Van Neuron tot Gedrag

From Neuron to Behavior

6 EC

Semester 1, periode 2

5103NETG6Y

Eigenaar Bachelor Psychobiologie
Coördinator dr. Marlies Oostland
Onderdeel van Bachelor Psychobiologie, jaar 3
Links Zichtbare leerlijnen

Studiewijzer 2025/2026

Globale inhoud

Tijdens de cursus Van Neuron tot Gedrag leer je over de fundamentele neuronale mechanismen die ten grondslag liggen aan gedrag. Recente technologische ontwikkelingen hebben voor een revolutie gezorgd in het neurowetenschappelijk onderzoek binnen systems neuroscience. Door nieuwe technieken in het lab is het mogelijk om van tientallen tot honderden neuronen tegelijkertijd de activiteit in een wakker, bewegend dier te meten en te manipuleren. Dit stelt onderzoekers in staat om grote hoeveelheden neuronale data te koppelen aan gedrag. 

Je maakt kennis met de bijbehorende in vivo experimentele technieken die benodigd zijn om deze neuronale mechanismen te onderzoeken, voornamelijk in diermodellen. Tevens maak je kennis met de nieuwe inzichten in dit vakgebied die zijn beschreven in recente wetenschappelijke artikelen. Deze kennis wordt getoetst door middel van een tentamen.

Daarnaast ga je actief aan de slag met je eigen in vivo experiment waarin je zelf gaat onderzoeken hoe neuronale activiteit en gedrag elkaar beïnvloeden. Aan de hand van een insectenmodel ga je in kleine groepjes je eigen elektroden maken en implanteren in het dier. Dit stelt je in staat om neuronale activiteit te meten en te manipuleren, en dit te koppelen aan het gedrag van het dier. Tijdens deze cursus krijg je de kans om je eigen onderzoeksvraag te ontwikkelen en te testen aan de hand van dit model. Uiteindelijk zal je je methode en resultaten presenteren aan de rest van de groep.

Studiemateriaal

Practicummateriaal

  • De meeste materialen voor het practicum worden door de cursus beschikbaar gesteld. Enige materialen (als een labjas, laptop, etc) zal je zelf moeten meenemen.

Software

  • Alle benodigde software is open source en zal via Canvas beschikbaar worden gemaakt.

Leerdoelen

  • De student kan de mechanismen, mogelijkheden en limitaties van experimentele technieken binnen systems neuroscience met elkaar vergelijken.
  • De student kan een nieuwe concrete experimentele vraagstelling construeren.
  • De student kan zelfstandig elektroden maken en implanteren in een levend dier.
  • De student kan data verzamelen en data-analyse uitvoeren.
  • De student is in staat om te reflecteren op de eigen bijdrage aan een wetenschappelijk groepsproces.
  • De student is in staat om eigen data op wetenschappelijke wijze mondeling te communiceren.
  • De student kan deelnemen aan wetenschappelijke discussies (mening vormen, naar voren brengen, verantwoorden en overeind houden).
  • De student is in staat om met anderen samen te werken aan wetenschappelijk onderzoek, en levert hierbij een positieve en constructieve bijdrage.

Onderwijsvormen

  • Hoorcollege
  • Werkcollege
  • (Computer)practicum
  • Presentatie/symposium
  • Zelfstudie
  • Zelfstandig werken aan bijv. project/scriptie
  • Begeleiding/feedbackmoment

Verdeling leeractiviteiten

Activiteit

Uren

Hoorcollege

18

Practicum

48

Tentamen digitaal

2

Vragenuur

2

Werkcollege

46

Zelfstudie

52

Totaal

168

(6 EC x 28 uur)

Aanwezigheid

  • Voor sommige studieonderdelen geldt een aanwezigheidsplicht. Indien er een aanwezigheidsplicht geldt, dan staat dit aangegeven in de studiegids die te raadplegen is via de UvA-website. De onderbouwing voor, en invulling van, deze aanwezigheidsplicht kan per vak verschillen, en is indien van toepassing opgenomen in deze studiewijzer.
  • Aanvullende eisen voor dit vak:

    Er geldt een aanwezigheidsplicht voor de werkcolleges en practica (zie OER). Dit is omdat de werkcolleges en practica op elkaar voortbouwen, en de opgedane kennis en ervaring van belang is voor de volgende werkcolleges en practica. Als je niet aanwezig kan zijn bij een werkcollege en practica dan moet je dit van tevoren melden bij de vakcoördinator, dr. M. Oostland, en ook doorgeven aan de medestudent(en) met wie je samenwerkt.

