Organic chemistry
6 EC
Semester 1, periode 1
51128ORC6Y
| Eigenaar | Bachelor Scheikunde |
| Coördinator | prof. dr. H. Hiemstra |
| Onderdeel van | Bachelor Scheikunde, jaar 2Bachelor Bèta-gamma, major Scheikunde, jaar 3 |
Het vak organische chemie bestaat uit een collegedeel en een practicumdeel. Het collegedeel vormt een geheel met het organische chemie deel van het eerstejaarscollege Organische en anorganische chemie en bouwt voort daarop. Een hele serie reacties zullen de revue passeren. Deze zijn veeleer gegroepeerd naar gemeenschappelijkheid wat betreft mechanisme in plaats van de traditionele rangschikking naar dezelfde functionele groep. Aan bod komen o.a. elektrofiele en nucleofiele aromatische substitutiereacties, reacties van enolen/enolaten zoals aldol en Claisen reacties en ook geconjugeerde additiereacties. Verder worden de volgende onderwerpen besproken: chemo-, regio-, en stereo-selectiviteit. De verkregen kennis en inzicht worden toegepast in syntheseplanning (retrosynthese).
De opgedane kennis wordt in de praktijk gebracht en geïllustreerd in het practicumdeel van dit vak. Tijdens het practicum ligt het accent op het aanleren van een serie isolatie- en zuiveringstechnieken van een vijftal experimenten, waarbij telkens de koppeling met de theorie van het college gemaakt wordt. De meeste experimenten kennen een 'probleem-oplossende' aanpak, waarbij aandacht wordt besteed aan onderzoeksmethodiek.
Het verwerven van meer gevorderde kennis van de organische chemie, alsmede experimentele vaardigheden. Hiermee moet men in staat zijn om:
Hoorcollege, werkcollege met pretesten en 5 practicumdagen.
Activiteit | Aantal uur |
Hoorcollege | 22 |
Practicum | 48 |
Tentamen | 3 |
Vragenuur | 2 |
Werkcollege | 20 |
Zelfstudie | 73 |
| Onderdeel en weging | Details |
|
Eindcijfer | |
|
70% Theorie | |
|
0% Pretests | Bonus |
|
100% Tentamen | Moet ≥ 5.5 zijn |
|
30% Practicum | Moet ≥ 5.5 zijn |
Beoordeling
Het eindcijfer organische chemie is samengesteld uit 70% theoriedeel en 30% practicumdeel. 4 Het cijfer voor het theoriedeel wordt grotendeels (80%) of volledig bepaald door het cijfer van het schriftelijke tentamen, dat minimaal een 5,5 moet zijn. Ook het cijfer voor het practicumdeel dient minimaal een 5,5 te zijn. Een voldoende practicumcijfer blijft een jaar lang staan. Het cijfer voor het theoriedeel kan verhoogd worden (niet verlaagd) door goede prestaties te scoren met de pretesten. Het gemiddelde cijfer van de beste zeven pretesten telt voor 20% mee in de berekening van het cijfer van het theoriedeel en het tentamen dus voor 80%. Let wel, deze regeling vereist het meedoen aan minimaal zeven van de tien pretesten.
Onderstaande opdrachten komen aan bod in deze cursus:
Dit vak hanteert de algemene ‘Fraude- en plagiaatregeling’ van de UvA. Onder plagiaat of fraude wordt verstaan het overschrijven van het werk van een medestudent dan wel het kopiëren van wetenschappelijke bronnen (uit bijvoorbeeld boeken en tijdschriften en van het Internet) zonder daarbij de bron te vermelden. Uiteraard is plagiaat verboden. Hier wordt nauwkeurig op gecontroleerd en streng tegen opgetreden. Bij verdenking van plagiaat wordt de examencommissie van de opleiding ingeschakeld. Wanneer de examencommissie overtuigd is dat er plagiaat gepleegd is dan kan dit maximaal leiden tot een uitsluiting van al het onderwijs van de opleiding voor een heel kalenderjaar. Zie voor meer
informatie over het fraude- en plagiaatreglement van de Universiteit van Amsterdam.www.uva.nl/plagiaat
| Weeknummer | Onderwerpen | Studiestof |
| 1 | ||
| 2 | ||
| 3 | ||
| 4 | ||
| 5 | ||
| 6 | ||
| 7 | ||
| 8 |