Philosophy of Science Bèta-gamma
3 EC
Semester 2, periode 4
5022WERE3Y
| Eigenaar | Bachelor Bèta-gamma |
| Coördinator | Njal van Woerden |
| Onderdeel van | Bachelor Bèta-gamma, jaar 1 |
| Links | Zichtbare leerlijnen |
Wetenschap en wetenschappers kom je in onze samenleving werkelijk overal tegen: in beleidsadviezen, in technologische ontwikkelingen, in operatiezalen, in veredelde groente, in onderzoekslaboratoria, enzovoorts. Wetenschappers moeten meer dan ooit samenwerken met wetenschappers uit verschillende disciplines, met beleidsmakers, stakeholders en andere actoren uit de praktijk. Die situatie levert lastige vragen op. Wat is de samenhang tussen verschillende wetenschappelijke disciplines en wat betekent het eigenlijk dat we de wetenschap op die manier opdelen? Op welke manier spelen maatschappelijke factoren een rol in kennisproductie? Zouden patiënten naast medisch onderzoekers actief en gelijkwaardig moeten deelnemen aan onderzoeken die hun ziekte aangaan? Zo ja, kan dat wel?
Wetenschapsfilosofie houdt zich bezig met dit soort vragen. Zij levert filosofisch denkgereedschap waarmee je kritisch leert reflecteren op je toekomstige praktijk als wetenschappelijk onderzoeker, in relatie tot andere wetenschappelijke disciplines, andere vormen van kennis en de maatschappij.
Deze cursus bestaat in totaal uit zes bijeenkomsten waarbij we in de eerste drie weken de meer klassieke wetenschapsfilosofische onderwerpen behandelen. Zo hebben we het in week één over de demarcatie van wat wetenschap is, in week twee bekijken we vanuit een sociaal en historisch oogpunt wat wetenschappers nu in de praktijk doen, en hoe zij hun kennisgemeeenschappen onderscheiden van andere kennisgemeenschappen. Het thema wordt in week drie afgesloten met de vraag of er nu een gemeenschappelijke deler is tussen de meer beta en de meer gamma wetenschap en hoe deze zich onderscheidt.
Iedere werkgroep bestaat tevens uit een toepassingsonderdeel, en in de vierde week moeten studenten een majorkeuze voor zowel een beta- als een gamma-discipline wetenschapsfilosch onderbouwen. In deze week is geen les, maar is er wel een korte opdracht die studenten zowel helpt in hun keuze, als dat deze het praktijkgerichte disciplinaire materiaal biedt waarop de studenten ook getentamineerd worden. In deze module geldt immers, dat wetenschapsfilosofie in allerlei praktische toepassingen schuilt, zo ook in de manier waarop disciplines in elkaar zitten.
Vervolgens gaan we in de weken daarna meer wetenschap in diens toepassing onderzoeken. Allereerst zal in week vijf de interdisciplinaire wetenschapsfilosofie centraal staan met de vraag of werkelijke interdisciplinaire kennis (waarin onderzoeksvraag, onderzoeksontwerp en onderzoeksmethodologie geïntegreerd zijn) wel kan in de werkelijkheid. Is dit ideaal zoals het gesteld wordt wel realiseerbaar? En als dit maar ten dele zo is, wat betekent dit dan voor het uit te voeren onderzoek?
Vervolgens zal in week zes post-koloniale wetenschap centraal staan. Nu we vooral hebben gekeken vanuit een beta-lens naar wetenschap, is het uitermate interessant om ook te kijken naar andere wetenschapsgebieden en hoe deze van invloed zijn op het wetenschappelijk bedrijf als zodanig. In week zes besteden we daarom aandacht aan post-koloniale wetenschapsfilosofie en wat het betekent dat ons wetenschapsbedrijf vooral is ingebed in westerse vormen van denken.
In de laatste week kijken we naar een meer hedendaags onderwerp; de invloed van techniek. Want onze wetenschap kan nauwelijks los bezien worden van de instrumenten waarmee we de natuur en onze omgeving onderzoeken. Door te kijken hoe techniek onze relatie met het onderzochte bemiddeld, krijgen we een steeds beter beeld van de keuzes die allemaal van invloed zijn op ons als wetenschapper.