    Let op: als meer dan één werkcollege of practicum is gemist, wordt geen eindcijfer geregistreerd.

    Toetsing

    Onderdeel en weging Details

    Eindcijfer

    0.4 (40%)

    Tentamen digitaal

    Moet ≥ 5 zijn, NAP bij geen cijfer

    0.3 (30%)

    Presentatie

    Moet ≥ 5 zijn, NAP bij geen cijfer

    0.2 (20%)

    Academische houding en praktische vaardigheden

    Moet ≥ 5 zijn, NAP bij geen cijfer

    0.1 (10%)

    Verslag week 1

    Moet ≥ 5 zijn, NAP bij geen cijfer

    Het tentamen is een digitale toets waarbij de opgaven niet mogen worden meegenomen of op andere wijze mogen worden overgenomen. Er zijn geen hulpmiddelen toegestaan bij het tentamen. Een voorbeeldvraag is beschikbaar via Canvas.

    Inzage toetsing

    Indien een inzage gewenst is, dan dient de student daarvoor zelf apart een afspraak te maken met de vakcoördinator.

    Opdrachten

    Verslag over groepsopdracht week 1: In een grote groep wordt er een onderzoek gedaan waarvan de vraagstelling en exacte methode door de groep als geheel bedacht en opgesteld wordt. In twee- of drietallen voor je het onderzoek uit, waarna de data en metadata met de rest van de groep gedeeld wordt. Iedereen schrijft vervolgens een individueel verslag van deze resultaten, inclusief een reflectie van de persoonlijke bijdrage op het groepsproces. Het verslag telt voor 10% mee voor het eindcijfer. Tijdens het uitvoeren en verwerken van de opdracht is er begeleiding aanwezig, die tussendoor vragen kan beantwoorden en feedback kan geven.

    Eigen onderzoek in twee- of drietallen: gedurende twee weken voer je je eigen onderzoek uit in twee- of drietallen. Je bedenkt zelf de vraagstelling en methode, en voert dit vervolgens uit. Daarna doe je binnen je groepje de analyse op je data, en bereid je een presentatie voor. De presentatie hierover telt voor 30% mee voor je eindcijfer. Daarnaast word je beoordeeld op academische houding en praktische vaardigheden, dit telt voor 20% mee voor je eindcijfer. Tijdens het uitvoeren en verwerken van de opdracht en de analyse is er begeleiding aanwezig, die tussendoor vragen kan beantwoorden en feedback kan geven.

    Fraude en plagiaat

    Dit vak hanteert de algemene 'Fraude- en plagiaatregeling' van de UvA. Hier wordt nauwkeurig op gecontroleerd. Bij verdenking van fraude of plagiaat wordt de examencommissie van de opleiding ingeschakeld. Zie de Fraude- en plagiaatregeling van de UvA: http://student.uva.nl

    Weekplanning

    Zie Datanose voor het rooster.

    Op donderdag 27 november is de deadline voor het eerste verslag.

    Op maandag 15 december zijn de presentaties over het eigen onderzoek.

    Eindtermen

    Deze cursus draagt bij aan de volgende eindtermen van de opleiding Psychobiologie:

    1) Kennis en Inzicht

    De afgestudeerde

    • 1a) kan de basisprincipes uit de vakgebieden ‘genetica en evolutie’, ‘celbiologie’, ‘biochemie’, ‘fysiologie’, ‘embryologie’, ‘anatomie’ en ‘evolutie en gedrag’ uitleggen.
    • 1b) kan de ontwikkeling en werking van het brein op alle niveaus – van molecuul tot de menselijke geest – binnen Psychobiologie, voornamelijk de deelgebieden ‘perceptie tot bewustzijn’, ‘leren en geheugen’, ‘emotie’, ‘motivatie’, ‘neuroanatomie’ en ‘neurofysiologie’ uitleggen.
    • 1d) kan uitleggen welke onderzoekstechnieken nodig zijn voor het ontwikkelen van kennis en dat kennis nodig is voor het ontwikkelen van onderzoekstechnieken.
    • 1e) kan de kennis opgedaan bij een zelfgekozen vak uitleggen.
    • 1f) kan de basisprincipes uit de beroepsethiek en wetenschapsfilosofie uitleggen.
    • 1h) kan uitleggen wat de bijdragen en beperkingen zijn van de kennis op elk niveau - van molecuul tot de menselijke geest - aan het wetenschapsgebied Psychobiologie.
    • 1k) kan grensverleggende ontwikkelingen in het wetenschapsgebied Psychobiologie herkennen.
    • 1l) kan uitleggen dat een standpunt wordt beïnvloed door context.

