Academische Basisvaardigheden 1.1

Academic Skills 1.1

3 EC

Semester 1, periode 1, 2, 3

51021ACB3Y

Eigenaar Bachelor Psychobiologie
Coördinator J. Struik MSc
Onderdeel van Bachelor Psychobiologie, jaar 1

Studiewijzer 2015/2016

Globale inhoud

Aan de hand van onderwerpen uit het vakgebied worden de academische vaardigheden getraind. Tijdens - en als voorbereiding op - de werkgroepen worden opdrachten uitgevoerd om deze academische vaardigheden aan te leren. Samenwerken en het geven en ontvangen van feedback van medestudenten en de docent zijn bij elke opdracht belangrijke onderdelen. Voorbeelden van opdrachten om academische vaardigheden te trainen zijn:

  • Schrijven van een onderzoeksbeschrijving
  • Schrijven van een literatuurverslag
  • Geven van mondelinge presentaties
  • Lezen van wetenschappelijke artikelen

In het tweede semester gaat de training van de academische basisvaardigheden door in Academische Basisvaardigheden 1.2

Studiemateriaal

Syllabus

  • Tegen betaling van ca. € 25,- bij de Servicedesk ESC voor aanvang van de eerste bijeenkomst zullen het hele jaar handleidingen en hand-outs uitgedeeld worden en ontvangt men een map om de gemaakte opdrachten en hand-outs in te bewaren.

Overig

  • Het vak werkt met een Handleiding voor Wetenschappelijke Verslaglegging (HWV) die specifiek gericht is op de schrijf‐ en presentatieopdrachten. Deze handleiding zal gebruikt worden voor alle (eind)opdrachten van ABV 1.1 en 1.2. Daarnaast heb je deze handleiding nodig bij Experimentatie jaar 2, bij het schrijven van je miniscriptie en het schrijven van je bachelorscriptie. Verder wordt er gebruik gemaakt van wetenschappelijke artikelen, die ook op papier worden uitgereikt. Al het materiaal en alle opdrachten worden (ook) digitaal aangeboden via Blackboard.

Leerdoelen

  • De student kan een bondige, zakelijke en tekstueel samenhangende tekst in correct Nederlands schrijven in de juiste werkwoordstijden.
  • De student kan de inhoud van een wetenschappelijk artikel mondeling en schriftelijk in eigen woorden samenvatten.
  • De student kan zowel inhoudelijke als methodologische kritische vragen stellen over mondelinge verslaglegging van populair wetenschappelijk onderzoek.
  • De student kan schriftelijke en mondelinge feedback geven op schriftelijke en mondelinge verslaglegging van wetenschappelijk onderzoek van medestudenten.
  • De student kan schriftelijke en mondelinge feedback ontvangen en verwerken in dezelfde en in nieuwe opdrachten.
  • De student kan op de juiste plaats in de tekst refereren en zowel referenties als literatuurlijst volgens de handleiding opmaken.
  • De student kan zelfstandig en efficiënt wetenschappelijke artikelen opzoeken, lezen, de belangrijkste conclusies samenvatten, de benodigde informatie vinden en achtergrondinformatie opzoeken.
  • De student kan vertellen wat de beroepsmogelijkheden na zijn studie zijn (en mogelijke loopbanen, mogelijke invulling van werkdagen en de rol van de academische houding en de genoten opleiding hierbij) en kent zijn eigen beroepsvoorkeuren en de daarvoor mogelijke studie- en loopbaankeuzes.
  • De student kan de empirische cyclus herkennen in wetenschappelijke artikelen en deze zelf toepassen in wetenschappelijke verslaglegging.
  • De student kan met een partner een heldere en samenhangende wetenschappelijke presentatie geven met een duidelijke, leesbare en overzichtelijke diapresentatie en goede presentatietechnieken.
  • De student kan op een wetenschappelijke manier verslaglegging doen van eigen experimenten en experimenten van anderen en hierbij gebruik maken van de IMRD-structuur en het zandlopermodel.
  • De student kan reflecteren op zijn eigen inzet en vaardigheden voor eindopdrachten en een stappenplan om in vervolgopdrachten zijn vaardigheden te verbeteren.
  • De student onderbouwt al zijn statements met argumenten en literatuur.
  • De student kan de inhoud van verschillende wetenschappelijke artikelen inhoudelijk en tekstueel integreren in een wetenschappelijke tekst.
  • De student kan met een groep studenten een interview regelen, uitvoeren en uitwerken.

