De Stad

The City

6 EC

Semester 2, periode 5

5022WEST6Y

Eigenaar Bachelor Bèta-gamma
Coördinator J. van der Klei
Onderdeel van Bachelor Bèta-gamma, jaar 1
Links Zichtbare leerlijnen

Studiewijzer 2024/2025

Globale inhoud

In dit vak staat de stad als menselijke constructie centraal. Wat betekent het eigenlijk wanneer we een gebied “stad” noemen, in plaats van dorp of platteland? Waarom is zo’n classificatie nuttig? Door te onderzoeken wat een stad “stedelijk” maakt, krijgen we een eerste inzicht in de bredere sociale, politieke en economische context waarin stedelijk leven zich afspeelt.

We richten ons vervolgens op twee belangrijke thema’s in dit vak: (1) stedelijke ongelijkheid en (2) stedelijke duurzaamheid. Steden vertonen vaak scherpe economische en sociale tegenstellingen, wat vragen oproept over ongelijkheid: hoe beïnvloedt dit ons welzijn, belemmert het de toegang tot voorzieningen en verankert het onrechtvaardigheid in de samenleving? Moeten we ongelijkheid actief bestrijden, en zo ja, hoe?

Daarna bekijken we de rol van steden in het aanpakken van klimaatverandering. Wetenschappers benadrukken dat inmiddels de overgrote meerderheid van de wereldbevolking in stedelijke gebieden woont, waardoor steden cruciaal zijn voor het ontwikkelen van oplossingen voor milieuproblemen. We bespreken circulaire economieën en strategieën voor stedelijke adaptatie om te begrijpen hoe duurzaamheidsprincipes verankerd kunnen worden in stadsplanning en bestuur.

Door deze twee thema’s te belichten, laten we zien hoe complex en urgent de uitdagingen in hedendaagse stedelijke omgevingen zijn. Amsterdam is onze voornaamste casus, maar we kijken ook naar andere steden in het mondiale noorden en zuiden.

Studiemateriaal

Literatuur

  • Zie Canvas voor literatuur.

Leerdoelen

  • De student kan aan de hand van stedelijke fenomenen, ook in vergelijkend perspectief, verschillen tussen sociale wetenschappen ten aanzien van probleemstellingen, concepten, theorieën, modellen en methoden, duiden.
  • De student heeft inzicht in enkele centrale concepten, onderzoeksmethoden en debatten van sociale en economische wetenschappen, en kan deze uitleggen aan de hand van/c.q. toepassen op ontwikkelingen en fenomenen in stedelijke omgevingen.
  • De student kan over verschillende maatschappelijke ontwikkelingen, en in het bijzonder hun verschijning in stedelijke context, professioneel en helder communiceren, in schriftelijke en mondelinge vorm.
  • De student kan verschillende disciplinaire invalshoeken en vraagstukken integreren in een samenhangende analyse van meervoudige problematiek in een specifieke wijk of stad.
  • De student is in staat inzichten en theorieën vanuit verschillende disciplines t.a.v. stedelijke fenomenen te relateren aan observaties in de praktijk en vice versa.

Onderwijsvormen

  • Hoorcollege
  • Werkcollege
  • Veldwerk/excursie
  • Zelfstudie
  • Begeleiding/feedbackmoment

Studenten verwerven kennis en inzicht in de materie gedurende de hoorcolleges (inclusief hoorcolleges door gastdocenten). Het begrip hiervan alsmede de toepassing wordt getoetst gedurende het vak en bij het tentamen. De werkcolleges zijn bedoeld om deze kennis verder te bespreken, te bediscussiëren en toe te passen. Gedurende het werken (waaronder veldwerk) aan de onderzoeksopdrachten leggen studenten een relatie tussen kennis en praktijk en oefenen ze met onderzoeksvaardigheden. Via zelfstudie bereiden studenten zich voor op de werkcolleges, de hoorcolleges en het tentamen. De begeleiding en feedback dienen om studenten inzicht te geven in hun voortgang en eindproduct.