De opbouw van de drie uur durende werkgroepen is (over het algemeen) als volgt:
Naast werkgroepen zijn er drie plenaire bijeenkomsten (‘hoorcolleges’):
Nb. alle werkgroepen tellen mee voor het participatiecijfer en zijn zodoende verplicht. Een van de zes werkgroepen kan gemist worden, maar bij het missen van meer dan een werkgroep zonder geldige reden* volgt uitsluiting van het vak.
Daarnaast wordt het vak afgesloten met een zaaltentamen. Het is dus belangrijk dat je alle begrippen kent en in verschillende toepassingscontexten kan gebruiken. In bepaalde onderdelen van de werkgroepen kan AI je helpen om beter overzicht over de stof te krijgen, maar het is wel van belang dat je uiteindelijk zelfstandig in staat bent de toepassing van wetenschapsfilosofische concepten uit te leggen.
Voor de hoorcolleges geldt in principe geen aanwezigheidsplicht. In het eerste hoorcollege wordt vooral de toelichting van de module gegeven. In hoorcollege 2 (in week 5) en hoorcollege 3 (in week 7) worden gastsprekers gevraagd om over de praktijk van wetenschapsfilosofie te spreken. Niet alleen is het dan netjes dat de meeste studenten er bij zijn, het is ook van meerwaarde om uit eerste hand van deze onderzoekers te leren.
*een geldige reden voor absentie van meer dan een werkgroep kan zijn dat je vanuit de studie-adviseur kwijtschelding krijgt, dit omwille van ziekte of andere issues die in jouw priveleven plaats hebben.
| Onderdeel | Aantal | Duur | Uur |
| Aanwezigheid werkgroep | 6 | 2,5 | 15 |
| Aanwezigheid hoorcollege | 3 | 2 | 6 |
| Voorbereiding werkgroepen | 6 | 6 | 36 |
| Opdracht onderbouwing marjorkeuze | 1 | 8 | 8 |
| presentatie | 1 | 6 | 6 |
| Voorbereiden tentamen | 1 | 13 | 13 |
| Totaal | 84 |
Nb. zorg er voor dat je bij blijft in deze module; studenten van voorgaande jaren zeggen dat het aantal uren klopt met de reele beasting, maar dat het belangrijk is om bij te blijven. Dan is het tentamen een goede representatie van de besproken stof.
Aanvullende eisen voor dit vak:
Daarnaast staan de werkcolleges grotendeels in het teken van klassikale discussies en groepsopdrachten. De leerstof is niet (slechts) de literatuur, maar juist het verwoorden en toepassen van de ideeën, theorieën en concepten in de literatuur. Daarom wordt de kwaliteit van de werkcolleges voor een groot deel bepaald door de aanwezigheid, voorbereiding en actieve participatie van iedere student.
Daarnaast staan de werkcolleges grotendeels in het teken van klassikale discussies en groepsopdrachten. De leerstof is niet (slechts) de literatuur, maar juist het verwoorden en toepassen van de ideeën, theorieën en concepten in de literatuur. Daarom wordt de kwaliteit van de werkcolleges voor een groot deel bepaald door de aanwezigheid, voorbereiding en actieve participatie van iedere student.
Voor alle werkgroepen geldt een strikte aanwezigheidsplicht: er mag van de 6 wekrgroepen maximaal één werkgroep worden gemist. Bij een tweede keer afwezigheid volgt uitsluiting van het vak. Onder deze regel vallen alle redenen van afwezigheid, ook afwezigheid door bijvoorbeeld ziekte.
Naast een strikte aanwezigheidsplicht bij werkgroepen geldt de plicht om je terdege voor te bereiden op de werkgroep door het maken van de bijbehorende voorbereidende opdracht (leesvragen). Deze opdracht lever je voorafgaand aan de werkgroep via Canvas in. Indien een opdracht niet, onvoldoende of niet op tijd wordt gemaakt en ingeleverd telt dit als afwezigheid en kan uitsluiting van het vak volgen.
Let dus op: afwezigheid bij de werkgroep en het niet voldoen aan een opdracht tellen beide als verzuim dat leidt tot uitsluiting.