Onderwijsvormen

  • Laptopcollege
  • Presentatie/symposium
  • Zelfstudie
  • Begeleiding/feedbackmoment
  • Werkcollege

Werkcolleges (verplicht)

Elke week (behalve in de tentamenweken) is er een werkgroep van ABV. Je werkgroep bestaat uit ongeveer 16 studenten. Bij ABV 1.1 zit je het hele semester in dezelfde groep met dezelfde docent. 

De werkgroepen duren 2 uur. Tijdens de werkgroep worden opdrachten besproken,  nieuwe opdrachten uitgelegd en vaardigheden geoefend. De opdrachten worden soms plenair besproken, maar er wordt ook in groepjes en in duo’s gewerkt. 

Naast de 2 uur in de werkgroep ben je gemiddeld per week 4 uur bezig met  voorbereiding van de werkgroep. In deze tijd schrijf je verslagen, maak je opdrachten en presentaties of bereid je kritische vragen voor. 

Actieve deelname

Deelname aan de werkgroepen vereist een actieve en academische werkhouding. Tijdens dit vak word je getraind om kritisch na te denken en een mening te vormen over onderwerpen die besproken worden. Deze belangrijke vaardigheid oefen je vanaf het begin door kritische vragen aan elkaar te stellen, feedback aan elkaar te geven, meningen te formuleren en op te schrijven, en met elkaar te discussiëren over wetenschappelijke onderwerpen. Er wordt verwacht dat je hier actief aan deelneemt. Daarnaast werk je veel samen in groepen. Er wordt verwacht dat je het werken in groepsverband gebruikt om elkaar te helpen en elkaar aan te vullen, o.a. door elkaar op een constructieve manier feedback te geven. Door het werk van anderen kritisch te bekijken, van constructieve feedback te voorzien en hulp te vragen bij moeilijke onderdelen, wordt je leerproces aangevuld en verrijkt. 

Verdeling leeractiviteiten

Activiteit

Aantal uur

Laptopcollege

26

Werkcollege

16

Zelfstudie

42

Aanwezigheid

Aanwezigheidseisen opleiding (OER-B):

  • Deelname aan alle practica, computerpractica, veldwerk en werkcolleges in het curriculum is verplicht en de student dient zich op deze bijeenkomsten terdege voor te bereiden.

Aanvullende eisen voor dit vak:

Aanvullende eisen voor dit vak:

Aanwezigheid bij de werkgroepen is verplicht. Per semester mag je maximaal twee bijeenkomsten missen, ongeacht de reden. Ook voor het niet op tijd aanwezig zijn kan je deelname aan de werkgroep worden ontzegd. Bij verzuim van meer dan twee werkgroepen, wordt je eindcijfer van ABV 1.1 per extra afwezige werkgroep verminderd met 0,5 punt. 

Bij afwezigheid moet je je van tevoren telefonisch of per e‐mail afmelden bij jouw  docent. Daarnaast moet je ook bij afwezigheid aan de deadlines voor het inleveren van opdrachten voldoen en moet je de thuisopdrachten voor de volgende werkgroep maken. Je bent er zelf verantwoordelijk voor dat je de informatie die je hebt gemist, verkrijgt via Blackboard, je docent en/of je medestudenten. 

Toetsing

Onderdeel en weging Details Opmerkingen

Eindcijfer

35%

Onderzoeksbeschrijving

HerkansbaarCompenseerbaar met literatuurverslag

50%

Literatuurverslag

Moet ≥ 6 zijn, Herkansbaar

15%

Academische houding

0%

Nieuwsflits

Powerpoint inleveren 24 uur voor werkgroep

0%

Beroepsoriëntatie

Voor aanvang WG 9

De beoordeling vindt plaats op basis van de verslagen en academische houding. Nadere informatie staat vermeld in de studiewijzer.

De thuisopdrachten voor de volgende werkgroep worden uiterlijk vanaf de voorgaande werkgroep digitaal via Blackboard aangeboden. De werkgroepopdrachten worden ook digitaal via Blackboard aangeboden. 

