Biodiversiteit en Ecologie

Biodiversity and Ecology

6 EC

Semester 2, periode 6

5042BIEC6Y

Eigenaar Bachelor Biologie
Coördinator dr. Gerard Oostermeijer
Onderdeel van Bachelor Biologie, jaar 1Pre-master Biological Sciences, jaar 1
Links Zichtbare leerlijnen

Studiewijzer 2023/2024

Leerdoelen

  • de belangrijkste plantenfamilies herkennen en op naam brengen;
  • de belangrijkste insectenordes herkennen en op naam brengen;
  • morfologische kenmerken toepassen om ordes en families van planten en (ongewervelde) dieren in het veld en het laboratorium te determineren;
  • deze identificatiekenmerken toepassen in verschillende typen determinatiesleutels om organismen tot op de soort te kunnen determineren;
  • de dominante organismen in het mariene litoraal herkennen en op naam brengen;
  • uitleggen op welke manieren organismen zijn aangepast aan ecologische stressfactoren als droogte, water (inundatie), temperatuur, voedselrijkdom, zout en licht/competitie;
  • kiezen uit verschillende onderzoeksmethoden en -technieken om biodiversiteit en bodem van een gebied voor verschillende doelen te bemonsteren en te beschrijven;
  • de processen benoemen die bijdragen aan de vorming van een bodemprofiel in verschillende typen leefgebieden;
  • opnoemen welke levensvormen planten kunnen hebben en uitleggen hoe deze levensvormen reageren op variatie in het abiotische en biotische milieu;
  • kwantitatieve gegevens over biodiversiteit en bodem langs ecologische gradiënten analyseren, ordenen en samenvatten in de vorm van tabellen en figuren van diversiteitsindices, soortenrijkdom en –abundantie en ecologische indicatorgetallen;
  • uitleggen hoe de variatie in verschillende componenten van biodiversiteit gerelateerd is aan variatie in het abiotische en biotische milieu;
  • uitleggen hoe de mens de variatie in biodiversiteit in een gebied beïnvloedt.

Onderwijsvormen

  • Hoorcollege
  • (Computer)practicum
  • Veldwerk/excursie
  • Zelfstandig werken aan bijv. project/scriptie
  • Begeleiding/feedbackmoment

De hoorcolleges van week 1 geven een overzicht van de verwantschappen van de verschillende plantenfamilies en insectenordes en sommige belangrijke subordes en families. Tijdens de colleges worden belangrijke kenmerken/begrippen uitgelegd die nodig zijn om organismen te kunnen determineren. Ook wordt in hoorcolleges ingegaan op aanpassingen van planten en insecten aan hun leefmilieu en belangrijke milieufactoren. Specifieke hoorcolleges zijngewijd aan aquatische en mariene organismen. Eén hoorcollege is gewijd aan de ecologie van bodems en het belang van bodems voor planten en insecten en omgekeerd.

Tijdens de practica in week 1 kun je oefenen met het determineren van planten, insecten en waterdieren, waarbij je de kennis van de hoorcolleges in de praktijk kunt toepassen en kunt testen of je die stof hebt begrepen. Er is één practicum voor insecten, één voor aquatische/mariene organismen en twee voor planten (een algemeen en een speciaal voor de moeilijke grasachtigen).

De dagexcursies in week 2 dienen voor het verder oefenen met het leren herkennen van planten, insecten en andere organismen die karakteristiek zijn voor verschillende leefmilieus. Ook de interacties tussen organismen onderling en tussen organismen en hun leefmilieu (habitat) worden in het veld uitgebreid gedemonstreerd. De waargenomen en in het veld uitgelegde ecologische interacties vormen een belangrijke basis voor de meerkeuze-tentamenvragen.

Tijdens de veldwerkweek in Zuid-Limburg wordt in het onderzoeksgebied projectmatig in groepen de biodiversiteit op negen monsterpunten bemonsterd en op naam gebracht. Voor planten doen we dat in de vorm van vegetatieopnamen (één per monsterpunt per groep), de insecten bemonsteren we door middel van vangbekers, slepen met een sleepnet en kloppen met een klopnet. De planten determineren we tot op de soort in het veld, met Heukels' Flora en een loep. De insecten worden op de eerste twee dagen van de laatste week uitgezocht, gedetermineerd tot op de orde en voor kevers op familie, en de loopkevers worden tot op de soort gedetermineerd. Ook worden bodemprofielbeschrijvingen gemaakt en worden de pH en mineralenrijkdom (EGV) van de bodemmonsters 's avonds in een grote 'lab-sessie' gemeten. In Limburg is er ook een avondexcursie naar de Meertensgroeve, waar de daar voorkomende bijzondere herpetofauna wordt gedemonstreerd en de ecologie ervan wordt uitgelegd. Als het donker is gaan we met laken en lamp de nachtvlinderfauna in de groeve onderzoeken. De praktijk leert dat de vangst toeneemt naarmate het later en donkerder wordt, dus deze excursie eindigt vaak pas rond middernacht.