    2) Toepassen Kennis en Inzicht

    De afgestudeerde

    • 2a) kan onderbouwen welke onderzoekstechnieken nodig zijn om onderzoeksvragen binnen het wetenschapsgebied Psychobiologie te beantwoorden.
    • 2b) kan ondersteunende disciplines zoals wis-, natuur- en scheikunde en programmeren* toepassen.
    • 2c) kan de empirische cyclus zelfstandig doorlopen bij het uitvoeren van een onderzoek.
    • 2d) kan op een wetenschappelijke manier lopende experimenten documenteren.
    • 2e) kan algemene laboratoriumvaardigheden uitvoeren.
    • 2f) demonstreert te kunnen werken met proefpersonen, relevante (proef)dieren en materiaal van biologische oorsprong en demonstreert te kunnen werken met de aldus verkregen gegevens.
    • 2g) kan voor de psychobiologie relevante computerprogramma’s en/of programmeertalen gebruiken.
    • 2h) kan ruwe data interpreteren en een geschikte (kwantitatieve) analysemethode toepassen.
    • 2i) kan werken volgens algemene milieu- en veiligheidsnormen.
    • 2j) kan redeneren en argumenteren en meerdere standpunten benoemen en onderbouwen.
      * Deze eindterm geldt voor studenten die gestart zijn vanaf studiejaar 2014/2015

    3) Oordeelsvorming

    De afgestudeerde

    • 3b) kan de implicaties van onderzoeksresultaten voor de maatschappij overzien.
    • 3c) kan onderzoeksresultaten binnen de Psychobiologie en/of binnen een discipline- overstijgende context interpreteren.
    • 3d) kan de ethische aspecten van beroepsmatige omgang met levende organismen en weefsel overwegen.
    • 3e) kan informatie analyseren aan de hand van kwaliteitscriteria en er een eigen oordeel over vormen.
    • 3f) kan alternatieven en tegenargumenten overwegen bij het vormen of herzien van een oordeel.

    4) Communicatie

    De afgestudeerde

    • 4a) kan kennis, bevindingen in wetenschappelijk Nederlands en Engels schriftelijk rapporteren en mondeling presenteren.
    • 4b) kan een bijdrage leveren aan wetenschappelijke discussies.
    • 4c) kan op basis van begrip en respect communiceren.
    • 4d) kan onderzoeksgegevens communiceren volgens de regels van wetenschappelijke integriteit.
    • 4e) kan een standpunt overbrengen.

    5) Leervaardigheden

    De afgestudeerde

    • 5a) kan een zelfstandige en wetenschappelijke werkwijze en houding ontwikkelen.
    • 5b) kan zich zelfstandig kennis eigen maken.
    • 5c) kan nieuwe kennis integreren met aanwezige kennis en tot inzichten komen.
    • 5d) kan een constructieve en synergetische manier van samenwerken ontwikkelen.
    • 5e) kan zich in een zelfgekozen deelgebied verdiepen of verbreden.
    • 5f) kan zich nieuwe technische vaardigheden eigen maken.
    • 5g) kan feedback geven en verwerken.
    • 5i) kan reflecteren op eigen gedrag en dit gedrag desgewenst verbeteren.
    • 5j) kan geleerde principes generaliseren en toepassen in een andere context.

    Aanvullende informatie

    Dit is een voltijdscursus gedurende vier weken in periode 2b.

    De voertaal van deze cursus is overwegend in het Nederlands, echter sommige onderdelen van deze cursus kunnen in het Engels worden gegeven.

     

    Verwerking feedback studenten

    Ten opzichte van eerdere edities van deze cursus zijn naar aanleiding van studentenevaluaties een aantal dingen aangepast: 

    1. Het aparte werkcollege over ethiek is uit de cursus gehaald in verband met overlap met de werkcolleges ethiek uit het tweede jaar. In plaats daarvan is de ethische discussie die relevant is voor specifiek de experimenten uit deze cursus verdeeld door de cursus heen.

    2. Er zijn verbeteringen doorgevoerd in het praktische protocol van de experimenten.

    3. Er zijn veranderingen doorgevoerd voor het verslag van het groepsexperiment in week 1 om de werkdruk in die periode te verlagen.

    Contactinformatie

    Coördinator

    • dr. Marlies Oostland

    Docenten

    • dr. Thomas Blankers
    • dr. Julia Dawitz
    • drs. M. van der Doe
    • dr. B.C. Jongbloets
    • prof. Helmut Kessels
    • dr. Dennis Kruijssen
    • dr. J.D. Mul
    • dr. Lena Kaufmann
    • Bryndan van Pinxteren MSc
    • Lynn Turkenburg