Schrijfopdrachten en presentaties waarop je feedback of een cijfer krijgt, moet je op tijd  inleveren op Blackboard. Aanvullende inlevereisen per opdracht worden gecommuniceerd via de omschrijvingen van de opdracht op Blackboard. Afwezigheid in de werkgroep is in principe geen reden tot uitstel van de deadline. Als je een deadline niet haalt, krijg je geen feedback en/of cijfer.

Beoordeling

De beoordeling van dit vak is gebaseerd op twee eindopdrachten (OB en LV) en jouw academische houding. Het gemiddelde cijfer voor deze opdrachten bepaalt je eindcijfer voor deze cursus. Je bent geslaagd voor ABV 1.1 als je deze opdrachten binnen één jaar met minimaal een 6 hebt afgerond, als je het interview van de beroepsoriëntatie hebt ingeleverd, een nieuwsflits hebt gegeven en je niet teveel aftrek hebt gekregen vanwege afwezigheid. Een onvoldoende van de onderzoeksbeschrijving (OB, eerste opdracht) kun je compenseren met het literatuurverslag (LV, tweede opdracht) indien het gemiddelde van deze twee opdrachten minimaal een 6 is. Een onvoldoende voor de academische houding kan gecompenseerd worden met zowel OB als LV.

Inhaalweek

Aan het einde van het eerste semester is er een inhaalweek. In deze week kun je onvoldoendes omzetten in een voldoende (OB en LV) of een opdracht inhalen (NF en BO). Er kan in een inhaalweek voor opdrachten maximaal een 6 behaald worden. Verdere informatie over deze herkansmogelijkheden zal binnen het vak gecommuniceerd worden.

Inhaalgroep tweede semester

Als je de in het eerste semester niet aan de eisen van ABV 1.1 hebt voldaan, kun je onder voorbehoud deelnemen aan ABV 1.2. Je komt dan in het tweede semester in een inhaalgroep. Hierin komen de opdrachten uit het eerste semester nogmaals aan de orde en moeten dan alsnog behaald worden. Dit gebeurt naast de reguliere opdrachten uit ABV 1.2 en  vereist daarom een extra tijdsinvestering. Indien je de opdrachten van ABV 1.1 dan met een voldoende afrond kun je verder met ABV 1.2. Als dit niet lukt kun je niet verder deelnemen aan ABV 1.2 en zal je ABV 1.1 volgend jaar opnieuw moeten volgen.

Bijzondere omstandigheden

Je kunt dit vak alleen behalen als je aan alle samenstellende voorwaarden (o.a. aanwezigheidsplicht, verplichte opdrachten etc.) hebt voldaan. Als je om aantoonbare zwaarwegende redenen niet aan alle samenstellende onderdelen kunt voldoen, dien je je zo spoedig mogelijk te melden bij de studieadviseur. In geval van aantoonbaar zwaarwegende omstandigheden wordt er dan in samenspraak met je docent gekeken of er een andere oplossing mogelijk is.

Afronden van cijfers

Let op: volgens de Onderwijs‐ en Examenregeling (OER) van de FNWI (artikel 3.6 van deel A) wordt een 5,5 niet gegeven als eindcijfer voor een vak. Een onafgerond cijfer vanaf 5,5 tot 6,25 wordt afgerond tot een 6,0. Onafgeronde cijfers vanaf 4,75 tot 5,5 worden afgerond naar een 5,0 (zie OER deel A voor een verdere toelichting).
Voor de deelopdrachten worden de cijfers afgerond op één decimaal. Cijfers groter of gelijk aan een 5,5 gelden als een voldoende in het schema in de volgende paragraaf. 

Opdrachten

Onderzoeksbeschrijving (OB, becijferd)

  • Je beschrijft de onderdelen van de empirische cyclus van een wetenschappelijk artikel in eigen woorden.

Beroepsoriëntatie (BO)

  • Je interviewt met een groepje een professional, die een functie heeft die je als afgestudeerd psychobioloog later ook zou kunnen uitoefenen. Hierover houd je een presentatie en schrijf je een verslag dat in boekvorm verschijnt (de Beroepsoriëntatiegids).

Nieuwflits (NF)

  • Je houdt met een studiegenoot een presentatie over een populair‐wetenschappelijk of wetenschappelijk artikel volgens de structuur van een wetenschappelijke presentatie.

Literatuurverslag (LV, becijferd)

  • Je beantwoordt een centrale vraagstelling, opgesplitst in deelvragen, met behulp van verschillende onderzoeksresultaten die beschreven worden in drie uitgereikte wetenschappelijke artikelen.