In de laatste week werken de groepen de eerste twee dagen hun faunavangsten uit en voeren de data ervan in (de flora- en bodemdata voeren we in Limburg 's avonds al in). Met de verkregen databestanden worden overzichtelijke figuren gemaakt en enkele analyses uitgevoerd om daarmee specifieke vragen over de ecologische relaties tussen milieuvariabelen en flora en fauna te kunnen beantwoorden. Die vragen zijn weer onderdeel van het meerkeuzetentamen, dus de antwoorden op die vragen heb je in de dagen ervoor verkregen.

De toetsing van de stof bestaat dus uit een meerkeuzetentamen over de dagexcursies en de Limburg-opdrachten en daarnaast twee zg. 'herkenningstoetsen' waarvoor je 10 levende planten tot op de familie moet kunnen herkennen (wetenschappelijke naam!) en 10 insecten tot op hun (sub)orde of voor de kevers de familie. Daarbij gebruiken we alleen families en (sub)ordes die je tijdens de cursus goed gedemonstreerd hebt gekregen. De insecten heb je de dagen ervoor al uitgebreid gedetermineerd, en de kennis van de plantenfamilies wordt tijdens de dagexcursies en het veldwerk uitgebreid geoefend.

Verdeling leeractiviteiten

Activiteit

Uren

Deeltoets

2

Excursie

32

Hoorcollege

18

Practicum

56

Tentamen

2

Veldwerk

40

Zelfstudie

18

Totaal

168

(6 EC x 28 uur)

Aanwezigheid

Aanwezigheidseisen opleiding (OER-B):

  • Deelname aan (computer)practica, veldwerk en werkcolleges is in principe verplicht. Eventueel aanvullende eisen worden per onderdeel in de studiewijzer omschreven. Hier staat ook beschreven wat de eventuele consequenties zijn van het niet nakomen van deze verplichting.

Aanvullende eisen voor dit vak:

Omdat we excursies en veldwerk niet kunnen overdoen is het bijwonen en meedoen daaraan niet alleen verplicht, maar ook essentieel voor het kunnen slagen voor de cursus. Vervangende opdrachten doen we in principe dus niet aan, en zijn slechts in zeer uitzonderlijke gevallen (aantoonbare overmacht, overlijden familielid, etc.) mogelijk. Bespreek afwezigheid altijd vooraf met de coördinator van de cursus.

Toetsing

Onderdeel en weging Details

Eindcijfer

0%

Deeltoetsen (flora en insecten)

Om te kunnen slagen moet je voor het tentamen en elke individuele herkenningstoets hoger dan 5,1 hebben gehaald. Als je één van de onderdelen niet hebt gehaald hoef je de onderdelen die je wél hebt gehaald niet over te doen.

Inzage toetsing

Het beste inzagemoment is in principe direct na afloop van tentamen en toetsen, wanneer alle docenten nog aanwezig zijn. Daarvoor is gelegenheid tijdens een korte evaluatie achteraf. Daarna kun je voor inzage altijd een afspraak maken met de cursuscoördinator.

Opdrachten

De dagexcursie en Limburg-opdrachten worden in groepsverband uitgevoerd. Elke groep heeft een flora- en faandocent tijdens de dagexcursies en een vast begeleider tijdens het Limburg-project. Voor controle op de juiste beantwoording van de vragen over het Limburg-veldwerk wordt een nabesprekings(feedback)schema gemaakt.

Fraude en plagiaat

Dit vak hanteert de algemene 'Fraude- en plagiaatregeling' van de UvA. Hier wordt nauwkeurig op gecontroleerd. Bij verdenking van fraude of plagiaat wordt de examencommissie van de opleiding ingeschakeld. Zie de Fraude- en plagiaatregeling van de UvA: http://student.uva.nl

Weekplanning

WeeknummerOnderwerpenStudiestof
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12

Contactinformatie

Coördinator

  • dr. Gerard Oostermeijer