Verdeling leeractiviteiten

Activiteit

Aantal uur

Hoorcollege

20

Veldwerk

4

Tentamen

3

Werkcollege 

22

Voorbereiding tentamen 

24

Voorbereiding HC & WC (zelfstudie +/- 375 pags)

75

Onderzoeksopdrachten/presentatie

20

Totaal

168

Aanwezigheid

Aanwezigheidseisen opleiding (OER-B):

  • 1. In geval van werkgroepbijeenkomsten is de student verplicht tenminste 7 van elke 8 werkgroepbijeenkomsten bij te wonen, tenzij anders aangegeven in de studiewijzer. Bij meer dan 8 werkgroepbijeenkomsten geldt dat de student steeds per (deel van) 8 bijeenkomsten maximaal 1 bijeenkomst mag missen. Indien de student minder dan het verplichte aantal bijeenkomsten heeft bijgewoond, kan het vak niet worden afgerond.
  • In geval van een practicum is de student verplicht ten minste 90% van de practicumbijeenkomsten bij te wonen, tenzij anders aangegeven in de studiewijzer. In geval de student minder dan 90% heeft bijgewoond dient het practicum opnieuw te worden gevolgd.

Aanvullende eisen voor dit vak:

Het is sterk aanbevolen om deel te nemen aan alle geplande onderwijsactiviteiten. Door dit te doen, draag je actief bij aan de levendige leergemeenschap die we bij Bèta-gamma koesteren. Jouw bijdrage en aanwezigheid bepalen in grote mate de kwaliteit van de onderwijsactiviteiten en je kansen om het vak succesvol af te ronden. De aangewezen verplichte activiteiten spelen een cruciale rol bij het behalen van de cursusdoelstellingen en zijn essentieel voor je algehele voortgang. Door je in te schrijven voor deze cursus ga je akkoord met de regels omtrent aanwezigheid en stem je ermee in actief deel te nemen aan de verplichte activiteiten.

Daarnaast staan de werkcolleges grotendeels in het teken van klassikale discussies en groepsopdrachten. De leerstof is niet (slechts) de literatuur, maar juist het verwoorden en toepassen van de ideeën, theorieën en concepten in de literatuur. Daarom wordt de kwaliteit van de werkcolleges voor een groot deel bepaald door de aanwezigheid, voorbereiding en actieve participatie van iedere student.

  • Er mogen 2 van 11 werkcolleges gemist worden.
  • Afwezigheid dient voor het betreffende werkcollege gemeld te worden bij je werkgroepdocent.

Toetsing

Onderdeel en weging Details

Eindcijfer

50%

Tentamen

Moet ≥ 5.5 zijn

25%

Onderzoeksopdracht 1

Vereist

25%

Onderzoeksopdracht 2

Vereist

Presentatie

Moet ≥ AVV zijn

Onderdeel:

Gewogen gemiddelde:

Minimaal cijfer?

Compenseerbaar?

Herkansbaar?

Tentamen

50%

Ja, 5.5

Nee

Ja

Onderzoeksopdracht 1

25%

gewogen gemiddelde van beide Onderzoeksopdrachten moet 5,5 of hoger zijn

Ja

Ja*

Onderzoeksopdracht 2

25%

gewogen gemiddelde van beide Onderzoeksopdrachten moet 5,5 of hoger zijn

Ja

Ja*

*Als het gewogen gemiddelde van Onderzoeksopdrachten 1 en 2 samen onvoldoende is moet de Onderzoeksopdracht met het laagste cijfer worden herkanst. Het gewogen gemiddelde van beide Onderzoeksopdrachten moet 5,5 of hoger zijn. 

 

Op het tentamen worden de literatuur (muv de aanbevolen literatuur) en andere stof zoals besproken tijdens hoor/gastcolleges & werkcolleges getoetst. Actieve participatie in de werkgroepen is belangrijk. Het helpt een goed inzicht in de stof te verwerven en helpt daarmee voor te bereiden op het tentamen en op de Onderzoeksopdrachten. We moedigen iedereen aan om voorbereid te komen. Er geldt een aanwezigheidsplicht (zie aanvullende eisen deze gids).