Academische houding (AH, becijferd)

  • Jouw academische werkhouding gedurende het hele semester wordt beoordeeld. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar samenwerking, het houden aan deadlines, kritische vragen stellen en professioneel feedback geven en ontvangen.

Inleveren opdrachten

  • De opdrachten die worden nagekeken door je docent, lever je in op Blackboard. Hierbij gaat het om tussen –en eindversies van de (eind)opdrachten, en een aantal opdrachten over de academische houding, die de basis vormen voor verdere reflectie en feedback. Er wordt van je verwacht dat je ingeleverde werk compleet en verzorgd is. Om dit te faciliteren staan op Blackboard digitale formats voor alle eindversies.

Feedback

  • Bij iedere opdracht wordt er één of twee keer feedback gegeven door je docent of medestudenten. Het doel van de feedback is om informatie te bieden over wat er goed is aan de opdracht en over wat er nog verbeterd kan worden. Daarnaast geeft het informatie over welke vaardigheden je al beheerst en aan welke vaardigheden je in de volgende opdracht nog moet werken.

    Er wordt verwacht dat je aan de hand van de feedback en de Handleiding Wetenschappelijke Verslaglegging, zelf het gehele verslag nogmaals doorneemt, evalueert en verbetert in volgende versies. Daarnaast wordt verwacht dat je de feedback op je vaardigheden ook gebruikt in je volgende opdrachten in dit jaar en in de komende jaren, bij andere vakken (Experimentatie jaar 2, miniscriptie, bachelorproject). Zo verbeter je je academische vaardigheden gedurende je hele studie.

    De feedback wordt beschikbaar gesteld via Blackboard. De Blackboard site is na afloop van het vak beperkt beschikbaar, dus sla een kopie van het bestand op voor gebruik bij latere opdrachten.

Onderstaande opdrachten komen aan bod in deze cursus:

  •    Naam opdracht 1 : beschrijving 2
  •    Naam opdracht 2 : beschrijving 1
  •    ....

Fraude en plagiaat

Dit vak hanteert de algemene ‘Fraude- en plagiaatregeling’ van de UvA. Onder plagiaat of fraude wordt verstaan het overschrijven van het werk van een medestudent dan wel het kopiëren van wetenschappelijke bronnen (uit bijvoorbeeld boeken en tijdschriften en van het Internet) zonder daarbij de bron te vermelden. Uiteraard is plagiaat verboden. Hier wordt nauwkeurig op gecontroleerd en streng tegen opgetreden. Bij verdenking van plagiaat wordt de examencommissie van de opleiding ingeschakeld. Wanneer de examencommissie overtuigd is dat er plagiaat gepleegd is dan kan dit maximaal leiden tot een uitsluiting van al het onderwijs van de opleiding voor een heel kalenderjaar. Zie voor meer informatie over het fraude- en plagiaatreglement van de Universiteit van Amsterdam www.uva.nl/plagiaat.

Weekplanning

Het programma van Academische Basisvaardigheden (ABV) omvat 6 EC, verdeeld over twee vakken van elk 3 EC (ABV 1.1 en ABV 1.2). Doorgaans is er elke onderwijsweek (met uitzondering van tentamenweken) een werkgroep van 2 uur. Daarnaast wordt er uitgegaan van (gemiddeld) 4 uur zelfstudie en voorbereiding per week. De zelfstudie bestaat uit het maken van tussen‐ en eindopdrachten, voorbereiden van presentaties, zelfstandig zoeken naar literatuur, etc. De data van de werkgroepen en een overzicht van alle deadlines kun je vinden in het formulier ‘Overzicht deadlines en opdrachten’ onder ‘Informatie’ op Blackboard. Het rooster van ABV vind je in je persoonlijke rooster op Datanose. 