Bij meer dan één keer afwezigheid en/of niet voldoen aan een opdracht volgt uitsluiting voor het vak. Meld verhindering van een werkgroep of het niet op tijd kunnen inleveren van een opdracht altijd vóóraf bij jouw werkgroepdocent.
| Onderdeel en weging | Details |
|
Eindcijfer | |
|
1 (100%) Tentamen |
| Onderdeel | Deadline | Weging | Minimumcijfer | Compenseerbaar | Herkansing |
| Voorbereidende opdrachten en participatie* | Voorafgaand aan de werkgroepen | Nvt | AV | Nee | Nee |
| Participatiecijfer (participatie werkgroep, presentatie (&voorbereiding), beta/gamma verwerkingsopdracht) |
aan het einde van alle werkgroepen | 10% | 5.5 | Nee | Nee |
| Afsluitend tentamen | Zie datanose. | 90% | 5,5 | Nee | Ja |
| Herkansing tentamen | Zie datanose. | 90% | 5,5 | Nee | Nee |
*Wanneer de literatuur- en casuspresentatie als excellent wordt beoordeeld krijgen studenten 0,5 bonuspunt bovenop hun tentamencijfer. Dit laat onverlet dat een minimumcijfer van 5,5 voor het tentamen - dus zonder bonuspunt - vereist is om voor de module te slagen.
| Leerdoel: | Tentamen | Literatuur- en casuspresentatie | Voorbereidende opdrachten (leesvragen) en participatie |
|---|---|---|---|
| #1.De student heeft kennis opgedaan van relevante theorieën, concepten en benaderingen uit de wetenschapsfilosofie en kan kernbegrippen die daarin een rol spelen, zoals verificatie, falsificatie en paradigmavorming uitleggen. | x | x | x |
| #2. De student kan verschillende wetenschapsfilosofische begrippen, zoals de hierboven benoemde wetenschappelijke demarcatiecriteria, herkennen, contrasteren. | x | x | x |
| #3. De student kan verschillende perspectieven herkennen op de aard en functie van wetenschappelijke representaties (zoals constructivisme en naturalisme). | x | x | x |
| #4. De student is in staat om bij wetenschappelijke kennis vragen te stellen over de wijze waarop deze kennis gesitueerd en gecontextualiseerd is (zowel in bèta als in gamma wetenschappen). | x | x | x |
| #5. De student kan het nut en de noodzaak van discipline-overstijgende vormen van kennis herkennen, en kan uitleggen hoe inter- en transdisciplinair onderzoek vormgegeven wordt. | x | x | x |
| #6. De student kan op basis van wetenschapsfilosofische theorieën reflecteren op praktijksituaties. | x | ||
| #7. De student kan de wetenschapsfilosofische reflectie op praktijksituaties mondeling presenteren. | x |
| Vak gevolgd | in het vorige collegejaar | 2+ collegejaren geleden |
| Onderdelen werkgroepen: - aanwezigheid; - voorbereidende opdrachten; - participatiecijfer; - Literatuur- en casuspresentatie. | Blijven staan mits voldaan en voldoende**, neem vóór 2-2-2026 contact op via A.N.vanWoerden@uva.nl om hierover afspraken te maken. | Vervallen. Je dient weer mee te doen aan alle onderdelen van de werkgroep en te voldoen aan de aanwezigheidsplicht. |
| Afsluitend tentamen | Blijven staan mits voldaan en voldoende**, neem vóór 2-2-2026 contact op via A.N.vanWoerden@uva.nl om hierover afspraken te maken. | Vervalt |
** Als de onderdelen van de werkgroepen in 2025 met een goed gevolg zijn afgerond (en het tentamen behaald is) is het bijwonen van de bijeenkomsten niet strikt noodzakelijk. Deelname aan de werkgroepen wordt desalniettemin sterk aangeraden. Tijdens de bijeenkomsten wordt tentamenstof uitvoerig behandeld.
De manier van inzage wordt via de webpagina van het vak gecommuniceerd.
