorbeeld boeken en tijdschriften en van het Internet) zonder daarbij de bron te vermelden. Uiteraard is plagiaat verboden. Hier wordt nauwkeurig op gecontroleerd en streng tegen opgetreden. Bij verdenking van plagiaat wordt de examencommissie van de opleiding ingeschakeld. Wanneer de examencommissie overtuigd is dat er plagiaat gepleegd is dan kan dit maximaal leiden tot een uitsluiting van al het onderwijs van de opleiding voor een heel kalenderjaar. Zie voor meer informatie over het fraude- en plagiaatreglement van de Universiteit van Amsterdam www.uva.nl/plagiaat.
Het programma van Academische Basisvaardigheden (ABV) omvat 6 EC, verdeeld over twee vakken van elk 3 EC (ABV 1.1 en ABV 1.2). Doorgaans is er elke onderwijsweek (met uitzondering van tentamenweken) een werkgroep van 2 uur. Daarnaast wordt er uitgegaan van (gemiddeld) 4 uur zelfstudie en voorbereiding per week. De zelfstudie bestaat uit het maken van tussen‐ en eindopdrachten, voorbereiden van presentaties, zelfstandig zoeken naar literatuur, etc. De data van de werkgroepen en een overzicht van alle deadlines kun je vinden in het formulier ‘Overzicht deadlines en opdrachten’ onder ‘Informatie’ op Blackboard. Het rooster van ABV vind je in je persoonlijke rooster op Datanose.
Het rooster van deze cursus wordt gepubliceerd op
Deze cursus draagt bij aan de volgende eindtermen van de opleiding Psychobiologie:
1) Kennis en Inzicht
De bachelor:
2) Toepassen Kennis en Inzicht
De bachelor:
3) Oordeelsvorming
De bachelor:
4) Communicatie
De bachelor:
5) Leervaardigheden
De bachelor:
Academische Basisvaardigheden 1.1 moet behaald zijn om het reguliere programma van Academische Basisvaardigheden 1.2 te kunnen volgen.
Laptop
Voor sommige onderdelen van de werkgroep is een laptop nodig, neem daarom altijd je laptop mee naar de werkgroep.
Communicatie
Dit vak heeft een Blackboardsite. Hier vind je de noodzakelijke informatie, zoals de groepsindeling van de werkcolleges en de opdrachten. Alle communicatie buiten de werkgroep verloopt via de e‐mail en via Blackboard. Je bent dan ook verplicht op alle werkdagen je e‐mail te lezen op het e‐mailadres dat je als correspondentieadres hebt opgegeven bij de UvA en Studielink. Daarnaast moet je op alle werkdagen Blackboard raadplegen. Hierop staan de thuisopdrachten en werkgroepopdrachten. Daarnaast moet je verslagen en presentaties hier digitaal inleveren. Ook staan er mededelingen op.
Algemene rol van je docent
Je docent is vooral de begeleider van het individuele leerproces en maakt door middel van feedback aan jou inzichtelijk hoe het met je ontwikkeling van de verschillende vaardigheden staat. Je docent begeleidt je in het maken van de opdrachten, geeft feedback op je academische vaardigheden en zal je eindopdrachten met een cijfer beoordelen. De opdrachten zullen in de loop van het studiejaar steeds meer van docent‐ naar studentgestuurd uitgevoerd worden. Dit betekent dat er steeds meer eigen verantwoordelijkheid van je wordt verwacht. In het begin worden veel handvatten door je docent aangereikt, maar gedurende het jaar gaan de opdrachten in grotere stappen en komt er bovendien steeds meer vrijheid/ruimte voor eigen inbreng. Aan het begin van het jaar maakt je docent een telefoonlijst, zodat hij of zij je kan bereiken. Deze telefoonlijst wordt binnen je werkgroep verspreid, zodat je makkelijk contact met elkaar kunt opnemen om samen te werken.
Mentorfunctie docent
Om je te begeleiden bij je studievoortgang heb je een mentorgesprek met je docent. Dit is bedoeld om je te begeleiden bij je studievoortgang. Door het voeren van dit gesprek kunnen eventuele problemen tijdig gesignaleerd worden en samen met je ABV‐docent gekeken worden waar het beste hulp of ondersteuning ingeroepen kan worden, zoals met behulp van studievaardigheidstrainingen. Ook als er geen problemen zijn, kan het gesprek eraan bijdragen je te helpen om tijdens je studie beter uit de verf te komen. In het eerste semester krijg je tussen week 42 en week 50 een individueel mentorgesprek. Dit gesprek is verplicht en telt mee voor de aanwezigheidsplicht. Als jij of je docent dat willen of nuttig vinden, kan er later nog een tweede gesprek plaatsvinden. Je kunt voor andere studiegerelateerde vragen of problemen altijd contact opnemen met je docent. Hij of zij denkt graag mee en kan eventueel verwijzen naar de juiste vakdocent, studieadviseur of andere deskundige.
Regels en consequenties van het niet naleven ervan
Samengevat zijn de belangrijkste regels van het vak dus:
Voor alle regels geldt dat het breken ervan in het uiterste geval kan resulteren in uitsluiting van het vak. Een overzicht van alle deadlines is terug te vinden op Blackboard onder
‘informatie: overzicht deadlines en opdrachten’.