Rooster

Het rooster van deze cursus wordt gepubliceerd op https://datanose.nl/

Eindtermen

Deze cursus draagt bij aan de volgende eindtermen van de opleiding Psychobiologie:

1) Kennis en Inzicht

De bachelor:

  • 1a) kan de basisprincipes uit de vakgebieden ‘genetica en evolutie’, ‘celbiologie’, ‘biochemie’, ‘fysiologie’, ‘embryologie’, ‘anatomie’ en ‘evolutie en gedrag’ uitleggen.
  • 1b) kan de ontwikkeling en werking van het brein op alle niveaus – van molecuul tot de menselijke geest – binnen Psychobiologie, voornamelijk de deelgebieden ‘perceptie tot bewustzijn’, ‘leren en geheugen’, ‘emotie’, ‘motivatie’, ‘neuroanatomie’ en ‘neurofysiologie’ uitleggen.
  • 1c) kan de pathofysiologie en bijbehorende diagnostische methoden en mogelijke therapieën uitleggen.
  • 1d) kan uitleggen welke onderzoekstechnieken nodig zijn voor het ontwikkelen van kennis en dat kennis nodig is voor het ontwikkelen van onderzoekstechnieken.
  • 1e) kan de kennis opgedaan bij een zelfgekozen vak uitleggen.
  • 1f) kan de basisprincipes uit de beroepsethiek en wetenschapsfilosofie uitleggen.
  • 1g) kan mogelijke vervolgopleidingen benoemen.
  • 1h) kan uitleggen wat de bijdragen en beperkingen zijn van de kennis op elk niveau - van molecuul tot de menselijke geest - aan het wetenschapsgebied Psychobiologie.
  • 1i) kan op alle niveaus de werking van het brein van dieren en mensen vergelijken.
  • 1j) kan onderbouwen hoe de pathofysiologie bijdraagt aan het begrip van de ontwikkeling en werking van het brein op alle niveaus.
  • 1k) kan grensverleggende ontwikkelingen in het wetenschapsgebied Psychobiologie herkennen.
  • 1l) kan uitleggen dat een standpunt wordt beïnvloed door context.

2) Toepassen Kennis en Inzicht

De bachelor:

  • 2a) kan onderbouwen welke onderzoekstechnieken nodig zijn om onderzoeksvragen binnen het wetenschapsgebied Psychobiologie te beantwoorden.
  • 2b) kan ondersteunende disciplines zoals wis-, natuur- en scheikunde en programmeren toepassen.
  • 2c) kan de empirische cyclus zelfstandig doorlopen bij het uitvoeren van een onderzoek.
  • 2d) kan op een wetenschappelijke manier lopende experimenten documenteren.
  • 2e) kan algemene laboratoriumvaardigheden uitvoeren.
  • 2f) kan onderzoek doen met proefpersonen en relevante proefdieren.
  • 2g) kan voor de psychobiologie relevante computerprogramma’s en/of programmeertalen gebruiken.
  • 2h) kan ruwe data interpreteren en een geschikte (kwantitatieve) analysemethode toepassen.
  • 2i) kan werken volgens algemene milieu- en veiligheidsnormen.
  • 2j) kan redeneren en argumenteren en meerdere standpunten benoemen en onderbouwen.

3) Oordeelsvorming

De bachelor:

  • 3a) kan relevante literatuur verzamelen, verwerken en interpreteren.
  • 3b) kan de implicaties van onderzoeksresultaten voor de maatschappij overzien.
  • 3c) kan onderzoeksresultaten binnen de Psychobiologie en/of binnen een discipline- overstijgende context interpreteren.
  • 3d) kan de ethische aspecten van beroepsmatige omgang met levende organismen en weefsel overwegen.
  • 3e) kan informatie analyseren aan de hand van kwaliteitscriteria en er een eigen oordeel over vormen.
  • 3f) kan alternatieven en tegenargumenten overwegen bij het vormen of herzien van een oordeel.

4) Communicatie

De bachelor:

  • 4a) kan kennis, bevindingen en standpunten in wetenschappelijk Nederlands en Engels schriftelijk rapporteren en mondeling presenteren.
  • 4b) kan een bijdrage leveren aan wetenschappelijke discussies.
  • 4c) kan op basis van begrip en respect communiceren.
  • 4d) kan onderzoeksgegevens communiceren volgens de regels van wetenschappelijke integriteit.
  • 4e) kan een standpunt overbrengen.