Toetsmatrijs (studentenversie)

Leerdoel: Toetsonderdeel 1: Tentamen Toetsonderdeel 2: Onderzoeksopdrachten
#1. De student kan aan de hand van stedelijke fenomenen, ook in vergelijkend perspectief, verschillen tussen sociale wetenschappen ten aanzien van probleemstellingen, concepten, theorieën, modellen en methoden, duiden. x  
#2. De student heeft inzicht in enkele centrale concepten, onderzoeksmethoden en debatten van sociale en economische wetenschappen, en kan deze uitleggen aan de hand van/c.q. toepassen op ontwikkelingen en fenomenen in stedelijke omgevingen. x x
#3. De student kan over verschillende maatschappelijke ontwikkelingen, en in het bijzonder hun verschijning in stedelijke context, professioneel en helder communiceren, in schriftelijke en mondelinge vorm. x x
#4. De student kan verschillende disciplinaire invalshoeken en vraagstukken integreren in een samenhangende analyse van meervoudige problematiek in een specifieke wijk of stad.   x
#5. De student is in staat inzichten en theorieën vanuit verschillende disciplines t.a.v. stedelijke fenomenen te relateren aan observaties in de praktijk en vice versa.   x

Studenten die het vak al eerder hebben gevolgd

Tentamenresultaten of resultaten voor de Onderzoeksopdrachten die in het academisch jaar 2023-
2024 zijn behaald kunnen worden meegenomen naar dit jaar. Deze resultaten moeten wel 5.5 of hoger zijn. Neem
daarvoor uiterlijk 1 april contact op met Joris van der Klei. Resultaten uit het academisch jaar 2022-2023 of eerder mogen
niet worden meegenomen naar dit jaar.

Opdrachten

Onderzoeksopdrachten

  • Een groepsopdracht waarin samen wordt gewerkt door 3 of 4 studenten. Tijdens deze opdracht verrichten studenten
    veldwerk dmv observatie. Daarnaast doen de studenten een GIS-analyse. 

Voorbereidende opdrachten

  • De student maakt voor ieder werkcollege een voorbereidende opdracht over de literatuur. Alle Voorbereidende opdrachten moeten worden ingeleverd en van voldoende niveau zijn om het vak succesvol af te kunnen ronden. 

Vereiste Voorbereidende opdrachten: Alle Voorbereidende opdrachten moeten worden ingeleverd en van voldoende niveau zijn om het vak succesvol af te kunnen ronden. Deze opdrachten worden steekproefsgewijs gecontroleerd door de docenten en beoordeeld met pass/fail. Bij afwezigheid mag de student maximaal 2 Voorbereidende opdrachten missen. 

Fraude en plagiaat

Dit vak hanteert de algemene 'Fraude- en plagiaatregeling' van de UvA. Hier wordt nauwkeurig op gecontroleerd. Bij verdenking van fraude of plagiaat wordt de examencommissie van de opleiding ingeschakeld. Zie de Fraude- en plagiaatregeling van de UvA: http://student.uva.nl

Aanvullende informatie

Sociale veiligheid

We vinden het belangrijk dat je je op de UvA en bij Bèta-gamma veilig voelt. Krijg je onverhoopt te maken met ongewenst gedrag of voel je je onveilig, dan kun je terecht bij verschillende personen. Je melding wordt altijd vertrouwelijk behandeld. Kijk hier voor meer informatie over waar en bij wie je terecht kunt.

Feedback studenten afgelopen jaar

Vanaf 2013-2014 hebben we ervoor gekozen om d.m.v. onderstaande tabel de studenten meer inzicht te geven in de kwaliteitszorg. Daarom nemen we een korte weergave van de studentenevaluatie op en de daaruit voortvloeiende acties ter verbetering van het vak.

De Stad (6 EC)   N=59
Sterke punten
  • De werkgroepen
  • Het niveau en de werkdruk

Suggesties ter verbetering

  • Structuur van het vak
  • Aantal feedbackmomenten 
Reactie docent:
  • Dit jaar is de structuur van het vak aangepast, onder andere door terug te gaan naar één spreker per hoorcollege. Daarnaast heeft het vak dit jaar twee thema's in plaats van drie om zo meer overzicht te creëren. 
  • Dit jaar heeft het vak twee onderzoeksopdrachten ipv drie zodat de docenten meer gerichte feedback kunnen geven per opdracht. 

Contactinformatie

Coördinator

  • J. van der Klei

Docenten

  • dr. R.J. van Duijne PhD
  • Sven van Mourik PhD
  • dr. Gerda van Roozendaal
  • dr. Mathieu Steijn
  • Joris van der Klei MSc