Voorbereidende opdracht en participatie (AVV)
De voorbereidende opdracht is het beantwoorden van leesvragen die studenten helpen om de theorie uit de literatuur meer eigen te maken. De leesvragen worden beschikbaar gemaakt via Canvas. Studenten leveren de opdrachten in via Canvas voorafgaand aan de werkcolleges. De opdrachten worden niet beoordeeld of nagekeken, ze dienen ter ondersteuning bij de voorbereiding op de werkgroepen. Tijdens de werkgroepen kunnen de leesvragen als aanknopingspunt worden gebruikt voor het stellen van een vraag of het starten van een discussie. Indien een opdracht niet, onvoldoende of niet op tijd wordt gemaakt en ingeleverd kan uitsluiting van het vak volgen.
Participatie (10% van het eindcijfer):
Om de cursus te doen slagen is een actieve inzet van studenten een vereiste. Het voorbereiden op de werkgroepen en het inleveren van van de voorbereidende opdracht is een vereiste om tijdens de werkgroepen een goede bijdragen te kunnen leveren. Studenten worden ook verwacht goed te participeren tijdens de werkgroepen. Daaronder wordt het volgende verstaan:
Ook dient iedere studente in een van de weken twee tot en met zes een presentatie te geven. De presentatie dient er voor om de stof van die week voor medestudenten op te frissen en samen te vatten. Belangrijek concepten van die week worden uitgelegd, en ook kan tijdens de presentatie een kritische stellingname ingenomen worden tegenover de literatuur van die week. Aan het einde van iedere presentatie wordt door het presenterende groepje bekeken hoe de literatuur van de die week toegepast kan worden in de praktijk waarin we zitten, en of deze van toegevoegde waarde is.
Als derde onderdeel van het participatiecijfer vormt de opdracht die in de werkgroepvrije week door studenten gemaakt wordt. In deze week onderbouwen de studenten de keuze voor een beta en een gamma discipline vanuit wetenschapsfilosofische concepten en beschouwen zij wat zij met deze 2 disciplines zouden kunnen.
Hiermee doen studenten zelfstandig onderzoek naar de werking van twee verschillende disciplines, en kunnen zij hierover vertellen tijdens het tentamen. Studenten dienen in staat te zijn om afsluitend aan het vak tenminste de toepassing van een beta en een gamme discipline te kennen en beschrijven.
Deze drie onderdelen samen; de participatie in de werkgroep (en de voorbereiding daar toe), de presentatie (en de individuele bijdrage daaraan), en de toepassingsopdracht Beta/Gamma-majorkeuze vormen tezamen het participatiecijfer dat voor 10% van het eindcijfer meetelt. Dit is een niet herkansbaar onderdeel van het vak.
Tentamen (90% van het eindcijfer)
Het tentamen bestaat uit open vragen waarbij op verschillende kennisniveaus van de taxonomie van Bloom getoetst wordt of de stof is begrepen. De inhoud van het tentamen is de opgegeven literatuur, het materiaal dat via Canvas gedeeld wordt en de inhoud van de werkgroepen en hoorcolleges. Op Canvas wordt ter voorbereiding een oefententamen beschikbaar gesteld.
Dit vak hanteert de algemene 'Fraude- en plagiaatregeling' van de UvA. Hier wordt nauwkeurig op gecontroleerd. Bij verdenking van fraude of plagiaat wordt de examencommissie van de opleiding ingeschakeld. Zie de Fraude- en plagiaatregeling van de UvA: http://student.uva.nl
Programma & literatuur
Zie canvas voor nadere informatie
Deelname aan werkcolleges en practica is verplicht. Ongeoorloofde absentie leidt tot uitsluiting voor het tentamen.
Sociale veiligheid
We vinden het belangrijk dat je je op de UvA en bij Bèta-gamma veilig voelt. Krijg je onverhoopt te maken met ongewenst gedrag of voel je je onveilig, dan kun je terecht bij verschillende personen. Je melding wordt altijd vertrouwelijk behandeld. Kijk hier voor meer informatie over waar en bij wie je terecht kunt.
Vanaf 2013-2014 hebben we ervoor gekozen om d.m.v. onderstaande tabel de studenten meer inzicht te geven in de kwaliteitszorg. Daarom nemen we een korte weergave van de studentenevaluatie op en de daaruit voortvloeiende acties ter verbetering van het vak.
| Wetenschapsfilosofie (3 EC) | N. 18 | 2025-2026 |
Sterke punten
|
Suggesties ter verbetering
|
|
Reactie docent:
|
||