5) Leervaardigheden

De bachelor:

  • 5a) kan een zelfstandige en wetenschappelijke werkwijze en houding ontwikkelen.
  • 5b) kan zich zelfstandig kennis eigen maken.
  • 5c) kan nieuwe kennis integreren met aanwezige kennis en tot inzichten komen.
  • 5d) kan een constructieve en synergetische manier van samenwerken ontwikkelen.
  • 5e) kan zich in een zelfgekozen deelgebied verdiepen of verbreden.
  • 5f) kan zich nieuwe technische vaardigheden eigen maken.
  • 5g) kan feedback geven en verwerken.
  • 5i) kan reflecteren op eigen gedrag en dit gedrag desgewenst verbeteren.
  • 5j) kan geleerde principes generaliseren en toepassen in een andere context.

Aanvullende informatie

Academische Basisvaardigheden 1.1 moet behaald zijn om het reguliere programma van Academische Basisvaardigheden 1.2 te kunnen volgen.

Laptop
Voor sommige onderdelen van de werkgroep is een laptop nodig, neem daarom altijd je laptop mee naar de werkgroep. 

Communicatie
Dit vak heeft een Blackboardsite. Hier vind je de noodzakelijke informatie, zoals de groepsindeling van de werkcolleges en de opdrachten. Alle communicatie buiten de werkgroep verloopt via de e‐mail en via Blackboard. Je bent dan ook verplicht op alle werkdagen je e‐mail te lezen op het e‐mailadres dat je als correspondentieadres hebt opgegeven bij de UvA en Studielink. Daarnaast moet je op alle werkdagen Blackboard raadplegen. Hierop staan de thuisopdrachten en werkgroepopdrachten. Daarnaast moet je verslagen en presentaties hier digitaal inleveren. Ook staan er mededelingen op. 

Algemene rol van je docent
Je docent is vooral de begeleider van het individuele leerproces en maakt door middel van feedback aan jou inzichtelijk hoe het met je ontwikkeling van de verschillende vaardigheden staat.  Je  docent  begeleidt  je  in  het  maken  van  de  opdrachten,  geeft  feedback  op  je  academische vaardigheden en zal je eindopdrachten met een cijfer beoordelen. De opdrachten zullen in de loop van het studiejaar steeds meer van docent‐ naar  studentgestuurd uitgevoerd worden. Dit betekent dat er steeds meer eigen verantwoordelijkheid van je wordt verwacht. In het begin worden veel handvatten door je docent aangereikt, maar gedurende het jaar gaan de opdrachten in grotere stappen en komt er bovendien steeds meer vrijheid/ruimte voor eigen inbreng. Aan het begin van het jaar maakt je docent een telefoonlijst, zodat hij of zij je kan  bereiken. Deze telefoonlijst wordt binnen je werkgroep verspreid, zodat je makkelijk contact met elkaar kunt opnemen om samen te werken.

Mentorfunctie docent
Om  je  te  begeleiden  bij  je  studievoortgang  heb  je  een  mentorgesprek  met  je  docent.  Dit  is  bedoeld om je te begeleiden bij je studievoortgang. Door het voeren van dit gesprek kunnen eventuele  problemen  tijdig  gesignaleerd  worden  en  samen  met  je  ABV‐docent  gekeken  worden waar het beste hulp of ondersteuning ingeroepen kan worden, zoals met behulp van  studievaardigheidstrainingen.  Ook  als  er  geen  problemen  zijn,  kan  het  gesprek  eraan  bijdragen je te helpen om tijdens je studie beter uit de verf te komen.  In  het  eerste  semester  krijg  je  tussen  week  42  en  week  50  een  individueel  mentorgesprek. Dit gesprek is verplicht en telt mee voor de aanwezigheidsplicht. Als jij of je docent dat willen of nuttig vinden, kan er later nog een tweede gesprek  plaatsvinden. Je kunt voor andere studiegerelateerde vragen of problemen altijd contact opnemen met  je docent. Hij of zij denkt graag mee en kan eventueel verwijzen naar de juiste vakdocent, studieadviseur of andere deskundige.  

Regels en consequenties van het niet naleven ervan

Samengevat zijn de belangrijkste regels van het vak dus:

  • aanwezig zijn
  • op tijd komen
  • actieve deelname (opdrachten maken)
  • deadlines halen
  • ingeleverde opdrachten voldoen aan de inlevereisen

Voor alle regels geldt dat het breken ervan in het uiterste geval kan resulteren in uitsluiting van het vak. Een overzicht van alle deadlines is terug te vinden op Blackboard onder
‘informatie: overzicht deadlines en opdrachten’. 

Contactinformatie

Coördinator

  • J. Struik MSc