Linear Algebra
6 EC
Semester 1, periode 1, 2
5122LIAL6Y
In dit college komen de volgende onderwerpen een bod, niet noodzakelijkerwijs in deze volgorde:
Lineaire vergelijkingen in meer variabelen. Reele en complexe vectorruimtes, deelruimtes, coordinaten en basis. De determinant, adjuntmatrix en cofactormatrix. Lineaire afbeeldingen en hun matrices ten opzichte van gegeven bases. Basistransformaties. Matrix-vermenigvuldiging en matrix-inverse. Kern en bereik, rang, en getransponeerde matrix. Vectorruimtes van polynomen en matrices. Loodrechtheid, reele en complexe inproducten, en projecties. Het Gram-Schmidt orthonormalisatieproces. Orthogonale en unitaire matrices. Eigenwaarden en eigenvectoren, diagonaliseerbaarheid, de spectraalstelling voor zelfgeadjungeerde lineaire afbeeldingen.
Hoorcollege, tutoraat en werkcollege.
|
Activiteit |
Aantal uur |
|
Hoorcollege |
36 |
|
Tentamen |
3 |
|
Tussentoets |
3 |
|
Tutoraat |
28 |
|
Werkcollege |
28 |
|
Zelfstudie |
70 |
De studiebelasting is ±10 uur per week gedurende de 14 weken hoor/werkcollege en tutoraat. De rest van de tijd is voor de laatste voorbereidingen op de tussentoets en het tentamen, die samen met de zes tweewekelijkse werkcollegetests het eindcijfer voor het vak bepalen.
Aanwezigheidseisen opleiding (OER-B):
Aanvullende eisen voor dit vak:
| Onderdeel en weging | Details |
|
Eindcijfer | |
|
100% Theorie | Moet ≥ 5.5 zijn, Herkansbaar |
|
30% Tussentoets | |
|
20% Totaal zes werkcollegetoets | |
|
50% Tentamen | Moet ≥ 5 zijn |
Om te slagen voor Lineaire Algebra moet je een afgerond eind- cijfer halen van 6.0 of meer. Dit kan op twee manieren:
Over toelating tot het hertentamen beslist de tutorcoordinator, in overleg met de opleidingsdirecteur.
Toelating tot hertentamen wordt niet bepaald door de docent!
Je eindcijfer wordt bepaald door de volgende deelresultaten:
Hierbij is W een geheel getal tussen 6 en 60 terwijl T en E varieren van 1.0 tot 10.0 met incrementen van 0.1.
De eerste vereiste voor iedereen om te slagen is:
We willen namelijk niet dat W=60, T=10, E=1 een voldoende eindcijfer geeft. Dat zou later zeker grote problemen geven!
Als E minder dan een 5.0 is, is E ook je onafgeronde eindcijfer.
Vervolgens: bereken het gewogen gemiddelde
F = (3*T + 5*E +2*(W/6))/10
Deze F is je onafgeronde eindcijfer.
Het afronden van het eindcijfer gebeurt op halven, waarbij een 5.5 wordt verhoogd tot een 6.0.
We willen de academische vrijheid in ere houden en vinden dat de spreekwoordelijke briljante eenling die alleen naar tussen- toets en eindtentamen komt, toch een 10 moet kunnen halen.
Daarom: als
G = (3*T + 5*E)/8 >= 8.5
dan is het maximum van F en G je onafgeronde eindcijfer.
Als je door de tutorcoordinator wordt toegelaten wordt tot het hertentamen, en je score X hiervoor is minimaal 5.5, dan is X afgerond op halven je eindcijfer voor het vak na hertentamen.
Ook hier worden scores tussen 5.50 en 5.75 afgerond op 6.0.
Toelating tot hertentamen wordt niet bepaald door de docent!
6 tweewekelijkse werkcollegetoetsen
Onderstaande opdrachten komen aan bod in deze cursus:
Dit vak hanteert de algemene ‘Fraude- en plagiaatregeling’ van de UvA. Onder plagiaat of fraude wordt verstaan het overschrijven van het werk van een medestudent dan wel het kopiëren van wetenschappelijke bronnen (uit bijvoorbeeld boeken en tijdschriften en van het Internet) zonder daarbij de bron te vermelden. Uiteraard is plagiaat verboden. Hier wordt nauwkeurig op gecontroleerd en streng tegen opgetreden. Bij verdenking van plagiaat wordt de examencommissie van de opleiding ingeschakeld. Wanneer de examencommissie overtuigd is dat er plagiaat gepleegd is dan kan dit maximaal leiden tot een uitsluiting van al het onderwijs van de opleiding voor een heel kalenderjaar. Zie voor meer
informatie over het fraude- en plagiaatreglement van de Universiteit van Amsterdam.www.uva.nl/plagiaat
| Weeknummer | Onderwerpen | Studiestof |
| 1 | ||
| 2 | ||
| 3 | ||
| 4 | ||
| 5 | ||
| 6 | ||
| 7 | ||
| 8 | ||
| 9 | ||
| 10 | ||
| 11 | ||
| 12 | ||
| 13 | ||
| 14 | ||
| 15 | ||
| 16 |